1.
De bevoegde autoriteit kan, overeenkomstig deze verordening handelend, weigeren een uitvoervergunning te verlenen en een reeds door haar verleende uitvoervergunning nietig verklaren, schorsen, wijzigen of intrekken. Wanneer de bevoegde autoriteit een uitvoervergunning weigert, nietig verklaart, schorst, wezenlijk beperkt of intrekt, of wanneer zij besloten heeft dat de voorgenomen uitvoer niet mag worden toegestaan, stelt zij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en verstrekt zij hun de relevante gegevens. Indien de bevoegde autoriteit van een lidstaat een uitvoervergunning heeft geschorst, wordt aan het eind van de schorsingsperiode de evaluatie aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie meegedeeld.
2.
Weigeringen van vergunningen waarvan uit hoofde van lid 1 kennis is gegeven, worden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten binnen drie jaar na de kennisgeving opnieuw bekeken en ingetrokken, gewijzigd of verlengd. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten stellen de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie zo spoedig mogelijk in kennis van de resultaten van deze toetsing. Weigeringen die niet worden ingetrokken, blijven geldig en worden om de drie jaar opnieuw bekeken. Bij de derde toetsing moet de betrokken lidstaat de reden voor de handhaving van deze weigering toelichten.
3.
De bevoegde autoriteit stelt de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie onverwijld in kennis van hun uit hoofde van artikel 7 genomen besluit om de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik te weigeren. Deze kennisgeving bevat alle benodigde informatie, met inbegrip van de indeling van de betrokken producten, de technische kenmerken ervan, het land van bestemming en de eindgebruiker.
4.
De leden 1 en 2 van dit artikel zijn ook van toepassing op vergunningen voor het verlenen van de in artikel 13 bedoelde tussenhandeldiensten en technische bijstand.
5.
Alvorens de bevoegde autoriteit van een lidstaat uit hoofde van deze verordening besluit al dan niet een vergunning te verlenen of een doorvoer te verbieden, gaat zij op basis van alle geldige weigeringen of besluiten betreffende een verbod op de doorvoer van in de lijst in bijlage I opgenomen producten voor tweeërlei gebruik uit hoofde van deze verordening na of een vergunning of doorvoer door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat voor een wezenlijk identieke transactie is geweigerd. Zij pleegt dan overleg met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die dergelijke vergunningen hebben geweigerd of het besluit hebben genomen de doorvoer te verbieden, als bedoeld in de leden 1, 3 en 4 van dit artikel.
De bevoegde autoriteiten van de geraadpleegde lidstaten maken binnen tien werkdagen bekend of zij de betrokken transactie al dan niet als een wezenlijk identieke transactie beschouwen. Indien binnen tien werkdagen geen reactie is ontvangen, worden de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die zijn geraadpleegd, geacht de betrokken transactie niet als een wezenlijk identieke transactie te beschouwen.
Indien meer informatie nodig is om de betrokken transactie correct te beoordelen, komen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten overeen die termijn van tien werkdagen te verlengen. De verlenging bedraagt evenwel niet meer dan dertig werkdagen.
Indien de bevoegde autoriteit na dit overleg besluit een vergunning te verlenen of de doorvoer toe te staan, stelt zij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en verstrekt zij daarbij alle relevante informatie om het besluit toe te lichten.
6.
De op grond van dit artikel voorgeschreven kennisgevingen worden gedaan via beveiligde elektronische middelen, inclusief door middel van het in artikel 23, lid 6, bedoelde systeem.
7.
Alle informatie die op grond van dit artikel wordt uitgewisseld, voldoet aan artikel 23, lid 5, betreffende de vertrouwelijkheid van dergelijke informatie.