Article 12
Bij hun besluit om al dan niet een individuele of globale uitvoervergunning te verlenen of om een vergunning voor de tussenhandeldiensten uit hoofde van deze verordening te verlenen, houden de lidstaten rekening met alle ter zake dienende overwegingen, waaronder:
de verplichtingen en verbintenissen waarmee ieder van hen heeft ingestemd als partij bij de internationale regimes inzake non-proliferatie en uitvoercontrole of door de bekrachtiging van de desbetreffende internationale verdragen;
hun verplichtingen in het kader van sancties uit hoofde van een door de Raad vastgesteld ►M1 besluit of gemeenschappelijk standpunt ◄ of uit hoofde van een besluit van de OVSE, dan wel krachtens een bindende resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;
overwegingen van nationaal buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van overwegingen uit hoofde van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie ( 1 );
overwegingen omtrent het voorgenomen eindgebruik en het onttrekkingsgevaar.