Article 9a / Preventie van levensmiddelenafval
De lidstaten nemen in de hele voedselvoorzieningsketen passende maatregelen om levensmiddelenafval te voorkomen in de primaire productie, de verwerkende en producerende industrie, de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens. Die maatregelen behelzen ten minste de volgende elementen:
het ontwikkelen en ondersteunen van maatregelen op het gebied van gedragsverandering om levensmiddelenafval terug te dringen, en voorlichtingscampagnes om het bewustzijn over de preventie van levensmiddelenafval te vergroten;
het opsporen en aanpakken van inefficiënties in de werking van de voedselvoorzieningsketen, en het ondersteunen van samenwerking tussen alle actoren, waarbij wordt gezorgd voor een eerlijke verdeling van de kosten en baten van preventiemaatregelen, die onder meer kunnen bestaan uit het aanpakken van marktpraktijken die voor levensmiddelenafval zorgen en het ondersteunen van het in de handel brengen en het gebruik van producten waarvoor een afwijking van artikel 76 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 13 ) is toegestaan op grond van lid 4 van dat artikel, maar wel uitsluitend onder de eventuele voorwaarden waaronder die afwijking is toegestaan;
het aanmoedigen van voedselschenkingen en andere herverdeling voor menselijke consumptie, om ervoor te zorgen dat het menselijk gebruik voorrang krijgt op diervoeding en herverwerking tot niet voor de voeding bestemde producten;
het ondersteunen van opleidingen en van de ontwikkeling van vaardigheden en het vergemakkelijken van de toegang tot financieringsmogelijkheden, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen en entiteiten van de sociale economie;
het aanmoedigen en bevorderen van innovatie en technologische oplossingen die levensmiddelenafval helpen te voorkomen, onverminderd Verordening (EU) 2025/40 van het Europees Parlement en de Raad ( 14 ), en met name artikel 6 daarvan.
De lidstaten zorgen ervoor dat alle relevante actoren in de voedselvoorzieningsketen naar evenredigheid van hun capaciteit en rol worden betrokken bij de preventie van levensmiddelenafval in de hele toeleveringsketen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan het voorkomen van onevenredige gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen. Na overleg met voedselbanken en andere organisaties voor voedselherverdeling nemen de lidstaten, indien passend, op basis van een bestaand nationaal voedseldonatiesysteem, maatregelen om ervoor te zorgen dat exploitanten die door de lidstaten zijn aangemerkt als exploitanten die een belangrijke rol spelen bij de preventie en productie van levensmiddelenafval, donatieovereenkomsten aanbieden aan voedselbanken en andere organisaties voor voedselherverdeling om de donatie van onverkochte levensmiddelen die veilig zijn voor menselijke consumptie te vergemakkelijken, waarbij de kosten voor de exploitanten redelijk blijven.
De lidstaten nemen de nodige en passende maatregelen om uiterlijk op 31 december 2030 de volgende doelstellingen voor de vermindering van levensmiddelenafval op nationaal niveau te bereiken:
vermindering van de productie van levensmiddelenafval in de verwerkende en producerende industrie met 10 % ten opzichte van de gemiddeld tussen 2021 en 2023 geproduceerde hoeveelheid levensmiddelenafval per jaar;
vermindering van de productie van levensmiddelenafval per hoofd van de bevolking in de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens, met 30 % ten opzichte van de gemiddeld tussen 2021 en 2023 geproduceerde hoeveelheid levensmiddelenafval per jaar.
De evaluatie als bedoeld in de eerste alinea omvat:
een beoordeling van de omvang en de oorzaken van levensmiddelenafval en -verlies in de primaire productie, en een verkenning van passende hefbomen om dergelijke verspilling en dergelijk verlies terug te dringen en een beoordeling van de haalbaarheid van die hefbomen;
een beoordeling van de mogelijkheid om juridisch bindende doelstellingen in te voeren met betrekking tot lid 4, punten a) en b), die uiterlijk in 2035 moeten zijn bereikt, en
een beoordeling van het effect van veranderingen in de productieniveaus op de haalbaarheid van de doelstelling voor de vermindering van levensmiddelenafval met betrekking tot lid 4, punt a).
De Commissie dient een verslag, indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, in bij het Europees Parlement en de Raad.