CELEX 02019R1021 · v20260101

ANNEX I


Deel A

Stoffen die in het verdrag en in het protocol zijn opgenomen en stoffen die uitsluitend in het verdrag zijn opgenomen

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie

Tetrabroomdifenylether

C12H6Br4O

40088-47-9 en andere

254-787-2 en andere

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties tetrabroomdifenylether van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer de stof voorkomt in stoffen. ►M16  
2.  In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen:
a)  10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad (10) vallen;
b)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
c)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (11), of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen.  ◄
3.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de volgende voorwerpen toegestaan:
elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) valt.
4.  Het gebruik van voorwerpen met tetrabroomdifenylether als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.

Pentabroomdifenylether

C12H5Br5O

32534-81-9 en andere

251-084-2 en andere

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties pentabroomdifenylether van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer het voorkomt in stoffen. ►M16  
2.  In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen:
a)  10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
b)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
c)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG, of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen.  ◄
3.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de volgende voorwerpen toegestaan:
elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU valt.
4.  Het gebruik van voorwerpen met pentabroomdifenylether als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.

Hexabroomdifenylether

C12H4Br6O

36483-60-0 en andere

253-058-6 en andere

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties hexabroomdifenylether van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer deze voorkomt in stoffen. ►M16  
2.  In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen:
a)  10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
b)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
c)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG, of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen.  ◄
3.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de volgende voorwerpen toegestaan:
elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU valt.
4.  Het gebruik van voorwerpen met hexabroomdifenylether als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.

Heptabroomdifenylether

C12H3Br7O

68928-80-3 en andere

273-031-2 en andere

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties heptabroomdifenylether van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer deze voorkomt in stoffen. ►M16  
2.  In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen:
a)  10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
b)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
c)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG, of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en die onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen.  ◄
3.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de volgende voorwerpen toegestaan:
elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU valt.
4.  Het gebruik van voorwerpen met heptabroomdifenylether als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.

Bis(pentabroomfenyl)ether (decabroomdifenylether; decaBDE)

1163-19-5

214-604-9

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties decaBDE van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer het voorkomt in stoffen. ►M16  
2.  In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen:
a)  10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
b)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen;
c)  in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG, of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen.  ◄
3.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van decaBDE toegestaan voor de volgende doeleinden, op voorwaarde dat de lidstaten uiterlijk in december 2019 overeenkomstig het verdrag aan de Commissie verslag uitbrengen:
a)  bij de vervaardiging van een luchtvaartuig waarvoor vóór 2 maart 2019 typegoedkeuring werd aangevraagd en vóór december 2022 werd verkregen, tot 18 december 2023, of, indien de voortdurende behoefte gerechtvaardigd is, tot 2 maart 2027;
b)  bij de vervaardiging van reserveonderdelen voor:
i)  een luchtvaartuig waarvoor vóór 2 maart 2019 typegoedkeuring werd aangevraagd en vóór december 2022 werd verkregen, dat vóór 18 december 2023, of, indien de voortdurende behoefte gerechtvaardigd is, vóór 2 maart 2027 werd geproduceerd, tot het einde van de levensduur van dat luchtvaartuig;
ii)  binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) vallende motorvoertuigen, die vóór 15 juli 2019 werden geproduceerd, tot 2036, of, indien dat vroeger valt, tot het einde van de levensduur van die motorvoertuigen;
c)  elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU valt.
4.  De specifieke vrijstellingen voor reserveonderdelen voor gebruik in de in punt 3, onder b), ii), bedoelde motorvoertuigen zijn van toepassing op de vervaardiging en het gebruik van commercieel decaBDE dat onder een of meer van de volgende categorieën valt:
a)  aandrijflijn en voorzieningen onder de motorkap, zoals massakabels van de accu, interconnectiekabels van de accu, buizen van de klimaatregelingsapparatuur, aandrijflijn, bussen van het uitlaatspruitstuk, isolatie onder de motorkap, kabels en kabelboom onder de motorkap (bekabeling van de motor enz.), snelheidssensoren, slangen, ventilatormodules en klopsensoren;
b)  voorzieningen van het brandstofsysteem zoals brandstofslangen en al dan niet aan de onderzijde van de carrosserie bevestigde brandstoftanks;
c)  pyrotechnische voorzieningen en voorzieningen die daardoor worden beïnvloed, zoals ontstekingskabels van de airbags, stoelhoezen/-bekleding (alleen voor zover relevant met het oog op de airbags) en airbags (frontaal en lateraal).
5.  Het gebruik van voorwerpen met decaBDE als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 15 juli 2019 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.
6.  Onverminderd de toepassing van andere EU-bepalingen inzake de indeling, verpakking en etikettering van stoffen en mengsels, zijn voorwerpen waarin decaBDE zijn gebruikt gedurende de gehele levenscyclus identificeerbaar door middel van etikettering of andere middelen. ►C1  
7.  Het in de handel brengen en het gebruik van voorwerpen met decaBDE als bestanddeel die voor de toepassing van de specifieke vrijstellingen in punt 3 worden ingevoerd, is toegestaan tot het verstrijken van die vrijstellingen. Punt 6 is van toepassing alsof deze voorwerpen in overeenstemming met de vrijstelling van punt 3 zijn geproduceerd. Als zulke voorwerpen al in gebruik waren op de datum waarop de desbetreffende vrijstelling is verstreken, mogen zij verder worden gebruikt.  ◄
8.  Voor de toepassing van deze vermelding wordt onder „luchtvaartuig” verstaan:
a)  een burgerluchtvaartuig dat is geproduceerd overeenkomstig een typecertificaat afgegeven krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (3), of overeenkomstig de goedkeuring van een ontwerp die is afgegeven krachtens de nationale regelgeving van een verdragsluitende staat van de ICAO, of waarvoor een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven door een verdragsluitende staat van de ICAO krachtens bijlage 8 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;
b)  een militair luchtvaartuig.

►M12  
Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS), zouten daarvan en aanverwante verbindingen
C8F17SO2X
(X = OH, metaalzout (O-M+), halogenide, amide en andere aanverwante verbindingen inclusief polymeren)  ◄

1763-23-1

2795-39-3

29457-72-5

29081-56-9

70225-14-8

56773-42-3

251099-16-8

4151-50-2

31506-32-8

1691-99-2

24448-09-7

307-35-7 en andere

217-179-8

220-527-1

249-644-6

249-415-0

274-460-8

260-375-3

223-980-3

250-665-8

216-887-4

246-262-1

206-200-6 en andere

►M12  
1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties PFOS of zouten daarvan van ten hoogste 0,025 mg/kg (0,0000025 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.  ◄ ►M12  
2.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de som van concentraties van alle aan PFOS verwante verbindingen van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.  ◄
3.  Het gebruik van voorwerpen met PFOS als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010, is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing. ►M12  
4.  Als de in het milieu vrijkomende hoeveelheid tot een minimum wordt beperkt, worden de vervaardiging en het in de handel brengen voor het gebruik als nevelonderdrukker voor niet-decoratieve hardverchroming met chroom (VI) in systemen met gesloten cyclus toegestaan tot en met 7 september 2025. Op voorwaarde dat de lidstaten waar PFOS wordt gebruikt, uiterlijk op 7 september 2024 bij de Commissie verslag uitbrengen over de vorderingen bij de eliminatie van PFOS en de voortdurende behoefte aan dit gebruik rechtvaardigen, onderzoekt de Commissie uiterlijk op 7 september 2025 de noodzaak van een verlenging van de afwijking voor dit gebruik van PFOS voor maximaal vijf jaar.
Wanneer een dergelijke uitzondering betrekking heeft op de productie of het gebruik in een installatie die valt binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), zijn de relevante beste beschikbare technieken voor de preventie en minimalisering van de uitstoot van PFOS van toepassing, die worden beschreven in de door de Commissie krachtens artikel 17, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2008/1/EG gepubliceerde informatie.
►M2  Zodra nieuwe informatie beschikbaar komt met nadere bijzonderheden over het gebruik en veiliger alternatieve stoffen of technologieën, evalueert de Commissie de in de tweede alinea genoemde uitzondering, zodat:
a)  het gebruik van PFOS geleidelijk wordt uitgebannen zodra het gebruik van veiliger alternatieven technisch en economisch haalbaar is;
b)  een uitzondering alleen nog kan blijven gelden voor essentiële toepassingen waarvoor geen veiliger alternatieven bestaan, op voorwaarde dat verslag is uitgebracht over de inspanningen die zijn gedaan om veiliger alternatieven te vinden;
c)  de vrijkoming van PFOS in het milieu door toepassing van de beste beschikbare technieken tot een minimum is beperkt.  ◄  ◄ ►M12  
5.  Zodra door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) normen worden vastgesteld, worden deze als analysemethoden gebruikt om aan te tonen dat stoffen, mengsels en voorwerpen aan de punten 1 en 2 voldoen. Als alternatief voor de CEN-normen kunnen ook andere analysemethoden worden gebruikt indien de gebruiker kan bewijzen dat deze gelijkwaardig zijn.  ◄

DDT (1,1,1-trichloor-2,2-bis(4-chloorfenyl)ethaan)

50-29-3

200-024-3

Chloordaan

57-74-9

200-349-0

Hexachloorcyclohexanen, inclusief lindaan

58-89-9

200-401-2

319-84-6

206-270-8

319-85-7

206-271-3

608-73-1

210-168-9

Dieldrin

60-57-1

200-484-5

Endrin

72-20-8

200-775-7

Heptachloor

76-44-8

200-962-3

Endosulfan

115-29-7

959-98-8

33213-65-9

204-079-4

1.  Voorwerpen met endosulfan als bestanddeel die al in gebruik waren vóór of op 10 juli 2012, mogen in de handel gebracht en gebruikt worden.

2.  Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in punt 1 bedoelde voorwerpen.

Hexachloorbenzeen

118-74-1

204-273-9

►M6  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties hexachloorbenzeen van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer de stof in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomt. ◄

Chloordecon

143-50-0

205-601-3

Aldrin

309-00-2

206-215-8

Pentachloorbenzeen

608-93-5

210-172-0

Polychloorbifenylen (pcb's)

1336-36-3 en andere

215-648-1 en andere

Onverminderd Richtlijn 96/59/EG mogen voorwerpen die ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening al in gebruik zijn, worden gebruikt.

De lidstaten moeten apparatuur (bv. transformatoren, condensatoren of andere apparatuur die vloeistoffen bevatten) die meer dan 0,005 % pcb's en een volume van meer dan 0,05 dm3 bevat zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op 31 december 2025 identificeren en uit gebruik nemen.

Mirex

2385-85-5

219-196-6

Toxafeen

8001-35-2

232-283-3

Hexabroombifenyl

36355-01-8

252-994-2

►C1  Hexabroom-cyclododecaan ◄

„Hexabroomcyclo-dodecaan” omvat: hexabroomcyclododecaan, 1,2,5,6,9,10-hexabroomcyclododecaan en zijn voornaamste diastereo-isomeren: α-hexabroomcyclododecaan, β-hexabroomcyclododecaan, en γ-hexabroomcyclododecaan

25637-99-4,

3194-55-6,

134237-50-6,

134237-51-7,

134237-52-8

247-148-4,

221-695-9

►M10  
1.  Voor de toepassing van deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties hexabroomcyclododecaan van ten hoogste 75 mg/kg (0,0075 massaprocent) wanneer de stof voorkomt in stoffen, mengsels of voorwerpen of als bestanddeel van de brandvertraagde voorwerpen. Voor het gebruik van gerecycleerd polystyreen bij de productie van EPS- en XPS-isolatiemateriaal voor gebruik in gebouwen of civieltechnische werken, is punt b) van toepassing op concentraties hexabroomcyclododecaan van ten hoogste 100 mg/kg (0,01 massaprocent). De in dit punt 1 bedoelde vrijstellingen worden uiterlijk op 1 januari 2026 beoordeeld en herzien door de Commissie.  ◄
2.  Voorwerpen van geëxpandeerd polystyreen met hexabroomcyclododecaan als bestanddeel die al in gebruik waren in gebouwen vóór 21 februari 2018 overeenkomstig Verordening (EU) 2016/293 van de Commissie (5) en Uitvoeringsbesluit 2016/C 12/06 van de Commissie (6), en voorwerpen van geëxtrudeerd polystyreen met hexabroomcyclododecaan als bestanddeel die al in gebruik waren in gebouwen vóór 23 juni 2016, mogen verder worden gebruikt. Op dergelijke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.
3.  Onverminderd de toepassing van andere EU-bepalingen inzake de indeling, verpakking en etikettering van stoffen en mengsels, is geëxpandeerd polystyreen dat na 23 maart 2016 in de handel is gebracht en waarin hexabroomcyclododecaan werd gebruikt, gedurende de gehele levenscyclus identificeerbaar door middel van etikettering of andere middelen.

Hexachloorbutadieen

87-68-3

201-765-5

1.  Voorwerpen met hexachloorbutadieen als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren, mogen in de handel gebracht en gebruikt worden.

2.  Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in punt 1 bedoelde voorwerpen.

Pentachloorfenol en de zouten en esters daarvan

87-86-5 en andere

201-778-6 en andere

►M5  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties van pentachloorfenol en zouten en esters daarvan van ten hoogste 5 mg/kg (0,0005 gewichtsprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen. ◄

Polychloornaftalenen (7)

70776-03-3 en andere

274-864-4 en andere

1.  Voorwerpen met polychloornaftaleen als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren, mogen in de handel gebracht en gebruikt worden.

2.  Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in punt 1 bedoelde voorwerpen.

Alkanen, C10-C13, chloor (gechloreerde paraffinen met een korte keten) (SCCP's)

85535-84-8 en andere

287-476-5

1.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van stoffen of mengsels met SCCP's als bestanddeel in concentraties van minder dan 1 gewichtspercent of voorwerpen met SCCP's als bestanddeel in concentraties van minder dan 0,15 gewichtspercent toegestaan.

2.  Het gebruik wordt toegestaan van:

a)  transportbanden in de mijnbouwindustrie en afdichtingsrubbers van waterkeringen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 4 december 2015 al in gebruik waren, en

b)  andere dan de onder a) bedoelde voorwerpen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren.

3.  Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in punt 2 bedoelde voorwerpen.

▼M1

Perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante verbindingen

Perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante verbindingen:

i)  perfluoroctaanzuur, met inbegrip van vertakte isomeren daarvan;

ii)  de zouten daarvan;

iii)  aanverwante verbindingen die voor de toepassing van het verdrag stoffen zijn die worden omgezet in PFOA, met inbegrip van alle stoffen (waaronder zouten en polymeren) die een lineaire of vertakte perfluoroheptylgroep met het (C7F15)C-gedeelte hebben als een van de structurele elementen.

De volgende verbindingen zijn geen aanverwante verbindingen:

i)  C8F17-X, waar X = F, Cl, Br;

ii)  fluoropolymeren die behoren tot CF3[CF2]n-R”, waar R’= eender welke groep, n > 16;

iii)  perfluoralkylcarbonzuren (met inbegrip van zouten, esters, halogeniden en anhydriden) met ≥ 8 geperfluoreerde koolstof;

iv)  perfluoralkaansulfonzuren en perfluorfosfonzuren (met inbegrip van zouten, esters, halogeniden en anhydriden) met ≥ 9 geperfluoreerde koolstof;

v)   ►M13  perfluoroctaansulfonzuur (PFOS), zouten daarvan en aanverwante verbindingen, zoals opgenomen in deze bijlage. ◄

335-67-1 en andere

206-397-9 en andere

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties PFOA of zouten daarvan van ten hoogste 0,025 mg/kg (0,0000025 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.
2.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties afzonderlijke aanverwante verbindingen of een combinatie van aanverwante verbindingen van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.
►M4  3.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties aanverwante verbindingen van ten hoogste 20 mg/kg (0,002 massaprocent) wanneer deze voorkomen in een stof die moet worden gebruikt als een vervoerd geïsoleerd tussenproduct in de zin van artikel 3, punt 15, onder c), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en die voldoet aan de strikt gecontroleerde voorwaarden van artikel 18, lid 4, onder a) tot en met f), van die verordening voor de productie van fluorchemicaliën met een perfluorkoolstofketen van ten hoogste zes atomen. ◄ ►M13   ►M8  De Commissie evalueert en beoordeelt deze vrijstelling uiterlijk op 25 augustus 2023. ◄  ◄ ►M8  
4.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), tot en met 18 augustus 2023 van toepassing op concentraties PFOA en zouten daarvan van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer deze voorkomen in polytetrafluorethyleenmicropoeder (PTFE-micropoeder) die wordt geproduceerd door ioniserende doorstraling of door thermische afbraak, of in mengsels en voorwerpen voor industrieel en professioneel gebruik die PTFE-micropoeders bevatten. Alle PFOA-uitstoot tijdens de vervaardiging en het gebruik van PTFE-micropoeder moeten worden vermeden en, indien niet mogelijk, zo veel mogelijk worden beperkt. De grenswaarde van 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) is alleen van toepassing op de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van PFOA en zouten daarvan wanneer zij voorkomen in PTFE-micropoeders die worden vervoerd of worden behandeld om de concentratie van PFOA en zouten daarvan te verlagen tot onder de grenswaarde van 0,025 mg/kg (0,0000025 % massaprocent).  ◄ ►M13  
4 bis.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties PFOA of zouten daarvan van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) en op concentraties afzonderlijke aanverwante verbindingen of een combinatie van aanverwante verbindingen van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer deze voorkomen in blusschuim voor de bestrijding van dampen van vloeibare brandstoffen en branden van vloeibare brandstoffen (branden van klasse B), dat al in geïnstalleerde installaties aanwezig is. Deze grenswaarde geldt tot en met 3 augustus 2028.
4 ter.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de som van de concentratie van PFOA, zouten daarvan en aanverwante verbindingen van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer zij voorkomen in fluorvrij blusschuim en afkomstig zijn van brandbestrijdingsapparatuur die volgens de beste beschikbare technieken is gereinigd.  ◄
5.  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van PFOA, zouten daarvan en aanverwante verbindingen toegestaan voor de volgende toepassingen:
a)  fotolithografische of etsprocessen bij de vervaardiging van halfgeleiders, tot en met 4 juli 2025;
b)  fotografische coatings voor films, tot en met 4 juli 2025;
c)  olie- en waterafstotend textiel voor de bescherming van werknemers tegen gevaarlijke vloeistoffen die risico’s voor hun gezondheid en veiligheid inhouden, tot en met 4 juli 2023;
d)  invasieve en implanteerbare medische hulpmiddelen, tot en met 4 juli 2025. ►M8  
e)  vervaardiging van polytetrafluorethyleen (PTFE) en polyvinylideenfluoride (PVDF) voor de vervaardiging van:
i)  hoogwaardige, corrosiebestendige en gasfiltermembranen, waterfiltermembranen en membranen voor medisch textiel,
ii)  warmtewisselaar op basis van industriële afvalstoffen,
iii)  industriële afdichtingsmiddelen die het weglekken van vluchtige organische stoffen en PM2.5-deeltjes kunnen voorkomen,
tot en met 4 juli 2023.  ◄
6.  In afwijking hiervan zijn het gebruik van PFOA, zouten daarvan en aanverwante verbindingen toegestaan in blusschuim voor de bestrijding van dampen van vloeibare brandstoffen en branden van vloeibare brandstoffen (branden van klasse B), dat al in geïnstalleerde, zowel mobiele als vaste, installaties aanwezig is, tot en met ►M13  3 december 2025 ◄ , met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a)  blusschuim dat PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen bevat of kan bevatten, wordt niet voor opleidingsdoeleinden gebruikt;
b)  blusschuim dat PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen bevat of kan bevatten, wordt niet voor testdoeleinden gebruikt, tenzij alle vrijgekomen stoffen worden opgevangen;
c)  vanaf 1 januari 2023 wordt het gebruik van blusschuim dat PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen bevat of kan bevatten, alleen toegestaan in sites waar alle vrijgekomen stoffen kunnen worden opgevangen;
d)  voorraden van blusschuim dat PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen bevat of kan bevatten, worden beheerd overeenkomstig artikel 5.
Onder „blusschuim” wordt verstaan elk mengsel voor de bestrijding van branden met schuim, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, blusschuimconcentraten en blusschuimoplossingen voor de productie van schuim.
7.  In afwijking hiervan is het gebruik van perfluoroctylbromide met perfluoroctyljodide voor de productie van farmaceutische producten toegestaan, onder voorbehoud van een herziening en beoordeling door de Commissie uiterlijk op 31 december 2026 en daarna om de vier jaar, en uiterlijk op 31 december 2036.
8.  Het gebruik van voorwerpen met PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen die al in de Unie in gebruik waren vóór 4 juli 2020 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.
9.   ►C2  In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van PFOA, zouten daarvan en aanverwante verbindingen tot en met 3 december 2020 toegestaan voor de volgende toepassingen: ◄
a)  niet-implanteerbare medische hulpmiddelen in de zin van Verordening (EU) 2017/745 (8),
b)  latex drukinkten,
c)  nanocoatings met plasma. ►M4  
10.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties PFOA en zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen van ten hoogste 2 mg/kg (0,0002 massaprocent) wanneer zij aanwezig zijn in andere medische hulpmiddelen dan invasieve hulpmiddelen en implanteerbare hulpmiddelen. ►M13  —22 februari 2023— ◄  ◄ ►M13  
11.  Voorwerpen die PFOA, zouten daarvan of aanverwante verbindingen bevatten en die reeds in de Unie in gebruik waren vóór of op de datum waarop de in de punten 5, a) tot en met d), vastgestelde vrijstelling verstrijkt, mogen na die datum gebruikt blijven worden.  ◄

▼M3

Dicofol

115-32-2

204-082-0

Geen

▼M9

Perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), de zouten daarvan en aan PFHxS verwante verbindingen

Onder „perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), de zouten daarvan en aan PFHxS verwante verbindingen” wordt verstaan:

i)  perfluorhexaansulfonzuur, met inbegrip van vertakte isomeren daarvan;

ii)  de zouten daarvan;

iii)  aan PFHxS verwante verbindingen, waaronder — wat het verdrag betreft — wordt verstaan elke stof die de C6F13S-groep als een van de structurele elementen bevat en die wordt afgebroken tot PFHxS.

355-46-4 en andere

206-587-1 en andere

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties PFHxS of de zouten daarvan van ten hoogste 0,025 mg/kg (0,0000025 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.

2.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de som van concentraties van alle aan PFHxS verwante verbindingen van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen.

3.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties PFHxS, de zouten daarvan en aan PFHxS verwante verbindingen van ten hoogste 0,1 mg/kg (0,00001 massaprocent) wanneer het aanwezig is in geconcentreerde mengsels van blusschuim die bestemd zijn of worden gebruikt voor de productie van andere mengsels van blusschuim. De Commissie zal deze uitzondering uiterlijk op 28 augustus 2026 beoordelen en herzien.

▼M11

Methoxychloor

„Methoxychloor” verwijst naar elk mogelijk isomeer van dimethoxydifenyltrichloorethaan of een combinatie daarvan.

72-43-5

30667-99-3

76733-77-2

255065-25-9

255065-26-0

59424-81-6

1348358-72-4

en andere

200-779-9

In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties methoxychloor van ten hoogste 0,01 mg/kg (0,000001 % massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen.

▼M14

2-(2H-benzotriazool-2-yl)-4,6-di-tert-pentylfenol

(UV-328)

25973-55-1

247-384-8

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties UV-328 van ten hoogste:

a)  100 mg/kg (0,01 massaprocent) met ingang van 4 augustus 2025,

b)  10 mg/kg (0,001 massaprocent) met ingang van 4 augustus 2027,

c)  1 mg/kg (0,0001 massaprocent) met ingang van 4 augustus 2029,

wanneer zij voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.

2.  In afwijking hiervan zijn het in de handel brengen van in voorwerpen voorkomend UV-328 en het gebruik van dergelijke voorwerpen toegestaan voor de volgende toepassingen:

a)  in motorvoertuigen op het land, tot en met 4 augustus 2030;

b)  in industriële coatings voor motorvoertuigen op het land, technische machines, spoorvoertuigen en in resistente coatings voor grote staalconstructies, tot en met 4 augustus 2030;

c)  in separatoren in bloedafnamebuisjes, tot en met 4 augustus 2030;

d)  in folie van cellulosetriacetaat in polarisatoren, tot en met 4 augustus 2030;

e)  in fotografisch papier, tot en met 4 augustus 2030;

f)  in civiele en militaire luchtvaartuigen, tot en met 4 augustus 2030;

g)  in reserveonderdelen voor:

i)  motorvoertuigen op het land;

ii)  stationaire industriële machines voor gebruik in de landbouw, de bosbouw en de bouw;

iii)  schermen met vloeibare kristallen in andere dan voor medische toepassingen bestemde instrumenten voor analyse, metingen, controle, toezicht, tests, productie en inspectie;

indien UV-328 oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot het einde van de levensduur van die producten of, indien dat eerder is, tot en met 31 december 2043;

h)  in reserveonderdelen voor:

i)  schermen met vloeibare kristallen in hulpmiddelen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/745 en van Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad (9) vallen;

ii)  schermen met vloeibare kristallen in instrumenten voor analyse, metingen, controle, tests, productie en inspectie;

indien UV-328 oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot het einde van de levensduur van die producten;

i)  in reserveonderdelen voor civiele en militaire luchtvaartuigen indien UV-328 oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot en met 31 december 2030.

3.  Voorwerpen die UV-328 bevatten en die reeds in de Unie in gebruik waren vóór of op de datum waarop de in punt 2, a) tot en met i), vastgestelde vrijstelling verstrijkt, mogen na die datum gebruikt blijven worden.

▼M15

Dechlorane Plus

„Dechlorane Plus” omvat het syn-isomeer en het anti-isomeer

13560-89-9

135821-03-3

135821-74-8

236-948-9

1.  In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties Dechlorane Plus:

a)  van ten hoogste 1 000  mg/kg (0,1 massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen, tot en met 15 april 2028;

b)  van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen, na 15 april 2028.

2.  In afwijking hiervan zijn het in de handel brengen en het gebruik van Dechlorane Plus toegestaan voor de volgende toepassingen:

a)  luchtvaart-, ruimtevaart- en defensietoepassingen, tot en met 26 februari 2030;

b)  toepassingen voor medische beeldvorming, tot en met 26 februari 2030;

c)  apparaten en installaties voor radiotherapie, tot en met 26 februari 2030;

d)  reserveonderdelen voor, en de reparatie van:

i)  motorvoertuigen op het land;

ii)  stationaire industriële machines voor gebruik in de landbouw, de bosbouw en de bouw;

iii)  andere dan de in punt ii) bedoelde scheeps-, tuin- en bosbouwuitrusting en motoraangedreven buitenapparatuur;

iv)  luchtvaart-, ruimtevaart- en defensietoepassingen;

v)  instrumenten voor analyse, metingen, controle, toezicht, tests, productie en inspectie;

indien Dechlorane Plus oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot het einde van de levensduur van die producten of, indien dat eerder is, tot en met 31 december 2043.

e)  reserveonderdelen voor, en de reparatie van:

i)  medische hulpmiddelen en toebehoren van medische hulpmiddelen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/745 vallen;

ii)  medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en toebehoren van medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/746 vallen;

indien Dechlorane Plus oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot het einde van de levensduur van die producten.

3.  De Commissie beoordeelt uiterlijk op 1 april 2028 de noodzaak van een verlenging van de specifieke vrijstellingen in de punt 2, a), b) en c).

4.  Voorwerpen die Dechlorane Plus bevatten en die reeds in de Unie in gebruik waren vóór of op de datum waarop de in de punt 2, a) tot en met d), vastgestelde vrijstelling verstrijkt, mogen na die datum gebruikt blijven worden.

5.  Het in de handel brengen en het gebruik van reserveonderdelen die Dechlorane Plus bevatten als bedoeld in punt 2, d), iv), die vóór of op 31 december 2043 op het grondgebied van de Unie aanwezig zijn, zijn toegestaan.

▼B

(1)   

Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88).

(2)   

Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (kaderrichtlijn) (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).

(3)   

Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1).

(4)   

Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PB L 24 van 29.1.2008, blz. 8).

(5)   

Verordening (EU) 2016/293 van de Commissie van 1 maart 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen met betrekking tot bijlage I (PB L 55 van 2.3.2016, blz. 4).

(6)   

PB C 10 van 13.1.2016, blz. 3.

(7)   

Polychloornaftalenen zijn op het naftaleenringsysteem gebaseerde chemische verbindingen, waarbij een of meer waterstofatomen zijn vervangen door chlooratomen.

►M1  (8)   

Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medisch hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad.

 ◄
(9)   

Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG en Besluit 2010/227/EU van de Commissie (PB L 117, 5.5.2017, blz. 176, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/746/oj).

(10)   

Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338, 13.11.2004, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/1935/oj).

(11)   

Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170, 30.6.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/48/oj).

Deel B

Stoffen die uitsluitend in het protocol zijn opgenomen

Stof

CAS-nr.

EG-nr.

Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie

 

 

 

 

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals