1.1.2. Specifieke concentratiegrenzen, vermenigvuldigingsfactoren M en algemene ondergrenzen
1.1.2.1. Specifieke concentratiegrenzen of vermenigvuldigingsfactoren worden toegepast overeenkomstig artikel 10.
1.1.2.2. Ondergrenzen
1.1.2.2.1. Ondergrenzen geven aan wanneer met de aanwezigheid van een stof rekening moet worden gehouden met het oog op indeling van een stof die of een mengsel dat de betreffende gevaarlijke stof bevat, als geïdentificeerde verontreiniging, additief of afzonderlijk bestanddeel (zie artikel 11).
1.1.2.2.2. De in artikel 11 bedoelde ondergrenzen zijn als volgt:
Voor de gezondheids- en milieugevaren in de delen 3, 4 en 5 van deze bijlage:
voor stoffen waarvoor een specifieke concentratiegrens is bepaald voor de toepasselijke gevarenklasse of onderverdeling daarvan, hetzij in deel 3 van bijlage VI hetzij in de in artikel 42 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen, en wanneer de gevarenklasse of onderverdeling daarvan in Tabel 1.1. wordt genoemd, de laagste waarde van de specifieke concentratiegrens en de toepasselijke algemene ondergrens in Tabel 1.1; of
voor stoffen waarvoor een specifieke concentratiegrens is bepaald voor de toepasselijke gevarenklasse of onderverdeling daarvan, hetzij in deel 3 van bijlage VI hetzij in de in artikel 42 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen, en wanneer de gevarenklasse of onderverdeling daarvan in Tabel 1.1. niet wordt genoemd, de specifieke concentratiegrens die hetzij in deel 3 van bijlage VI hetzij in de in artikel 43 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen wordt genoemd; of
voor stoffen waarvoor geen specifieke concentratiegrens is bepaald voor de toepasselijke gevarenklasse of onderverdeling daarvan, hetzij in deel 3 van bijlage VI hetzij in de in artikel 42 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen, en wanneer de gevarenklasse of onderverdeling daarvan in Tabel 1.1 wordt genoemd, de toepasselijke algemene ondergrens als genoemd in deze tabel; of
voor stoffen waarvoor geen specifieke concentratiegrens is bepaald voor de toepasselijke gevarenklasse of onderverdeling daarvan, hetzij in deel 3 van bijlage VI hetzij in de in artikel 42 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen, en wanneer de gevarenklasse of onderverdeling daarvan in Tabel 1.1 niet wordt genoemd, de algemene concentratiegrens voor indeling in de toepasselijke punten van de delen 3, 4 en 5 van deze bijlage.
Voor gevaren voor het aquatisch milieu in punt 4.1 van deze bijlage:
voor stoffen waarvoor een M-factor is bepaald voor de toepasselijke gevarencategorie in deel 3 van bijlage VI, of in de in artikel 42 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen, de algemene ondergrens in Tabel 1.1, aangepast met behulp van de berekening in punt 4.1 van deze bijlage; of
voor stoffen waarvoor geen M-factor is bepaald voor de toepasselijke gevarencategorie in deel 3 van bijlage VI of in de in artikel 42 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen, de algemene ondergrens in Tabel 1.1.
Tabel 1.1
Algemene ondergrenzen
|
Gevarenklasse |
Algemene ondergrenzen waarmee rekening moet worden gehouden |
|
Acute toxiciteit: |
|
|
— Categorieën 1, 2 en 3 |
0,1 % |
|
— Categorie 4 |
1 % |
|
Huidcorrosie/-irritatie |
1 % (1) |
|
Ernstig oogletsel/oogirritatie |
1 % (2) |
|
Specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling, categorie 3 |
1 % (3) |
|
Aspiratietoxiciteit |
1 % |
|
Gevaarlijk voor het aquatisch milieu |
|
|
— Acuut, categorie 1 |
0,1 % (4) |
|
— Chronisch, categorie 1 |
0,1 % (4) |
|
— Chronisch, categorieën 2, 3 en 4 |
1 % |
|
(1)
Of, in bepaalde gevallen, < 1 %, zie punt 3.2.3.3.1.
(2)
Of, in bepaalde gevallen, < 1 %, zie punt 3.3.3.3.1.
(3)
Of, in bepaalde gevallen, < 1 %, zie punt 3.8.3.4.6.
(4)
Of, in bepaalde gevallen, < 0,1 %, zie punt 4.1.3.1. |
|
Noot:
De algemene ondergrenzen zijn uitgedrukt in gewichtspercenten, behalve bij gasmengsels voor gevarenklassen waarbij de algemene ondergrenzen het best in volumepercenten kunnen worden uitgedrukt.