CELEX 02006R1907 · v20251023

3.2. Mengsels

Voor ten minste alle stoffen waarnaar in de punten 3.2.1 of 3.2.2 wordt verwezen, moet de productidentificatie worden vermeld, alsook de concentratie of het concentratiebereik en de indeling. Leveranciers van mengsels kunnen ervoor kiezen daarnaast alle stoffen in het mengsel te vermelden, waaronder ook stoffen die niet aan de indelingscriteria voldoen. Aan de hand van deze informatie moet de afnemer gemakkelijk de gevaren van de stoffen in het mengsel kunnen identificeren. De gevaren van het mengsel zelf moeten in rubriek 2 worden vermeld.

De concentraties van de stoffen in een mengsel moeten op een van de volgende wijzen worden beschreven:

a) 

exacte percentages in afnemende volgorde per massa of volume, wanneer dat technisch mogelijk is;

b) 

percentagebereik in afnemende volgorde per massa of volume, wanneer dat technisch mogelijk is.

Wanneer een percentagebereik wordt gebruikt en de gevolgen van het mengsel als geheel niet beschikbaar zijn, moeten in de gevaren voor de gezondheid en het milieu de gevolgen van de hoogste concentratie van elk ingrediënt worden beschreven.

Wanneer de gevolgen van het mengsel als geheel beschikbaar zijn, moet de uit die informatie voortvloeiende indeling in rubriek 2 worden opgenomen.

Wanneer overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 het gebruik van een andere chemische naam is toegestaan, mag die naam worden gebruikt.

3.2.1. Voor een mengsel dat volgens Verordening (EG) nr. 1272/2008 voldoet aan de criteria voor indeling, moeten de volgende stoffen (zie ook tabel 1.1) met hun concentratie of concentratiebereik in het mengsel worden vermeld:

a) 

voor de gezondheid of voor het milieu gevaarlijke stoffen in de zin van Verordening (EG) nr. 1272/2008 wanneer die stoffen aanwezig zijn in concentraties die gelijk zijn aan of groter zijn dan de laagste van onderstaande concentraties:

i) 

de algemene ondergrenzen van tabel 1.1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008;

ii) 

de algemene concentratiegrenzen vermeld in de delen 3 tot en met 5 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008, rekening houdend met de concentraties bedoeld in de noten bij bepaalde tabellen in deel 3 aangaande de verplichting om op aanvraag een veiligheidsinformatieblad voor het mengsel beschikbaar te stellen, en voor aspiratiegevaar (rubriek 3.10 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008) ≥ 1 %;

iii) 

de specifieke concentratiegrenzen in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008;

iv) 

wanneer een M-factor is opgenomen in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008, de algemene ondergrens in tabel 1.1 van bijlage I bij die verordening, aangepast volgens de berekeningsmethode van punt 4.1 van bijlage I bij die verordening;

v) 

de specifieke concentratiegrenzen die zijn verstrekt voor opname in de krachtens Verordening (EG) nr. 1272/2008 vastgestelde inventaris van indelingen en etiketteringen;

vi) 

een tiende van de specifieke concentratiegrens voor een stof die is ingedeeld als huidallergeen of inhalatieallergeen met een specifieke concentratiegrens;

vii) 

de concentratiegrenzen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1272/2008;

viii) 

wanneer een M-factor is verstrekt voor opname in de krachtens Verordening (EG) nr. 1272/2008 vastgestelde inventaris van indelingen en etiketteringen, de algemene ondergrens in tabel 1.1 van bijlage I bij die verordening, aangepast volgens de berekeningsmethode van punt 4.1 van bijlage I bij die verordening;

b) 

stoffen waarvoor in de Unie grenzen voor de blootstelling op het werk zijn vastgesteld en die nog niet in punt a) zijn opgenomen;

c) 

indien de concentratie van een individuele stof gelijk aan of groter dan 0,1 % is, stoffen die aan een van de volgende criteria voldoen:

— 
stoffen die persistent, bioaccumulerend en toxisch, dan wel zeer persistent en sterk bioaccumulerend zijn volgens de criteria van bijlage XIII,
— 
stoffen die wegens andere dan de onder a) van dit punt genoemde gevaren, zoals hormoonontregelende eigenschappen, zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 59, lid 1, opgestelde lijst,
— 
stoffen waarvan overeenkomstig de criteria van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2100 of Verordening (EU) 2018/605 is vastgesteld dat zij hormoonontregelende eigenschappen hebben.

Tabel 1.1

Lijst van gevarenklassen, gevarencategorieën en concentratiegrenzen die tot gevolg hebben dat een stof in punt 3.2.1 als stof in een mengsel moet worden opgenomen

Gevarenklasse en -categorie

Concentratiegrens (%)

Acute toxiciteit, categorie 1, 2 en 3

≥ 0,1

Acute toxiciteit, categorie 4

≥ 1

Huidcorrosie/-irritatie, categorie 1, categorieën 1A, 1B, 1C en categorie 2

≥ 1

Ernstig oogletsel/oogirritatie, categorie 1 en 2

≥ 1

Inhalatieallergeen categorie 1 of categorie 1B

≥ 0,1

Inhalatieallergeen categorie 1A

≥ 0,01

Huidallergeen categorie 1 of categorie 1B

≥ 0,1

Huidallergeen categorie 1A

≥ 0,01

Mutageniteit in geslachtscellen, categorie 1A en 1B

≥ 0,1

Mutageniteit in geslachtscellen, categorie 2

≥ 1

Kankerverwekkendheid, categorie 1A, 1B en 2

≥ 0,1

Giftigheid voor de voortplanting, categorie 1A, 1B en 2 en effecten op en via lactatie

≥ 0,1

Specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij eenmalige blootstelling, categorie 1, 2 en 3

≥ 1

Specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij herhaalde blootstelling, categorie 1 en 2

≥ 1

Aspiratietoxiciteit

≥ 1

Acuut gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 1

≥ 0,1

Chronisch gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 1

≥ 0,1

Chronisch gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 2, 3 en 4

≥ 1

Gevaarlijk voor de ozonlaag

≥ 0,1

3.2.2. Voor een mengsel dat volgens Verordening (EG) nr. 1272/2008 niet voldoet aan de criteria voor indeling, moeten de stoffen die aanwezig zijn in een concentratie die afzonderlijk gelijk is aan of hoger is dan de volgende concentraties met hun concentratie of concentratiebereik worden vermeld:

a) 

1 gewichtsprocent voor niet-gasvormige mengsels en 0,2 volumeprocent voor gasvormige mengsels voor:

i) 

voor de gezondheid of voor het milieu gevaarlijke stoffen in de zin van Verordening (EG) nr. 1272/2008, of

ii) 

stoffen waarvoor in de Unie grenzen voor de blootstelling op het werk zijn vastgesteld;

b) 

0,1 gewichtsprocent voor stoffen die aan een van de volgende criteria voldoen:

— 
stoffen die volgens de criteria van bijlage XIII persistent, bioaccumulerend en toxisch zijn;
— 
stoffen die volgens de criteria van bijlage XIII zeer persistent en sterk bioaccumulerend zijn;
— 
stoffen die wegens andere dan de onder a) van dit punt genoemde gevaren, zoals hormoonontregelende eigenschappen, zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 59, lid 1, opgestelde lijst,
— 
stoffen waarvan overeenkomstig de criteria van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2100 of Verordening (EU) 2018/605 is vastgesteld dat zij hormoonontregelende eigenschappen hebben;
c) 

0,1 % van een stof die is ingedeeld als huidallergeen van categorie 1 of 1B, inhalatieallergeen van categorie 1 of 1B of kankerverwekkend van categorie 2;

d) 

0,01 % van een stof die is ingedeeld als huidallergeen van categorie 1A of inhalatieallergeen van categorie 1A;

e) 

een tiende van de specifieke concentratiegrens voor een stof die is ingedeeld als huidallergeen of inhalatieallergeen met een specifieke concentratiegrens;

f) 

0,1 % van een stof die is ingedeeld als giftig voor de voortplanting van categorie 1A, 1B of 2, of voor effecten op of via lactatie.

3.2.3. Voor de in punt 3.2 vermelde stoffen:

— 
moet de indeling van de stof overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008, met inbegrip van de gevarenklasse(n) en categoriecode(s) van tabel 1.1 van bijlage VI bij die verordening en van de gevarenaanduidingen en aanvullende gevarenaanduidingen, worden verstrekt. De gevarenaanduidingen en de aanvullende gevarenaanduidingen hoeven in dit punt niet volledig uitgeschreven te worden; hun codes volstaan. Wanneer zij niet volledig zijn uitgeschreven, moet worden verwezen naar rubriek 16, waar de volledige tekst van elke relevante gevarenaanduiding moet zijn opgenomen. Indien de stof niet aan de indelingscriteria voldoet, dient de reden waarom de stof in punt 3.2 wordt opgenomen te worden vermeld, bijvoorbeeld: “niet-ingedeelde zPzB-stof” of “stof waarvoor binnen de Unie een blootstellingsgrens op de werkvloer geldt”.
— 
moeten de specifieke concentratiegrens, de M-factor en de acute toxiciteitsschatting voor de stof in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 of die zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage I bij die verordening, worden vermeld indien zij beschikbaar zijn.
— 
als de in het mengsel gebruikte stof een nanovorm is en als zodanig is geregistreerd of vermeld in het chemischeveiligheidsrapport van de downstreamgebruiker, moeten de deeltjeskenmerken die de in bijlage VI beschreven nanovorm specificeren, worden vermeld. Als de in het mengsel gebruikte stof een nanovorm is die niet is geregistreerd of vermeld in het chemischeveiligheidsrapport van de downstreamgebruiker, moeten de deeltjeskenmerken die gevolgen hebben voor de veiligheid van het mengsel worden vermeld.

3.2.4. Voor de stoffen die in punt 3.2 worden vermeld, moet de naam en, indien dat beschikbaar is, het registratienummer worden vermeld dat overeenkomstig artikel 20, lid 3, van deze verordening moet worden toegekend.

Zonder afbreuk te doen aan de in artikel 39 van deze verordening vastgestelde verplichtingen voor downstreamgebruikers kan het deel van het registratienummer dat naar de individuele registrant van een gezamenlijke indiening verwijst worden weggelaten door de leverancier van het mengsel, op voorwaarde:

a) 

dat de leverancier de verantwoordelijkheid op zich neemt om op verzoek het volledige registratienummer voor handhavingsdoeleinden te verstrekken of, wanneer hij niet over het volledige registratienummer beschikt, om het verzoek overeenkomstig punt b) door te sturen naar zijn leverancier, en

b) 

dat de leverancier het volledige registratienummer aan de handhavingsautoriteit van de lidstaat (hierna “de handhavingsautoriteit” genoemd) verstrekt binnen zeven dagen na ontvangst van een verzoek, dat ofwel direct uitgaat van de handhavingsautoriteit, ofwel is doorgestuurd door zijn afnemer, of dat de leverancier, wanneer hij niet over het volledige registratienummer beschikt, het verzoek binnen zeven dagen na het verzoek doorstuurt naar zijn leverancier en de handhavingsautoriteit daarvan tegelijkertijd op de hoogte stelt.

Indien beschikbaar moet overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 het EG-nummer worden verstrekt. Indien beschikbaar mogen ook het CAS-nummer en de IUPAC-benaming worden vermeld.

Voor stoffen waarvoor in dit punt overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 een andere chemische naam is gebruikt, is het niet nodig het registratienummer, het EG-nummer of andere precieze chemische identificaties te vermelden.

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.