CELEX 02019R1148 · v20190711

Article 14 / Vrijwaringsclausule

1.  Indien een lidstaat redelijke gronden heeft om aan te nemen dat een bepaalde, niet in bijlage I of II vermelde stof gebruikt zou kunnen worden voor de illegale vervaardiging van explosieven, kan hij het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit en het gebruik van de stof of van mengsels of stoffen die de stof bevatten, beperken of verbieden, of bepalen dat de stof valt onder de meldingsplicht overeenkomstig artikel 9.

2.  Indien een lidstaat redelijke gronden heeft om aan te nemen dat een bepaalde in bijlage I vermelde stof in een concentratie die gelijk is aan of lager dan de in kolom 2 of 3 van de tabel in bijlage I vermelde grenswaarden, gebruikt zou kunnen worden voor de illegale vervaardiging van explosieven, kan hij het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit en het gebruik van die stof verder beperken of verbieden door een lagere grenswaarde vast te stellen.

3.  Indien een lidstaat redelijke gronden heeft voor het vaststellen van een grenswaarde waarboven een in bijlage II vermelde stof onderworpen moet zijn aan de beperkingen die normaliter gelden voor precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, kan die lidstaat het aanbieden, het binnenbrengen, het bezit en het gebruik van die stof beperken of verbieden door die grenswaarde vast te stellen.

4.  Indien een lidstaat overeenkomstig de leden 1, 2 of 3 stoffen beperkt of verbiedt, brengt hij de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte van dergelijke beperkingen of verboden, met opgave van redenen.

5.  Een lidstaat die overeenkomstig de leden 1, 2 of 3 stoffen beperkt of verbiedt, maakt de marktdeelnemers en onlinemarktplaatsen op zijn grondgebied bewust van dergelijke beperkingen of verboden.

6.  Na ontvangst van de in lid 4 bedoelde informatie, onderzoekt de Commissie onmiddellijk of zij overeenkomstig artikel 15, lid 1, een wijziging van de bijlagen, dan wel een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de bijlagen dient op te stellen. In voorkomend geval worden de nationale maatregelen door de betrokken lidstaat aangepast of ingetrokken, om rekening te houden met de wijzigingen van die bijlagen.

7.  Onverminderd lid 6 kan de Commissie, na raadpleging van de betrokken lidstaat en, indien passend, derde partijen, besluiten dat de door de lidstaat genomen maatregel niet gerechtvaardigd is en van die lidstaat verlangen dat hij de voorlopige maatregel intrekt of wijzigt. De Commissie besluit binnen 60 dagen na ontvangst van de in lid 4 bedoelde informatie. De betrokken lidstaat maakt de marktdeelnemers en onlinemarktplaatsen op zijn grondgebied bewust van dergelijke besluiten.

8.  Maatregelen waarvan de lidstaten de Commissie uit hoofde van artikel 13 van Verordening (EU) nr. 98/2013 op de hoogte hebben gesteld vóór 1 februari 2021, vallen niet onder dit artikel.

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals