CELEX 02019R1148 · v20190711

Article 6 / Vergunningen

1.  Een lidstaat die vergunningen verleent aan particulieren die een legitiem belang hebben bij het verwerven, binnenbrengen, bezitten of gebruiken van precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, stelt regels vast betreffende de verlening van vergunningen overeenkomstig artikel 5, lid 3. Bij de beoordeling of al dan niet een vergunning wordt verleend, houdt de bevoegde instantie van de lidstaat rekening met alle relevante omstandigheden, in het bijzonder:

a) de aantoonbare noodzaak van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt en de legitimiteit van het beoogde gebruik ervan;

b) de beschikbaarheid van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt met lagere concentraties of alternatieve stoffen met een gelijkaardige werking;

c) de achtergrond van de aanvrager waaronder informatie over eerdere strafrechtelijke veroordelingen van de aanvrager waar dan ook in de Unie;

d) de opslagvoorzieningen die zijn voorgesteld om ervoor te zorgen dat de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, veilig wordt opgeslagen.

2.  De bevoegde instantie weigert de vergunning te verlenen indien zij op redelijke gronden twijfelt aan de legitimiteit van het beoogde gebruik of aan het voornemen van de particulier om de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, voor een legitiem doel te gebruiken.

3.  De bevoegde instantie kan ervoor kiezen de geldigheid van de vergunning te beperken door enkelvoudig of meervoudig gebruik toe te staan. De geldigheidsduur van de vergunning bedraagt niet meer dan drie jaar. Tot op de aangegeven datum waarop de vergunning verstrijkt, kan de bevoegde instantie van de vergunninghouder eisen aan te tonen dat nog aan de voorwaarden voor de verlening van de vergunning wordt voldaan. In de vergunning wordt aangegeven voor welke precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt, zij is verleend.

4.  De bevoegde instantie kan van de aanvrager een vergoeding verlangen voor de aanvraag van de vergunning. Een dergelijke vergoeding bedraagt niet meer dan de kosten van de behandeling van de aanvraag.

5.  De bevoegde instantie kan de vergunning schorsen of intrekken indien zij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verlening van de vergunning. De bevoegde instantie stelt vergunninghouders onverwijld in kennis van elke schorsing of intrekking van hun vergunning, tenzij hierdoor lopende onderzoeken in gevaar kunnen worden gebracht.

6.  Een krachtens het nationale recht daarvoor bevoegde instantie neemt kennis van bezwaarschriften tegen beslissingen van de bevoegde instantie en van geschillen betreffende de naleving van de vergunningsvoorwaarden.

7.  Een lidstaat kan krachtens deze verordening door andere lidstaten verleende vergunningen erkennen.

8.  De lidstaten kunnen voor een vergunning gebruikmaken van het in bijlage III opgenomen model.

9.  De bevoegde instantie ontvangt de informatie over eerdere strafrechtelijke veroordelingen van de aanvrager in andere lidstaten als bedoeld in lid 1, punt c), van dit artikel door middel van het bij Kaderbesluit 2009/315/JBZ van de Raad ( 5 ) opgezette systeem. De in artikel 3 van dat kaderbesluit genoemde centrale autoriteiten geven binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek antwoorden op verzoeken om dergelijke informatie.

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals