Article 52 / Vrijwaringsclausule
Artikel 52
Vrijwaringsclausule
1.
Wanneer een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een stof of mengsel, hoewel ten aanzien daarvan aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan, niettemin een ernstig risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu vormt wegens de indeling, etikettering of verpakking ervan, kan die lidstaat passende voorlopige maatregelen nemen. De lidstaat stelt de Commissie, het Agentschap en de overige lidstaten daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de redenen voor zijn besluit.
2.
Binnen zestig dagen na ontvangst van de informatie van de lidstaat stelt de Commissie volgens de in artikel 54, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vast waarbij zij de voorlopige maatregel voor een in het besluit bepaalde termijn goedkeurt dan wel de lidstaat verzoekt de voorlopige maatregel in te trekken.
3.
Indien een in lid 2 bedoelde voorlopige maatregel in verband met indeling of etikettering van een stof wordt goedgekeurd, dient de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat volgens de in artikel 37 bedoelde procedure binnen drie maanden na het besluit van de Commissie bij het Agentschap een voorstel voor een geharmoniseerde indeling en etikettering in.