CELEX 01998L0024 · v20240408

Article 4 / Bepaling en beoordeling van het risico van gevaarlijke chemische agentia

1.  

Bij de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 3, en artikel 9, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG gaat de werkgever eerst na of er gevaarlijke chemische agentia op de werkplek aanwezig zijn. Is dat het geval, dan beoordeelt hij de eventuele risico's voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers die het gevolg zijn van de aanwezigheid op de werkplek van die chemische agentia; hij houdt daarbij rekening met het volgende:

— 
hun gevaarlijke eigenschappen;

▼M2

— 
informatie betreffende veiligheid en gezondheid die door de leverancier moet worden verschaft, (bijvoorbeeld het desbetreffende veiligheidsinformatieblad overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad ( 6 );

▼B

— 
het niveau, de aard en de duur van de blootstelling;
— 
de omstandigheden tijdens werkzaamheden waarbij dergelijke agentia betrokken zijn, waaronder begrepen hun hoeveelheid;
— 
eventuele grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling of biologische grenswaarden, vastgesteld op het grondgebied van de lidstaat in kwestie;
— 
de uitwerking van de genomen of te nemen preventiemaatregelen;
— 
indien beschikbaar, de conclusies die uit reeds uitgeoefend gezondheidskundig toezicht moeten worden getrokken.

De werkgever zal van de leverancier of uit andere makkelijk toegankelijke bronnen de aanvullende informatie verkrijgen die noodzakelijk is voor de risico-evaluatie. Waar nodig behelst deze informatie ook de specifieke evaluatie van de risico's voor de gebruikers, die op basis van de communautaire wetgeving inzake chemische agentia is uitgevoerd.

2.  
De werkgever dient in het bezit te zijn van een evaluatie van het risico, overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 89/391/EEG, en moet vermelden welke maatregelen zijn getroffen overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de onderhavige richtlijn. De risico-evaluatie moet naar behoren gedocumenteerd zijn overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, en kan een verhandeling bevatten waarin de werkgever aantoont dat de aard en de omvang van de met chemische agentia verbonden risico's een verdere uitvoerige risico-evaluatie overbodig maken. De risico-evaluatie moet worden bijgewerkt, met name indien ingrijpende veranderingen hebben plaatsgevonden waardoor zij verouderd kan zijn, of wanneer uit de resultaten van het gezondheidskundig toezicht blijkt dat bijwerking nodig is.
3.  
Bepaalde bijzondere werkzaamheden binnen de onderneming of inrichting, zoals onderhoud, waarvan kan worden voorzien dat er een potentieel voor significante blootstelling bestaat of die om andere redenen schadelijke gevolgen voor de veiligheid en gezondheid kunnen hebben, zelfs nadat alle technische maatregelen zijn genomen, worden opgenomen in de risico-evaluatie.
4.  
In het geval van werkzaamheden waarbij er blootstelling is aan verscheidene gevaarlijke chemische agentia, wordt het risico geëvalueerd op grond van het risico dat al die chemische agentia in combinatie opleveren.
5.  
Alvorens begonnen wordt met nieuwe werkzaamheden waarbij gevaarlijke chemische agentia zijn betrokken, moet een evaluatie van het betreffende risico zijn verricht en moeten eventuele preventieve maatregelen zijn genomen.
6.  
Praktische richtsnoeren voor risicovaststelling en -evaluatie en voor de bijwerking en, zo nodig, aanpassing daarvan worden ontwikkeld overeenkomstig artikel 12, lid 2.

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals