Article 10
1.
Vergunningen voor tussenhandeldiensten op grond van deze verordening worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de tussenhandelaar ingezetene of gevestigd is. Deze vergunningen worden afgegeven voor een bepaalde hoeveelheid specifieke producten die tussen twee of meer derde landen worden verplaatst. De plaats van de producten in het derde land van herkomst, de eindgebruiker en de precieze plaats waar die zich bevindt, moeten duidelijk vaststaan. De vergunningen zijn in de gehele Gemeenschap geldig.
2.
Tussenhandelaars verstrekken de bevoegde autoriteiten alle informatie die vereist is voor een aanvraag van een vergunning op grond van deze verordening met het oog op het verlenen van tussenhandeldiensten, en met name nadere bijzonderheden over de plaats waar de producten voor tweeërlei gebruik zich in het derde land van herkomst bevinden, een duidelijke beschrijving van de aard en het aantal producten, de bij de transactie betrokken derde partijen, het derde land van bestemming, de eindgebruiker in dat land en de precieze plaats waar die zich bevindt.
3.
De lidstaten behandelen aanvragen voor vergunningen voor het verlenen van tussenhandeldiensten binnen een volgens de nationale wetgeving of op grond van de nationale praktijk te bepalen termijn.
4.
De lidstaten verstrekken de Commissie een lijst van de autoriteiten die gemachtigd zijn om op grond van deze verordening vergunningen af te geven met het oog op het verlenen van tussenhandeldiensten. De Commissie maakt de lijst van deze autoriteiten bekend in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.