CELEX 02009R0428 · v20211007

Article 9

▼M1

1.  
Bij deze verordening worden voor bepaalde soorten uitvoer uniale algemene uitvoervergunningen als bedoeld in de bijlagen II a tot en met II f ingesteld.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de exporteur gevestigd is, kan de exporteur verbieden deze vergunningen te gebruiken indien er een redelijk vermoeden bestaat dat deze niet in staat is een vergunning of een bepaling van de exportcontrolewetgeving na te leven.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten wisselen informatie uit over exporteurs aan wie het gebruiksrecht met betrekking tot een uniale algemene uitvoervergunning is ontnomen, tenzij zij veiligstellen dat de exporteur niet zal pogen producten voor tweeërlei gebruik via een andere lidstaat uit te voeren. Het in artikel 19, lid 4, bedoelde systeem wordt hiervoor gebruikt.

▼M3

Om ervoor te zorgen dat enkel transacties die weinig risico opleveren onder de in de bijlagen IIa tot IIf beschreven algemene uitvoervergunningen van de Unie vallen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 23 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bestemmingen van het toepassingsgebied van die algemene uitvoervergunningen van de Unie uit te sluiten als dergelijke bestemmingen onder een wapenembargo komen te vallen als bedoeld in artikel 4, lid 2.

Indien in het geval van dergelijke wapenembargo’s dwingende redenen van urgentie vereisen dat bepaalde bestemmingen worden uitgesloten van het toepassingsgebied van een algemene uitvoervergunning van de Unie, is de procedure van artikel 23 ter van toepassing op de gedelegeerde handelingen die worden vastgesteld op grond van dit lid.

▼B

2.  

Voor elke andere uitvoer waarvoor uit hoofde van deze verordening een vergunning vereist is, wordt de vergunning in kwestie afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de exporteur gevestigd is. Onder voorbehoud van de beperkingen in lid 4 kan de vergunning een individuele, een globale of een algemene vergunning zijn.

Alle vergunningen zijn in de gehele Gemeenschap geldig.

Exporteurs verstrekken de bevoegde autoriteiten alle informatie die vereist is voor hun aanvragen van individuele en algemene uitvoervergunningen, zodat de nationale bevoegde autoriteiten over volledige informatie beschikken over met name de eindgebruiker, het land van bestemming en het eindgebruik van het uitgevoerde product. Aan de vergunning kan in voorkomend geval een verplichting worden verbonden om een verklaring betreffende het eindgebruik af te geven.

3.  
De lidstaten behandelen aanvragen voor individuele of algemene vergunningen binnen een volgens de nationale wetgeving of op grond van de nationale praktijk te bepalen termijn.
4.  

Nationale algemene uitvoervergunningen:

▼M1

a) 

sluiten van hun toepassingsgebied producten uit die op de lijst van bijlage IIg voorkomen;

▼B

b) 

worden gedefinieerd in de nationale wetgeving of in de nationale praktijk. Zij kunnen worden gebruikt door alle exporteurs die gevestigd zijn of verblijven in de lidstaat van afgifte van de vergunning, indien zij voldoen aan de voorschriften van deze verordening en van de aanvullende nationale wetgeving. Zij worden afgegeven overeenkomstig bijlage III quater, en overeenkomstig de nationale wetgeving of de nationale praktijk.

De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van de afgifte of wijziging van nationale algemene uitvoervergunningen. De Commissie maakt deze kennisgevingen bekend in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie;

c) 

mogen niet worden gebruikt indien de exporteur door zijn autoriteiten is meegedeeld dat de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn voor gebruik als bedoeld in artikel 4, leden 1 en 3, of in artikel 4, lid 2, in een land ten aanzien waarvan een wapenembargo is ►M1  opgelegd bij een besluit of een gemeenschappelijk standpunt ◄ van de Raad of bij besluit van de OVSE, dan wel krachtens een bindende resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, of indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten bestemd zijn voor de bovengenoemde doeleinden.

5.  
De lidstaten handhaven of scheppen in hun nationale wetgeving de mogelijkheid om een globale uitvoervergunning te verlenen.
6.  

De lidstaten verstrekken de Commissie een lijst van de autoriteiten die gemachtigd zijn om:

a) 

uitvoervergunningen voor producten voor tweeërlei gebruik af te geven;

b) 

te besluiten de doorvoer van niet-communautaire producten voor tweeërlei gebruik te verbieden op grond van deze verordening.

De Commissie maakt de lijst van deze autoriteiten bekend in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals