Article 6
1.
De doorvoer van niet-communautaire, in de lijst in bijlage I opgenomen producten voor tweeërlei gebruik kan worden verboden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de doorvoer plaatsvindt, indien de producten geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor de in artikel 4, lid 1, genoemde doeleinden. Bij hun besluit over een dergelijk verbod leven de lidstaten de verplichtingen en toezeggingen na die op hen rusten als partij bij internationale verdragen of als lid van internationale regimes op het gebied van non-proliferatie.
2.
Alvorens een besluit te nemen over het al dan niet verbieden van doorvoer, kan een lidstaat bepalen dat zijn bevoegde autoriteiten in individuele gevallen een vergunningsplicht kunnen opleggen voor een specifiek geval van doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik die zijn opgenomen in de lijst in bijlage I, indien de producten geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor een van de in artikel 4, lid 1, genoemde doeleinden.
3.
Indien goederen bestemd zijn voor een van de in artikel 4, lid 1, genoemde doeleinden, kan een lidstaat de toepassing van lid 1 uitbreiden tot niet in de lijst opgenomen producten voor tweeërlei gebruik en tot producten voor tweeërlei gebruik voor militair eindgebruik of militaire bestemmingen als bedoeld in artikel 4, lid 2.
4.
Op de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde nationale maatregelen is het bepaalde in artikel 8, leden 2, 3 en 4, van toepassing.