CELEX 02009R0428 · v20211007

Article 2

In deze verordening wordt verstaan onder:

1. 

„producten voor tweeërlei gebruik”: producten, met inbegrip van programmatuur en technologie, die zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben, met inbegrip van alle goederen die voor niet-explosieve doeleinden gebruikt kunnen worden en op enige manier bijdragen in de vervaardiging van nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen;

2. 

„uitvoer”:

i) 

een uitvoerregeling in de zin van artikel 161 van van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (het communautaire douanewetboek);

ii) 

wederuitvoer in de zin van artikel 182 van het communautaire douanewetboek; maar met uitsluiting van producten in doorvoer, en

iii) 

de overdracht van programmatuur of technologie door middel van elektronische media, met inbegrip van faxapparaten, telefoon, elektronische post of elk ander elektronisch middel, naar een bestemming buiten de Europese Gemeenschap; dit omvat het in elektronische vorm beschikbaar stellen van deze programmatuur en technologie aan natuurlijke personen of rechtspersonen of partnerschappen buiten de Gemeenschap. Onder uitvoer wordt ook verstaan, mondelinge overdracht van technologie wanneer de technologie via de telefoon wordt beschreven;

3. 

„exporteur”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon of elk partnerschap:

i) 

namens welke of welk een douaneaangifte bij uitvoer wordt gedaan, d.w.z. de persoon die op het tijdstip dat de aangifte wordt aanvaard, het contract met de ontvanger in het derde land heeft en die het recht heeft te beslissen dat het product naar een bestemming buiten het douanegebied van de Gemeenschap wordt verzonden. Indien geen uitvoercontract is gesloten of indien de houder van het contract niet namens zichzelf handelt, wordt onder de exporteur de persoon verstaan die het recht heeft om te beslissen het product naar een bestemming buiten het douanegebied van de Gemeenschap te verzenden;

ii) 

die of dat besluit via elektronische media, daaronder begrepen fax, telefoon en e-mail, of via enig ander elektronisch middel programmatuur of technologie naar een bestemming buiten de Gemeenschap te zenden of daaraan beschikbaar te stellen.

Indien het recht over de producten voor tweeërlei gebruik te beschikken toekomt aan een persoon die blijkens het contract waarop de uitvoer berust, buiten de Gemeenschap is gevestigd, wordt de exporteur geacht de in de Gemeenschap gevestigde contracterende partij te zijn;

4. 

„uitvoeraangifte”: de handeling waarmee een persoon in de vorm en op de wijze die zijn voorgeschreven, de wens te kennen geeft producten voor tweeërlei gebruik onder een uitvoerregeling te brengen;

5. 

„tussenhandeldiensten”:

▼C1

— 
het onderhandelen over of regelen van transacties met het oog op de aankoop, verkoop of levering van producten voor tweeërlei gebruik vanuit een derde land naar een ander derde land, of

▼B

— 
het verkopen of aankopen van producten voor tweeërlei gebruik in derde landen met het oog op de overbrenging ervan naar een ander derde land.

Voor de toepassing van deze verordening geldt deze definitie niet voor het louter verstrekken van nevendiensten. Nevendiensten zijn vervoer, financiële diensten, verzekering of herverzekering dan wel algemene reclame of promotie;

6. 

„tussenhandelaar”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon of partnerschap, verblijvend of gevestigd in een lidstaat van de Gemeenschap, die of dat vanuit de Gemeenschap diensten als gedefinieerd in punt 5, verricht die gericht zijn op het grondgebied van een derde land;

7. 

„doorvoer”: vervoer van niet-communautaire producten voor tweeërlei gebruik die in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht en door dat gebied worden vervoerd met een bestemming buiten de Gemeenschap;

8. 

„individuele uitvoervergunning”: vergunning die aan één specifieke exporteur voor één eindgebruiker of ontvanger in een derde land wordt verleend en betrekking heeft op één of meer producten voor tweeërlei gebruik;

▼M1

9. 

„uniale algemene uitvoervergunning”: uitvoervergunning die voor uitvoer naar bepaalde landen van bestemming beschikbaar is voor alle exporteurs die zich houden aan de gebruiksvoorwaarden en eisen ervan zoals vermeld in bijlage IIa tot en met IIf;

▼B

10. 

„globale uitvoervergunning”: vergunning die aan één specifieke exporteur voor een type of categorie producten voor tweeërlei gebruik wordt verleend en die voor uitvoer naar één of meer met naam genoemde eindgebruikers en/of in één of meer met naam genoemde landen geldig kan zijn;

11. 

„nationale algemene uitvoervergunning”: uitvoervergunning die wordt verleend overeenkomstig artikel 9, lid 2, en in de nationale wetgeving wordt gedefinieerd, conform artikel 9 en bijlage III quater;

12. 

„douanegebied van de Europese Unie”: het grondgebied, bedoeld in artikel 3 van het communautaire douanewetboek;

13. 

„niet-communautaire producten voor tweeërlei gebruik”: producten die de status hebben van niet-communautaire producten in de zin van artikel 4, lid 8, van het communautaire douanewetboek.

HOOFDSTUK II

TOEPASSINGSGEBIED

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals