CELEX 02008R1272 · v20250901

TITLE VI / BEVOEGDE INSTANTIES EN HANDHAVING

TITEL VI

BEVOEGDE INSTANTIES EN HANDHAVING

Artikel 43

Aanwijzing van bevoegde instanties en handhavingsinstanties en samenwerking tussen instanties

De lidstaten wijzen een of meer instanties aan die bevoegd zijn voor voorstellen voor geharmoniseerde indeling en etikettering alsook de instanties bevoegd voor de handhaving van de in deze verordening vastgelegde verplichtingen.

De bevoegde instanties en de voor handhaving bevoegde instanties werken onderling samen bij de uitvoering van hun taken overeenkomstig deze verordening en verlenen de bevoegde instanties van de overige lidstaten hiertoe alle noodzakelijke en nuttige steun.

Artikel 43

Aanwijzing van bevoegde instanties en handhavingsinstanties en samenwerking tussen instanties

Aanwijzing van bevoegde instanties en handhavingsinstanties en samenwerking tussen instanties

De lidstaten wijzen een of meer instanties aan die bevoegd zijn voor voorstellen voor geharmoniseerde indeling en etikettering alsook de instanties bevoegd voor de handhaving van de in deze verordening vastgelegde verplichtingen.

De bevoegde instanties en de voor handhaving bevoegde instanties werken onderling samen bij de uitvoering van hun taken overeenkomstig deze verordening en verlenen de bevoegde instanties van de overige lidstaten hiertoe alle noodzakelijke en nuttige steun.

Artikel 44

Helpdesk

De lidstaten richten een nationale helpdesk op om fabrikanten, importeurs, distributeurs of downstreamgebruikers en andere belangstellende partijen advies te verstrekken over hun respectieve verantwoordelijkheden en verplichtingen uit hoofde van deze verordening.

Artikel 44

Helpdesk

Helpdesk

De lidstaten richten een nationale helpdesk op om fabrikanten, importeurs, distributeurs of downstreamgebruikers en andere belangstellende partijen advies te verstrekken over hun respectieve verantwoordelijkheden en verplichtingen uit hoofde van deze verordening.

Artikel 45

Aanwijzing van organen die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen van informatie in verband met de gezondheid, met het oog op respons in noodgevallen

▼M36

1.  
De lidstaten wijzen een of meer organen aan die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen van de relevante geharmoniseerde informatie in verband met de gezondheid, met het oog op respons in noodgevallen en preventieve maatregelen overeenkomstig bijlage VIII.

▼B

2.  

De aangewezen organen bieden alle nodige waarborgen inzake de vertrouwelijke behandeling van de ontvangen informatie. Deze informatie mag alleen worden gebruikt:

a) 

om te reageren op medische verzoeken met het oog op zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen;

en tevens

▼M36

b) 

op verzoek van de lidstaat, de Commissie of het Agentschap om door middel van statistische analyse te bepalen waar de risicobeheersmaatregelen vatbaar zijn voor verbetering.

▼B

De informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

3.  
De aangewezen organen beschikken over alle informatie die zij van de voor het in de handel brengen verantwoordelijke importeurs en downstreamgebruikers nodig hebben om hun taken uit te voeren.

▼M20

4.  
De Commissie is bevoegd om, na overleg met relevante belanghebbenden, zoals de European Association of Poison Centres and Clinical Toxicologists (Europese vereniging van antigifcentra en klinisch toxicologen — EAPCCT), overeenkomstig artikel 53 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VIII met het oog op de verdere harmonisatie van de informatie in verband met respons in noodgevallen en preventieve maatregelen op gezondheidsgebied.

▼B

Artikel 45

Aanwijzing van organen die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen van informatie in verband met de gezondheid, met het oog op respons in noodgevallen

Aanwijzing van organen die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen van informatie in verband met de gezondheid, met het oog op respons in noodgevallen

▼M36 ▼M36

1.  
De lidstaten wijzen een of meer organen aan die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen van de relevante geharmoniseerde informatie in verband met de gezondheid, met het oog op respons in noodgevallen en preventieve maatregelen overeenkomstig bijlage VIII.
1.  
De lidstaten wijzen een of meer organen aan die verantwoordelijk zijn voor het ontvangen van de relevante geharmoniseerde informatie in verband met de gezondheid, met het oog op respons in noodgevallen en preventieve maatregelen overeenkomstig bijlage VIII.

▼B ▼B

2.  

De aangewezen organen bieden alle nodige waarborgen inzake de vertrouwelijke behandeling van de ontvangen informatie. Deze informatie mag alleen worden gebruikt:

a) 

om te reageren op medische verzoeken met het oog op zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen;

en tevens

▼M36

b) 

op verzoek van de lidstaat, de Commissie of het Agentschap om door middel van statistische analyse te bepalen waar de risicobeheersmaatregelen vatbaar zijn voor verbetering.

▼B

De informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

2.  

De aangewezen organen bieden alle nodige waarborgen inzake de vertrouwelijke behandeling van de ontvangen informatie. Deze informatie mag alleen worden gebruikt:

a) 

om te reageren op medische verzoeken met het oog op zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen;

en tevens

▼M36

b) 

op verzoek van de lidstaat, de Commissie of het Agentschap om door middel van statistische analyse te bepalen waar de risicobeheersmaatregelen vatbaar zijn voor verbetering.

▼B

De informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

De aangewezen organen bieden alle nodige waarborgen inzake de vertrouwelijke behandeling van de ontvangen informatie. Deze informatie mag alleen worden gebruikt:

a) 

om te reageren op medische verzoeken met het oog op zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen;

en tevens

a) 
a) 

om te reageren op medische verzoeken met het oog op zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen;

en tevens

om te reageren op medische verzoeken met het oog op zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen;

en tevens

▼M36 ▼M36

b) 

op verzoek van de lidstaat, de Commissie of het Agentschap om door middel van statistische analyse te bepalen waar de risicobeheersmaatregelen vatbaar zijn voor verbetering.

b) 
b) 

op verzoek van de lidstaat, de Commissie of het Agentschap om door middel van statistische analyse te bepalen waar de risicobeheersmaatregelen vatbaar zijn voor verbetering.

op verzoek van de lidstaat, de Commissie of het Agentschap om door middel van statistische analyse te bepalen waar de risicobeheersmaatregelen vatbaar zijn voor verbetering.

▼B ▼B

De informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

3.  
De aangewezen organen beschikken over alle informatie die zij van de voor het in de handel brengen verantwoordelijke importeurs en downstreamgebruikers nodig hebben om hun taken uit te voeren.
3.  
De aangewezen organen beschikken over alle informatie die zij van de voor het in de handel brengen verantwoordelijke importeurs en downstreamgebruikers nodig hebben om hun taken uit te voeren.

▼M20 ▼M20

4.  
De Commissie is bevoegd om, na overleg met relevante belanghebbenden, zoals de European Association of Poison Centres and Clinical Toxicologists (Europese vereniging van antigifcentra en klinisch toxicologen — EAPCCT), overeenkomstig artikel 53 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VIII met het oog op de verdere harmonisatie van de informatie in verband met respons in noodgevallen en preventieve maatregelen op gezondheidsgebied.
4.  
De Commissie is bevoegd om, na overleg met relevante belanghebbenden, zoals de European Association of Poison Centres and Clinical Toxicologists (Europese vereniging van antigifcentra en klinisch toxicologen — EAPCCT), overeenkomstig artikel 53 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage VIII met het oog op de verdere harmonisatie van de informatie in verband met respons in noodgevallen en preventieve maatregelen op gezondheidsgebied.

▼B ▼B

Artikel 46

Handhaving en rapportage

1.  
De lidstaten nemen alle nodige maatregelen, met inbegrip van het onderhouden van een systeem van officiële controles, om te waarborgen dat stoffen en mengsels niet in de handel worden gebracht tenzij zij overeenkomstig deze verordening ingedeeld, geëtiketteerd, aangemeld en verpakt zijn.

▼M36

1 bis.  
Voor de toepassing van lid 1 geven de in artikel 43 van deze verordening bedoelde handhavingsautoriteiten follow-up aan klachten of meldingen in verband met niet-naleving van deze verordening en gaan zij na of de in artikel 3, punt 16, van Verordening (EU) 2019/1020 bedoelde corrigerende maatregelen zijn genomen.

▼B

2.  
De lidstaten dienen elke vijf jaar vóór 1 juli bij het Agentschap een verslag in over de resultaten van de officiële controles en de andere genomen handhavingsmaatregelen. Het eerste verslag wordt uiterlijk op 20 januari 2012 ingediend. Het Agentschap stelt deze verslagen beschikbaar aan de Commissie, die ze in aanmerking neemt bij het verslag dat zij overeenkomstig artikel 117 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 opstelt.
3.  
Het in artikel 76, lid 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde forum voert de in artikel 77, lid 4, onder a) tot en met g), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vermelde taken uit betreffende de handhaving van de onderhavige verordening.

Artikel 46

Handhaving en rapportage

Handhaving en rapportage

1.  
De lidstaten nemen alle nodige maatregelen, met inbegrip van het onderhouden van een systeem van officiële controles, om te waarborgen dat stoffen en mengsels niet in de handel worden gebracht tenzij zij overeenkomstig deze verordening ingedeeld, geëtiketteerd, aangemeld en verpakt zijn.
1.  
De lidstaten nemen alle nodige maatregelen, met inbegrip van het onderhouden van een systeem van officiële controles, om te waarborgen dat stoffen en mengsels niet in de handel worden gebracht tenzij zij overeenkomstig deze verordening ingedeeld, geëtiketteerd, aangemeld en verpakt zijn.

▼M36 ▼M36

1 bis.  
Voor de toepassing van lid 1 geven de in artikel 43 van deze verordening bedoelde handhavingsautoriteiten follow-up aan klachten of meldingen in verband met niet-naleving van deze verordening en gaan zij na of de in artikel 3, punt 16, van Verordening (EU) 2019/1020 bedoelde corrigerende maatregelen zijn genomen.
1 bis.  
Voor de toepassing van lid 1 geven de in artikel 43 van deze verordening bedoelde handhavingsautoriteiten follow-up aan klachten of meldingen in verband met niet-naleving van deze verordening en gaan zij na of de in artikel 3, punt 16, van Verordening (EU) 2019/1020 bedoelde corrigerende maatregelen zijn genomen.

▼B ▼B

2.  
De lidstaten dienen elke vijf jaar vóór 1 juli bij het Agentschap een verslag in over de resultaten van de officiële controles en de andere genomen handhavingsmaatregelen. Het eerste verslag wordt uiterlijk op 20 januari 2012 ingediend. Het Agentschap stelt deze verslagen beschikbaar aan de Commissie, die ze in aanmerking neemt bij het verslag dat zij overeenkomstig artikel 117 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 opstelt.
2.  
De lidstaten dienen elke vijf jaar vóór 1 juli bij het Agentschap een verslag in over de resultaten van de officiële controles en de andere genomen handhavingsmaatregelen. Het eerste verslag wordt uiterlijk op 20 januari 2012 ingediend. Het Agentschap stelt deze verslagen beschikbaar aan de Commissie, die ze in aanmerking neemt bij het verslag dat zij overeenkomstig artikel 117 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 opstelt.
3.  
Het in artikel 76, lid 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde forum voert de in artikel 77, lid 4, onder a) tot en met g), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vermelde taken uit betreffende de handhaving van de onderhavige verordening.
3.  
Het in artikel 76, lid 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde forum voert de in artikel 77, lid 4, onder a) tot en met g), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vermelde taken uit betreffende de handhaving van de onderhavige verordening.

Artikel 47

Sancties bij niet naleving

De lidstaten stellen sancties voor bij niet-naleving van deze verordening en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze verordening worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 20 juli 2010 op de hoogte van de sanctiebepalingen en stellen haar onverwijld op de hoogte van eventuele latere wijzigingen.

Artikel 47

Sancties bij niet naleving

Sancties bij niet naleving

De lidstaten stellen sancties voor bij niet-naleving van deze verordening en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze verordening worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 20 juli 2010 op de hoogte van de sanctiebepalingen en stellen haar onverwijld op de hoogte van eventuele latere wijzigingen.

TITEL VII

GEMEENSCHAPPELIJKE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 48

Reclame

1.  
Elke vorm van reclame voor een stof die als gevaarlijk is ingedeeld, moet melding maken van de desbetreffende gevarenklassen of gevarencategorieën.
2.  

Elke vorm van reclame voor een als gevaarlijk ingedeeld of onder artikel 25, lid 6, vallend mengsel waarbij een particulier een koopcontract kan sluiten zonder eerst het etiket te hebben gezien, moet melding maken van de op het etiket genoemde soort of soorten gevaren.

De eerste alinea geldt onverminderd Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten ( 5 ).

Artikel 49

Verplichting om informatie te bewaren en verzoeken om informatie

1.  

De leverancier is gehouden alle informatie die hij uit hoofde van deze verordening voor de indeling en etikettering heeft gebruikt, te verzamelen en te bewaren gedurende ten minste tien jaar nadat de stof of het mengsel voor het laatst door de betrokken leverancier is geleverd.

De leverancier bewaart die informatie samen met de krachtens artikel 36 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vereiste informatie.

2.  
Indien een leverancier zijn activiteiten beëindigt, of zijn activiteiten geheel of gedeeltelijk overdraagt aan een derde, is degene die verantwoordelijk is voor de liquidatie van de onderneming van de leverancier of die de verantwoordelijkheid op zich neemt om de stof of het mengsel in kwestie in de handel te brengen, gehouden aan de verplichting van lid 1, in plaats van de leverancier.
3.  

De bevoegde instantie of de handhavingsautoriteiten van een lidstaat waarin een leverancier is gevestigd of het Agentschap kunnen de leverancier verzoeken hen de informatie als bedoeld in lid 1, eerste alinea, over te leggen.

Wanneer die informatie echter bij het Agentschap beschikbaar is uit hoofde van een registratie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 of een kennisgeving overeenkomstig artikel 40 van deze verordening, gebruikt het Agentschap die informatie en wendt de instantie zich tot het Agentschap.

Artikel 50

Taken van het Agentschap

1.  
Het Agentschap verstrekt de lidstaten en de instellingen van de Gemeenschap zo goed mogelijk wetenschappelijk en technisch advies over vraagstukken in verband met chemische stoffen die binnen de bevoegdheid van het Agentschap vallen en overeenkomstig deze verordening aan het Agentschap worden voorgelegd.
2.  

Het secretariaat van het Agentschap dient:

▼M36

a) 

waar nodig actuele technische en wetenschappelijke richtsnoeren en hulpmiddelen aan de industrie te verstrekken over de wijze waarop aan de in deze verordening vastgestelde verplichtingen moet worden voldaan;

b) 

actuele technische en wetenschappelijke richtsnoeren en hulpmiddelen aan de bevoegde instanties te verstrekken over de toepassing en uitvoering van deze verordening en ondersteuning te verlenen aan de krachtens artikel 44 opgerichte helpdesks.

▼M36

3.  
Indien het Agentschap optreedt als aangewezen orgaan overeenkomstig artikel 45, lid 1 bis, voorziet het in de nodige hulpmiddelen om het desbetreffende aangewezen orgaan of de desbetreffende aangewezen organen van de aanwijzende lidstaat toegang tot de in artikel 45, lid 1, bedoelde informatie te verschaffen, zodat de aangewezen organen hun taken op het gebied van respons in noodgevallen en preventieve maatregelen kunnen vervullen.
4.  
Aan het Agentschap worden voldoende middelen verstrekt om het in staat te stellen zijn werkzaamheden te verrichten.

▼B

Artikel 51

Vrij verkeer van goederen

De lidstaten mogen het in de handel brengen van stoffen en mengsels die in overeenstemming zijn met deze verordening, en in voorkomend geval met communautaire besluiten die ter uitvoering van deze verordening zijn vastgesteld, niet verbieden, beperken of belemmeren om redenen die verband houden met de indeling, etikettering of verpakking van stoffen en mengsels.

Artikel 52

Vrijwaringsclausule

1.  
Wanneer een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een stof of mengsel, hoewel ten aanzien daarvan aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan, niettemin een ernstig risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu vormt wegens de indeling, etikettering of verpakking ervan, kan die lidstaat passende voorlopige maatregelen nemen. De lidstaat stelt de Commissie, het Agentschap en de overige lidstaten daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de redenen voor zijn besluit.

▼M36

2.  
Binnen zestig dagen na ontvangst van de informatie van de lidstaat stelt de Commissie volgens de in artikel 54, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vast waarbij zij de voorlopige maatregel voor een in het besluit bepaalde termijn goedkeurt dan wel de lidstaat verzoekt de voorlopige maatregel in te trekken.

▼B

3.  
Indien een in lid 2 bedoelde voorlopige maatregel in verband met indeling of etikettering van een stof wordt goedgekeurd, dient de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat volgens de in artikel 37 bedoelde procedure binnen drie maanden na het besluit van de Commissie bij het Agentschap een voorstel voor een geharmoniseerde indeling en etikettering in.

Artikel 53

Aanpassing aan technische en wetenschappelijke vooruitgang

▼M20

1.  
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 53 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van artikel 6, lid 5, artikel 11, lid 3, de artikelen 12 en 14, artikel 18, lid 3, punt b), artikel 23, de artikelen 25 tot en met 29, artikel 35, lid 2, tweede en derde alinea, en de bijlagen I tot en met VIII teneinde deze aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen, waarbij zij terdege rekening houdt met de verdere ontwikkelingen betreffende het GHS, met name VN-wijzigingen met betrekking tot het gebruik van informatie over soortgelijke mengsels, en waarbij zij de ontwikkelingen in het kader van internationaal erkende chemische programma’s en de gegevens uit ongevallendatabases in acht neemt.

Indien zulks om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 53 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.

▼M36

1 bis.  
De Commissie is overeenkomstig artikel 53 bis bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van punt 1.6 van bijlage I om de etiketteringselementen die uitsluitend op een digitaal etiket aangebracht mogen worden, op te nemen, mits het volgens het GHS niet verplicht is dergelijke etiketteringselementen op het fysieke label te vermelden. Bij de vaststelling van deze gedelegeerde handelingen houdt de Commissie rekening met de mate van digitale geletterdheid van alle bevolkingsgroepen in de Unie, maatschappelijke behoeften en de behoefte om een hoge mate van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te bereiken.
1 ter.  

Met het oog op de aanpassing aan technologische veranderingen en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, is de Commissie overeenkomstig artikel 53 bis bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de voorschriften voor de in artikelen 34 bis en 34 ter bedoelde digitale etikettering nader te bepalen. Deze nadere bepaling heeft met name betrekking op de IT-oplossingen waarvan gebruikgemaakt mag worden en de alternatieve middelen om de informatie te verstrekken. Wanneer de Commissie dergelijke gedelegeerde handelingen vaststelt:

a) 

zorgt zij voor samenhang met andere relevante handelingen van de Unie;

b) 

bevordert zij innovatie;

c) 

zorgt zij voor technologische neutraliteit door geen beperkingen of eisen op te leggen betreffende de keuze van technologie of apparatuur, binnen de grenzen van de compatibiliteit en het vermijden van interferentie;

d) 

houdt zij rekening met de mate van digitale geletterdheid van alle bevolkingsgroepen in de Unie, alsook met de beschikbaarheid van de nodige draadloze en andere technologische infrastructuur waarmee onbeperkte toegang tot informatie over chemische stoffen kan worden verkregen;

e) 

zorgt zij ervoor dat de digitalisering de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu niet in gevaar brengt.

▼M36

2.  
De Commissie, handelend namens de Unie en de lidstaten, werkt samen, op een wijze die aansluit bij haar rol in de relevante fora van de Verenigde Naties, met het oog op de bevordering van de harmonisatie van de criteria voor de indeling en etikettering van hormoonontregelaars met gevolgen voor de menselijke gezondheid, hormoonontregelaars met gevolgen voor het milieu, persistente, bioaccumulerende en toxische, zeer persistente en zeer bioaccumulerende, persistente, mobiele en toxische en zeer persistente en zeer mobiele stoffen, alsook de aanpassing van de criteria voor alternatieve benaderingen, met name testmethoden zonder dierproeven, en de beoordeling van de behoefte aan nieuwe criteria voor immunotoxische en neurotoxische stoffen.

▼M36

3.  
De Commissie evalueert regelmatig de ontwikkeling van alternatieve benaderingen, zoals de alternatieve methoden als bedoeld in artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 voor de indeling van stoffen en mengsels, met name testmethoden zonder dierproeven, en stelt gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig artikel 53 bis om bijlage I bij deze verordening te actualiseren teneinde die technische vooruitgang, voor zover relevant, weer te geven. Bij voorkeur binnen 18 maanden vanaf de datum waarop de criteria voor niet met dierproeven verkregen gegevens zijn opgenomen in de geharmoniseerde criteria voor de indeling en etikettering op VN-niveau stelt de Commissie overeenkomstig artikel 53 bis een gedelegeerde handeling vast om bijlage I bij deze verordening bij te werken met het oog op de aanpassing van de criteria.

▼M20

Artikel 53 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

▼M36

2.  
De in artikel 5, lid 8, artikel 37, leden 5 en 7, artikel 45, lid 4, en artikel 53, leden 1, 1 bis, 1 ter, en 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van 10 december 2024. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
3.  
Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 8, artikel 37, leden 5 en 7, artikel 45, lid 4, en artikel 53, leden 1, 1 bis, 1 ter, en 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

▼M20

4.  
Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven ( 6 ).
5.  
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

▼M36

6.  
Een op grond van artikel 5, lid 8, artikel 37, leden 5 en 7, artikel 45, lid 4, of artikel 53, lid 1, 1 bis, 1 ter of 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien het Europees Parlement en de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

▼M20

Artikel 53 ter

Spoedprocedure

1.  
Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.
2.  
Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 53 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

▼M36

Artikel 53 quater

Afzonderlijke gedelegeerde handelingen voor verschillende gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie stelt met betrekking tot elke haar krachtens deze verordening gedelegeerde bevoegdheid een afzonderlijke gedelegeerde handeling vast, met uitzondering van de op grond van artikel 37, lid 5, en artikel 53, lid 1, gedelegeerde bevoegdheden tot wijziging van bijlage VI, waarbij de delen 1 en 2 van die bijlage samen met deel 3 van die bijlage met één handeling kunnen worden gewijzigd.

▼B

Artikel 54

Comitéprocedure

▼M36

1.  
De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 133 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingestelde comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad ( 7 ).
2.  
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

▼M20 —————

▼M36

Artikel 54 bis

Verslaglegging en evaluatie

1.  
Uiterlijk op 11 december 2029 dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een wetenschappelijk verslag in over het onderzoek van de informatie over uit planten geëxtraheerde stoffen met meer dan één bestanddeel. In voorkomend geval kan het verslag vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel.
2.  
Uiterlijk op 11 december 2029 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een evaluatieverslag in waarin wordt beoordeeld of de vereisten in de punten 3.1 en 3.2 van bijlage II inzake kinderveilige sluitingen en tastbare gevarenaanduidingen moeten worden uitgebreid tot andere gevarenklassen. Indien gerechtvaardigd door de resultaten van het verslag, handelt de Commissie in overeenstemming met artikel 53, lid 1.

▼B

Artikel 55

Wijziging van Richtlijn 67/548/EEG

Richtlijn 67/548/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1) 

Artikel 1, lid 2, tweede alinea, wordt geschrapt.

2) 

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

lid 3 wordt vervangen door:

„3.  
Indien voor een bepaalde stof een vermelding met de geharmoniseerde indeling en etikettering in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels ( *1 ) is opgenomen, wordt die stof overeenkomstig die vermelding ingedeeld en zijn de leden 1 en 2 niet van toepassing op de door die vermelding bestreken gevaarscategorieën.
b) 

lid 4 wordt geschrapt.

3) 

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

lid 1, tweede alinea, wordt geschrapt;

b) 

lid 2 wordt vervangen door:

„2.  
De in lid 1, eerste alinea, bedoelde maatregelen zijn van toepassing totdat de stof in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 is opgenomen voor de door die vermelding bestreken gevaarscategorieën of totdat volgens de procedure van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 besloten is de stof niet op te nemen.”.
4) 

Artikel 6 wordt vervangen door:

Άρθρο 6

Υποχρέωση διεξαγωγής ερευνών

„De fabrikanten, distributeurs en importeurs van stoffen die wel in Einecs maar niet in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 zijn opgenomen, stellen een onderzoek in teneinde kennis te nemen van de bestaande relevante en toegankelijke gegevens betreffende de eigenschappen van die stoffen. Aan de hand van die gegevens moeten zij gevaarlijke stoffen verpakken en voorlopig kenmerken overeenkomstig de artikelen 22 tot en met 25 van deze richtlijn en de criteria van bijlage VI van deze richtlijn.”.

5) 

In artikel 22 worden de leden 3 en 4 geschrapt.

6) 

Artikel 23, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:

a) 

onder a) worden de woorden „bijlage I” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”;

b) 

onder c) worden de woorden „bijlage I” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”;

c) 

onder d) worden de woorden „bijlage I” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”;

d) 

onder e) worden de woorden „bijlage I” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”;

e) 

onder f) worden de woorden „bijlage I” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”.

7) 

Artikel 24, lid 4, tweede alinea, wordt geschrapt.

8) 

Artikel 28 wordt geschrapt.

9) 

In artikel 31 worden de leden 2 en 3 geschrapt.

10) 

Het volgende artikel wordt ingevoegd na artikel 32:

„Artikel 32 bis

Overgangsbepalingen betreffende etikettering en verpakking van stoffen

De artikelen 22 tot en met 25 zijn vanaf 1 december 2010 niet van toepassing voor stoffen.”.

11) 

Bijlage I wordt geschrapt.

Artikel 56

Wijziging van Richtlijn 1999/45/EG

Richtlijn 1999/45/EG wordt als volgt gewijzigd:

1) 

In artikel 3, lid 2, eerste streepje, worden de woorden „bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG” vervangen door „deel 3 van bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels ( *2 ).

2) 

De woorden „bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG” worden vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008” in:

a) 

artikel 3, lid 3;

b) 

artikel 10, lid 2, punten 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3 en 2.4, eerste streepje;

c) 

bijlage II, punten a) en b) en de laatste alinea van de inleiding;

d) 

bijlage II, deel A,

— 
punt 1.1.1, onder a) en b),
— 
punt 1.2, onder a) en b),
— 
punt 2.1.1, onder a) en b),
— 
punt 2.2, onder a) en b),
— 
punt 2.3, onder a) en b),
— 
punt 3.1.1, onder a) en b),
— 
punt 3.3, onder a) en b),
— 
punt 3.4, onder a) en b),
— 
punt 4.1.1, onder a) en b),
— 
punt 4.2.1, onder a) en b),
— 
punt 5.1.1, onder a) en b),
— 
punt 5.2.1, onder a) en b),
— 
punt 5.3.1, onder a) en b),
— 
punt 5.4.1, onder a) en b),
— 
punt 6.1, onder a) en b),
— 
punt 6.2, onder a) en b),
— 
punt 7.1, onder a) en b),
— 
punt 7.2, onder a) en b),
— 
punt 8.1, onder a) en b),
— 
punt 8.2, onder a) en b),
— 
punt 9.1, onder a) en b),
— 
punt 9.2, onder a) en b),
— 
punt 9.3, onder a) en b),
— 
punt 9.4, onder a) en b);
e) 

bijlage II, de inleidende alinea van deel B;

f) 

bijlage III, punten a) en b), van de inleiding;

g) 

bijlage III, deel A, afdeling a) Aquatisch milieu

— 
punt 1.1, onder a) en b),
— 
punt 2.1, onder a) en b),
— 
punt 3.1, onder a) en b),
— 
punt 4.1, onder a) en b),
— 
punt 5.1, onder a) en b),
— 
punt 6.1, onder a) en b);
h) 

bijlage III, deel A, afdeling b) Niet-aquatisch milieu, punt 1.1, onder a) en b);

i) 

bijlage V, deel A, punten 3 en 4;

j) 

bijlage V, deel B, punt 9;

k) 

bijlage VI, deel A, derde kolom van de tabel onder punt 2;

l) 

bijlage VI, deel B, punt 1, eerste alinea, en eerste kolom van de tabel onder punt 3;

m) 

bijlage VIII, aanhangsel 1, tweede kolom van de tabel;

n) 

bijlage VIII, aanhangsel 2, tweede kolom van de tabel.

3) 

In bijlage VI, deel B, punt 1, derde alinea, eerste streepje, en vijfde alinea, worden de woorden „bijlage I” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”.

4) 

In bijlage VI, deel B, punt 4.2, laatste alinea, worden de woorden „bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG (19e aanpassing)” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”.

Artikel 57

Wijziging van Verordening (EG) Nr. 1907/2006 vanaf de inwerkingtreding van deze verordening

Verordening (EG) nr. 1907/2006 wordt vanaf de inwerkingtreding van deze verordening als volgt gewijzigd:

1) 

Artikel 14, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:

a) 

punt b) wordt vervangen door:

„b) 

de specifieke concentratiegrenzen die zijn vastgesteld in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels ( *3 );

b bis) 

voor als gevaarlijk voor het aquatisch milieu ingedeelde stoffen en indien in bijlage VI, deel 3, bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 een vermenigvuldigingsfactor (M-factor) is vermeld, de ondergrens van bijlage I, tabel 1.1, bij die verordening, aangepast volgens de berekeningsmethode van bijlage I, deel 4.1, bij die verordening;

b) 

punt e) wordt vervangen door:

„e) 

de specifieke concentratiegrenzen in een overeengekomen vermelding in de inventaris van indelingen en etiketteringen bedoeld in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1272/2008;

e bis) 

voor als gevaarlijk voor het aquatisch milieu ingedeelde stoffen en indien een M-factor is bepaald in een overeengekomen vermelding in de inventaris van indelingen en etiketteringen bedoeld in artikel 42 van Verordening (EG) nr. 1272/2008, de ondergrens van bijlage I, tabel 1.1, bij die verordening, aangepast volgens de berekeningsmethode bij bijlage I, deel 4.1, bij die verordening,”.

2) 

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

lid 8 wordt vervangen door:

„8.  
Een veiligheidsinformatieblad wordt gratis op papier of elektronisch verstrekt uiterlijk op de datum waarop de stof of het mengsel voor het eerst is geleverd.”;
b) 

het volgende lid wordt toegevoegd:

„10.  

Indien stoffen in de periode tussen de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1272/2008 en 1 december 2010 overeenkomstig die verordening worden ingedeeld, kan die indeling samen met de indeling overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG in het veiligheidsinformatieblad worden opgenomen.

Van 1 december 2010 tot 1 juni 2015 wordt in de veiligheidsinformatiebladen voor stoffen zowel de indeling overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG als die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 vermeld.

Indien mengsels in de periode tussen de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1272/2008 en 1 juni 2015 overeenkomstig die verordening worden ingedeeld, kan die indeling samen met de indeling overeenkomstig Richtlijn 1999/45/EG in het veiligheidsinformatieblad worden opgenomen. Tot 1 juni 2015 wordt de indeling van stoffen of mengsels die zowel ingedeeld als geëtiketteerd zijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 evenwel samen met de indeling van de stof, het mengsel of de bestanddelen daarvan overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG, respectievelijk Richtlijn 1999/45/EG in het veiligheidsinformatieblad opgenomen.”.

3) 

Artikel 56, lid 6, punt b), wordt vervangen door:

„b) 

onder de laagste van de in Richtlijn 1999/45/EG of in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 vastgestelde concentratiegrenzen voor indeling van het mengsel als gevaarlijk, wat betreft alle overige stoffen.”.

4) 

In artikel 59 worden de leden 2 en 3 als volgt gewijzigd:

a) 

lid 2, tweede volzin, wordt vervangen door:

„Het dossier kan, indien opportuun, beperkt blijven tot een verwijzing naar een vermelding in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008.”;

b) 

lid 3, tweede volzin, wordt vervangen door:

„Het dossier kan, indien opportuun, beperkt blijven tot een verwijzing naar een vermelding in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008.”.

5) 

In artikel 76, lid 1, onder c), worden de woorden „titel XI” vervangen door „titel V van Verordening (EG) nr. 1272/2008”.

6) 

Artikel 77 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

lid 2, onder e), eerste zin, wordt vervangen door:

„e) 

het opzetten en beheren van een of meer databanken met informatie over alle geregistreerde stoffen, de inventaris van indelingen en etiketteringen en de lijst van geharmoniseerde indelingen en etiketteringen zoals opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008.”;

b) 

in lid 3, onder a), worden de woorden „titel VI tot en met XI” vervangen door „de titels VI tot en met X”.

7) 

Titel XI wordt geschrapt.

8) 

Bijlage XV, delen I en II, worden als volgt gewijzigd:

a) 

deel I wordt als volgt gewijzigd:

i) 

het eerste streepje wordt geschrapt;

ii) 

het tweede streepje wordt vervangen door:

— 
„— 

de vaststelling van stoffen als CMR-, PBT-, zPzB- of even zorgwekkende stoffen overeenkomstig artikel 59;”;

b) 

in deel II wordt punt 1 geschrapt.

9) 

De tabel in bijlage XVII wordt als volgt gewijzigd:

a) 

de kolom „Benaming van de stof of de groepen van stoffen of van het preparaat” wordt als volgt gewijzigd:

i) 

vermeldingen 28, 29 en 30 worden vervangen door:

„28. Stoffen die in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 als kankerverwekkende stof van categorie 1A of 1B (tabel 3.1) zijn ingedeeld of als kankerverwekkende stof van categorie 1 of 2 (tabel 3.2), en die als volgt zijn vermeld:

— 
kankerverwekkende stof van categorie 1A (tabel 3.1)/kankerverwekkende stof categorie 1 (tabel 3.2): vermeld in aanhangsel 1;
— 
kankerverwekkende stof van categorie 1B (tabel 3.1)/kankerverwekkende stof categorie 2 (tabel 3.2): vermeld in aanhangsel 2.

29. Stoffen die in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 als in geslachtscellen mutagene stof van categorie 1A of 1B (tabel 3.1) zijn ingedeeld of mutagene stof van categorie 1 of 2 (tabel 3.2), en die als volgt zijn vermeld:

— 
mutagene stof van categorie 1A (tabel 3.1)/mutagene stof categorie 1 (tabel 3.2): vermeld in aanhangsel 3,
— 
mutagene stof van categorie 1B (tabel 3.1)/mutagene stof categorie 1 (tabel 3.2): vermeld in aanhangsel 4.

30. Stoffen die in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 als voor de voortplanting giftige stof van categorie 1A of 1B (tabel 3.1) of voor de voortplanting giftige stof van categorie 1 of 2 (tabel 3.2) zijn ingedeeld en die als volgt zijn vermeld:

— 
voor de voortplanting giftige stof van categorie 1A, schadelijke gevolgen voor de seksuele functie, de vruchtbaarheid of de ontwikkeling (tabel 3.1) of voor de voortplanting giftige stof van categorie 1 met R60 (Kan de vruchtbaarheid schaden), of R61 (Kan het ongeboren kind schaden) (tabel 3.2), vermeld in aanhangsel 5;
— 
voor de voortplanting giftige stof van categorie 1B, schadelijke gevolgen voor de seksuele functie, de vruchtbaarheid of de ontwikkeling (tabel 3.1) of voor de voortplanting giftige stof van categorie 1 met R60 (Kan de vruchtbaarheid schaden), of R61 (Kan het ongeboren kind schaden) (tabel 3.2), vermeld in aanhangsel 6.”;
b) 

in de kolom „Beperkingsvoorwaarden”, in punt 28,wordt het eerste streepje van punt 1 vervangen door:

— 
„— 

hetzij de in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008, of”.

10) 

De aanhangsels 1 tot en met 6 bij bijlage XVII worden als volgt gewijzigd:

a) 

het voorwoord wordt als volgt gewijzigd:

i) 

onder het kopje „Naam van de stof” worden de woorden „bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”;

ii) 

onder het kopje „Catalogusnummer” worden de woorden „bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG” vervangen door „deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”;

iii) 

onder het kopje „Nota’s” worden de woorden „het voorwoord van bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG” vervangen door „deel 1 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”;

iv) 

nota A wordt vervangen door:

„Nota A

Onverminderd artikel 17, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1272/2008, moet op het etiket als naam van de stof een van de benamingen in deel 3 van bijlage VI bij die verordening worden vermeld.

In dat deel wordt soms een algemene benaming gebruikt, zoals „…verbindingen” of „…zouten”. In dat geval moet de leverancier die een dergelijke stof in de handel brengt, op het etiket de juiste naam vermelden, met inachtneming van punt 1.1.1.4, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008.

Indien een stof in deel 3, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 is opgenomen, worden, overeenkomstig die verordening, de etiketteringselementen voor elke specifieke indeling die onder de vermelding in dat deel valt, op het etiket gebruikt, samen met de toepasselijke etiketteringselementen voor andere indelingen die niet onder die vermelding vallen en andere toepasselijke etiketteringselementen overeenkomstig artikel 17 van die verordening.

Voor stoffen die onder één bepaalde groep stoffen van bijlage VI, deel 3, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 vallen, worden de etiketteringselementen voor elke specifieke indeling die onder de vermelding in dat deel valt, op het etiket gebruikt, samen met de toepasselijke etiketteringselementen voor andere indelingen die niet onder die vermelding vallen en andere toepasselijke etiketteringselementen overeenkomstig artikel 17 van die verordening.

Voor stoffen die onder meer dan één groep stoffen van bijlage VI, deel 3, bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 vallen, worden de etiketteringselementen voor elke specifieke indeling die onder de beide vermeldingen in dat deel valt, op het etiket gebruikt, samen met de toepasselijke etiketteringselementen voor andere indelingen die niet onder die vermelding vallen en andere toepasselijke etiketteringselementen overeenkomstig artikel 17 van die verordening. Wanneer er in die twee vermeldingen voor dezelfde gevarenklasse of onderverdeling daarvan twee verschillende indelingen worden gegeven, wordt de ernstigste indeling gebruikt.”;

v) 

nota D wordt vervangen door:

„Nota D

Sommige stoffen die spontaan kunnen polymeriseren of ontleden, worden doorgaans in een gestabiliseerde vorm in de handel gebracht. In deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 zijn die stoffen in gestabiliseerde vorm opgenomen.

Dergelijke stoffen worden echter soms in een niet-gestabiliseerde vorm in de handel gebracht. In dat geval moet de leverancier die een dergelijke stof in de handel brengt, op het etiket de naam van de stof met daaraan toegevoegd de vermelding „niet-gestabiliseerd” aanbrengen.”;

vi) 

nota E wordt geschrapt;

vii) 

nota H wordt vervangen door:

„Nota H

De voor deze stof vermelde indeling en etikettering heeft alleen betrekking op het gevaar of de gevaren zoals aangegeven door de vermelde gevarenaanduiding(en) in combinatie met de vermelde gevarenindeling. Voor alle andere gevarenklassen, onderverdelingen daarvan en categorieën dienen leveranciers van deze stof zich te houden aan de eisen van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1272/2008.

Voor het uiteindelijke etiket moeten de voorschriften van punt 1.2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 worden gevolgd.”;

viii) 

nota K wordt vervangen door:

„Nota K

De stof hoeft niet als kankerverwekkend of mutageen te worden ingedeeld als kan worden aangetoond dat zij minder dan 0,1  % (g/g) buta-1,3-dieen (Einecs-nr. 203-450-8) bevat. Als de stof niet als kankerverwekkend of mutageen wordt ingedeeld, gelden hiervoor minimaal de voorzorgsmaatregelen (102-)210-403. Deze nota is alleen van toepassing op bepaalde complexe aardoliederivaten in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008.”;

ix) 

nota S wordt vervangen door:

„Nota S

Voor deze stof is mogelijk geen etiket overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 vereist (zie punt 1.3, bijlage I bij die verordening).”;

b) 

in aanhangsel 1 wordt de titel vervangen door:

„Punt 28 — Kankerverwekkende stoffen: categorie 1A (tabel 3.1)/categorie 1 (tabel 3.2)”;

c) 

aanhangsel 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) 

de titel wordt vervangen door „Punt 28 — Kankerverwekkende stoffen: categorie 1B (tabel 3.1)/categorie 2 (tabel 3.2)”;

ii) 

in de indexnummers 024-017-00-8, 611-024-001, 611-029-00-9, 611-030-00-4 en 650-017-00-8 worden de woorden „Bijlage I van Richtlijn 67/548/EEG” vervangen door „Bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008”;

d) 

in aanhangsel 3 wordt de titel vervangen door:

„Punt 29 — Mutagene stoffen: categorie 1A (tabel 3.1)/categorie 1 (tabel 3.2)”;

e) 

in aanhangsel 4 wordt de titel vervangen door:

„Punt 29 — Mutagene stoffen: categorie 1B (tabel 3.1)/categorie 2 (tabel 3.2)”;

f) 

in aanhangsel 5 wordt de titel vervangen door:

„Punt 30 — Voor de voorplanting giftige stoffen: categorie 1A (tabel 3.1)/categorie 2 (tabel 3.2)”;

g) 

in aanhangsel 6 wordt de titel vervangen door:

„Punt 30 — Voor de voorplanting giftige stoffen: categorie 1B (tabel 3.1)/categorie 2 (tabel 3.2)”.

11) 

De woorden „preparaat” en „preparaten” in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 worden overal in de tekst vervangen door „mengsel”, respectievelijk „mengsels”.

Artikel 58

Wijziging van Verordening (EG) Nr. 1907/2006 vanaf 1 december 2010

Verordening (EG) nr. 1907/2006 zal met ingang van 1 december 2010 als volgt gewijzigd worden:

1) 

In artikel 14, lid 4, wordt de inleidende zin van vervangen door:

„4.  

Indien de registrant als gevolg van de uitvoering van de stappen a) tot en met d) van lid 3 de conclusie trekt dat de stof voldoet aan de criteria voor indeling in een of meer van de volgende gevarenklassen of categorieën van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008:

a) 

de gevarenklassen 2.1 tot en met 2.4, 2.6 en 2.7, 2.8 typen A en B, 2.9, 2.10, 2.12, 2.13 categorieën 1 en 2, 2.14 categorieën 1 en 2, en 2.15 typen A tot en met F;

b) 

de gevarenklassen 3.1 tot en met 3.6, 3.7 schadelijke effecten op de seksuele functie en de vruchtbaarheid of de ontwikkeling, 3.8 andere effecten dan een narcotische werking, 3.9 en 3.10;

c) 

gevarenklasse 4.1;

d) 

gevarenklasse 5.1,

of na beoordeling als een PBT of zPzB wordt beschouwd, moet de veiligheidsbeoordeling tevens de volgende aanvullende stappen omvatten:”.

2) 

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

lid 1, onder a), wordt vervangen door:

„a) 

indien een stof voldoet aan de criteria voor indeling als gevaarlijk overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 of een mengsel voldoet aan de criteria voor indeling als gevaarlijk overeenkomstig Richtlijn 1999/45/EG; of”;

b) 

lid 4 wordt vervangen door:

„4.  
Het veiligheidsinformatieblad hoeft niet te worden verstrekt voor aan het publiek aangeboden of verkochte stoffen die gevaarlijk zijn overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 dan wel mengsels die gevaarlijk zijn overeenkomstig Richtlijn 1999/45/EG en die vergezeld gaan van voldoende informatie om gebruikers in staat te stellen de nodige maatregelen op het gebied van de bescherming van de gezondheid van de mens, de veiligheid en het milieu te nemen, tenzij een downstreamgebruiker of distributeur daarom vraagt.”.
3) 

Artikel 40, lid 1, wordt vervangen door:

„1.  

Het Agentschap onderzoekt elk testvoorstel uiteengezet in een registratie of een rapport van een downstreamgebruiker ten behoeve van de verstrekking van de in de bijlagen IX en X vermelde informatie voor een stof. Prioriteit wordt gegeven aan de registratie van stoffen die PBT-, zPzB-, sensibiliserende en/of kankerverwekkende, mutagene en voor de voortplanting giftige (CMR) eigenschappen hebben of kunnen hebben, en van stoffen in hoeveelheden van meer dan 100 ton per jaar met gebruik dat resulteert in wijdverspreide en diffuse blootstelling, mits zij voldoen aan de criteria voor indeling in een of meer van de volgende gevarenklassen of categorieën van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008:

a) 

de gevarenklassen 2.1 tot en met 2.4, 2.6 en 2.7, 2.8 typen A en B, 2.9, 2.10, 2.12, 2.13 categorieën 1 en 2, 2.14 categorieën 1 en 2, en 2.15 typen A tot en met F;

b) 

de gevarenklassen 3.1 tot en met 3.6, 3.7 schadelijke effecten op de seksuele functie en de vruchtbaarheid of de ontwikkeling, 3.8 andere effecten dan een narcotische werking, 3.9 en 3.10;

c) 

gevarenklasse 4.1;

d) 

gevarenklasse 5.1.”.

4) 

Artikel 57, onder a), b) en c), worden vervangen door:

„a) 

stoffen die voldoen aan de criteria voor indeling in de gevarenklasse kankerverwekkendheid van categorie 1A of 1B overeenkomstig afdeling 3.6, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008;

b) 

stoffen die voldoen aan de criteria voor indeling in de gevarenklasse mutageniteit in geslachtscellen van categorie 1A of 1B overeenkomstig afdeling 3.5, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008;

c) 

stoffen die voldoen aan de criteria voor indeling in de gevarenklasse voortplantingstoxiciteit categorie 1A of 1B, schadelijke effecten voor de seksuele functie, de vruchtbaarheid of de ontwikkeling, overeenkomstig afdeling 3.7, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008;”.

5) 

In artikel 65 worden de woorden „Richtlijn 67/548/EEG” vervangen door „Richtlijn 67/548/EEG en Verordening (EG) nr. 1272/2008”.

6) 

Artikel 68, lid 2, wordt vervangen door:

„2.  
Voor een stof als zodanig, in een mengsel of in een voorwerp, die aan de criteria voor indeling in de gevarenklassen kankerverwekkendheid, mutageniteit in geslachtscellen of giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B, voldoet en die door consumenten zou kunnen worden gebruikt, en waarvoor de Commissie beperkingen op het gebruik door consumenten voorstelt, wordt bijlage XVII volgens de in artikel 133, lid 4, bedoelde procedure gewijzigd. De artikelen 69 tot en met 73 zijn niet van toepassing.”.
7) 

Artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

lid 1, onder a), wordt vervangen door:

„a) 

onverminderd lid 2, onder f) en g), van onderhavig artikel, de naam in de IUPAC-nomenclatuur van stoffen die voldoen aan de criteria voor indeling in een of meer van de volgende gevarenklassen of categorieën van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008:

— 
de gevarenklassen 2.1 tot en met 2.4, 2.6 en 2.7, 2.8 typen A en B, 2.9, 2.10, 2.12, 2.13 categorieën 1 en 2, 2.14 categorieën 1 en 2, en 2.15 typen A tot en met F;
— 
de gevarenklassen 3.1 tot en met 3.6, 3.7 schadelijke effecten op de seksuele functie en de vruchtbaarheid of de ontwikkeling, 3.8 andere effecten dan een narcotische werking, 3.9 en 3.10;
— 
gevarenklasse 4.1;
— 
gevarenklasse 5.1.”;
b) 

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) 

punt f) wordt vervangen door:

„f) 

onverminderd artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1272/2008, de naam in de IUPAC-nomenclatuur van niet-geïntegreerde stoffen als bedoeld in lid 1 bis van dit artikel voor een periode van ten hoogste zes jaar;”;

ii) 

in punt g) wordt de inleidende zin vervangen door:

„g) 

onverminderd artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1272/2008, de naam volgens de IUPAC-nomenclatuur van stoffen als bedoeld in lid 1, onder a), van dit artikel die slechts op een van de volgende manieren worden gebruikt:”.

8) 

Artikel 138, lid 1, eerste alinea, tweede zin, wordt vervangen door:

„Voor stoffen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 aan de criteria voor indeling in de gevarenklassen kankerverwekkendheid, mutageniteit in geslachtscellen of voortplantingstoxiciteit, categorie 1A of 1B, voldoen, wordt de evaluatie echter uiterlijk op 1 juni 2014 uitgevoerd.”.

9) 

Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a) 

punt a) wordt vervangen door:

„a) 

stoffen waarvan is voorspeld (bijvoorbeeld door de toepassing van (Q)SAR’s of op grond van andere gegevens) dat zij waarschijnlijk voldoen aan de criteria voor indeling in categorie 1A of 1B van de gevarenklassen kankerverwekkendheid, mutageniteit in geslachtscellen of voortplantingstoxiciteit, dan wel aan de criteria in bijlage XIII.”;

b) 

punt b), onder ii), wordt vervangen door:

„ii) 

stoffen waarvan is voorspeld (bijvoorbeeld door de toepassing van (Q)SAR’s of op grond van andere gegevens) dat zij waarschijnlijk voldoen aan de criteria voor indeling in de gevarenklassen voor gezondheids- of milieugevaren of onderverdelingen daarvan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008.”.

10) 

In bijlage V, punt 8, worden de woorden „Richtlijn 67/548/EEG” vervangen door „Verordening (EG) nr. 1272/2008”.

11) 

In bijlage VI worden de afdelingen 4.1, 4.2 en 4.3 vervangen door:

„4.1 De gevarenindeling van de stof(fen) als gevolg van de toepassing van de titels I en II van Verordening (EG) nr. 1272/2008 voor alle gevarenklassen en gevarencategorieën van die verordening.

Voorts moeten voor elke vermelding de redenen worden vermeld waarom geen indeling voor een gevarenklasse of onderverdeling daarvan wordt gegeven (bijvoorbeeld als gegevens ontbreken, niet overtuigend zijn, of wel overtuigend zijn maar onvoldoende zijn om een indeling op te baseren).

4.2 De gevarenetiketten van de stof(fen) als gevolg van de toepassing van titel III van Verordening (EG) nr. 1272/2008.

4.3 In voorkomend geval, specifieke concentratiegrenswaarden als gevolg van de toepassing van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 en de artikelen 4 tot en met 7 van Richtlijn 1999/45/EG.”.

12) 

Bijlage VIII wordt als volgt gewijzigd:

a) 

in kolom 2 wordt punt 8.4.2, tweede streepje, vervangen door:

— 
„— 

indien van de stof bekend is dat zij kankerverwekkend, categorie 1A of 1B, dan wel mutageen in geslachtscellen, categorie 1A, 1B of 2, is.”;

b) 

in kolom 2 wordt punt 8.7.1, tweede en derde alinea, vervangen door:

„Indien van de betrokken stof bekend is dat zij een schadelijk effect op de vruchtbaarheid heeft en zij voldoet aan de criteria om te worden ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B: kan de vruchtbaarheid schaden (H360F), en de beschikbare gegevens toereikend zijn om een degelijk onderbouwde risicobeoordeling te ondersteunen, is geen verder onderzoek naar de vruchtbaarheid nodig. Onderzoek naar de ontwikkelingstoxiciteit dient evenwel te worden overwogen.

Indien van de betrokken stof bekend is dat zij ontwikkelingstoxiciteit teweegbrengt en zij voldoet aan de criteria om te worden ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B: kan het ongeboren kind schaden (H360F), en de beschikbare gegevens toereikend zijn om een degelijk onderbouwde risicobeoordeling te ondersteunen, is geen verder onderzoek naar de ontwikkelingstoxiciteit nodig. Onderzoek naar de gevolgen voor de vruchtbaarheid dient evenwel te worden overwogen.”.

13) 

In bijlage IX, kolom 2, punt 8.7, derde streepje, worden de tweede en de derde alinea vervangen door:

„Indien van de betrokken stof bekend is dat zij een schadelijk effect op de vruchtbaarheid heeft en zij voldoet aan de criteria om te worden ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B: kan de vruchtbaarheid schaden (H360F), en de beschikbare gegevens toereikend zijn om een degelijk onderbouwde risicobeoordeling te ondersteunen, is geen verder onderzoek naar de vruchtbaarheid nodig. Onderzoek naar de ontwikkelingstoxiciteit dient evenwel te worden overwogen.

Indien van de betrokken stof bekend is dat zij ontwikkelingstoxiciteit teweegbrengt en zij voldoet aan de criteria om te worden ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B: kan het ongeboren kind schaden (H360F), en de beschikbare gegevens toereikend zijn om een degelijk onderbouwde risicobeoordeling te ondersteunen, is geen verder onderzoek naar de ontwikkelingstoxiciteit nodig. Onderzoek naar de gevolgen voor de vruchtbaarheid dient evenwel te worden overwogen.”.

14) 

Bijlage X wordt als volgt gewijzigd:

a) 

in kolom 2, punt 8.7, derde streepje, worden de tweede en derde alinea vervangen door:

„Indien van de betrokken stof bekend is dat zij een schadelijk effect op de vruchtbaarheid heeft en zij voldoet aan de criteria om te worden ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B: kan de vruchtbaarheid schaden (H360F), en de beschikbare gegevens toereikend zijn om een degelijk onderbouwde risicobeoordeling te ondersteunen, is geen verder onderzoek naar de vruchtbaarheid nodig. Onderzoek naar de ontwikkelingstoxiciteit dient evenwel te worden overwogen.

Indien van de betrokken stof bekend is dat zij ontwikkelingstoxiciteit teweegbrengt en zij voldoet aan de criteria om te worden ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B: kan het ongeboren kind schaden (H360F), en de beschikbare gegevens toereikend zijn om een degelijk onderbouwde risicobeoordeling te ondersteunen, is geen verder onderzoek naar de ontwikkelingstoxiciteit nodig. Onderzoek naar de gevolgen voor de vruchtbaarheid dient evenwel te worden overwogen.”;

b) 

in kolom 2, punt 8.9.1, eerste alinea, wordt het tweede streepje vervangen door:

— 
„— 

indien de stof als in geslachtscellen mutagene stof van categorie 2 wordt ingedeeld of er op grond van het onderzoek of de onderzoeken bij herhaalde toediening aanwijzingen zijn dat de stof hyperplasie en/of preneoplastisch letsel kan induceren.”;

c) 

in kolom 2 wordt de tweede alinea van punt 8.9.1 vervangen door:

„Indien de stof als in geslachtscellen mutagene stof van categorie 1A of 1B wordt ingedeeld, geldt als standaard het vermoeden dat een genotoxisch mechanisme voor kankerverwekkendheid waarschijnlijk is. In dat geval zal een test naar kankerverwekkendheid normaliter niet vereist zijn.”.

15) 

In bijlage XIII, punt 1.3, worden het tweede en derde streepje, vervangen door:

— 
„— 

de stof als kankerverwekkend (categorie 1A of 1B), mutageen in geslachtscellen (categorie 1A of 1B), of giftig voor de voortplanting (categorie 1A, 1B of 2) is ingedeeld, of

— 
— 

er andere aanwijzingen voor chronische toxiciteit zijn, zoals aangegeven door de indelingen STOT (herhaalde blootstelling), categorie 1 (oraal, dermaal, inademing van gassen/dampen, inademing van stofdeeltjes/nevel/rook) of categorie 2 (oraal, dermaal, inademing van gassen/dampen, inademing van stofdeeltjes/nevel/rook) volgens Verordening (EG) nr. 1272/2008.”.

16) 

In de tabel van bijlage XVII, „Benaming van de stof of van de groepen van stoffen of van het preparaat” wordt als volgt gewijzigd:

a) 

vermelding 3 wordt vervangen door:

„3. Vloeibare stoffen of mengsels die overeenkomstig Richtlijn 1999/45/EG als gevaarlijk worden beschouwd of waarvoor de criteria van een of meer van de volgende gevarenklassen of categorieën van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 vervuld zijn:

a) 

de gevarenklassen 2.1 tot en met 2.4, 2.6 en 2.7, 2.8 typen A en B, 2.9, 2.10, 2.12, 2.13 categorieën 1 en 2, 2.14 categorieën 1 en 2, en 2.15 typen A tot en met F;

b) 

de gevarenklassen 3.1 tot en met 3.6, 3.7 schadelijke effecten op de seksuele functie en de vruchtbaarheid of de ontwikkeling, 3.8 andere effecten dan een narcotische werking, 3.9 en 3.10;

c) 

gevarenklasse 4.1;

d) 

gevarenklasse 5.1.”;

b) 

vermelding 40 wordt vervangen door:

„40. Stoffen die zijn ingedeeld als ontvlambare gassen van categorie 1 of 2, ontvlambare vloeistoffen van categorie 1, 2 of 3, ontvlambare vaste stoffen van categorie 1 of 2, stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen van categorie 1, 2 of 3, pyrofore vloeistoffen van categorie 1 of pyrofore vaste stoffen van categorie 1, ongeacht of zij in deel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 zijn opgenomen.”.

Artikel 59

Wijziging van Verordening (EG) Nr. 1907/2006 vanaf 1 juni 2015

Verordening (EG) nr. 1907/2006 zal met ingang van 1 juni 2015 als volgt gewijzigd worden:

1) 

Artikel 14, lid 2, wordt vervangen door:

„2.  

De chemische veiligheidsbeoordeling overeenkomstig lid 1 is niet verplicht voor een stof die aanwezig is in een preparaat indien de concentratie van die stof in het preparaat lager is dan:

a) 

de ondergrens van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1272/2008,

b) 

0,1 gewichtsprocent (g/g) indien de stof aan de criteria in bijlage XIII van deze verordening voldoet.”.

2) 

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

lid 1, onder a), wordt vervangen door:

„a) 

indien een stof of mengsel voldoet aan de criteria voor indeling als gevaarlijk overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008; of”;

b) 

lid 3 wordt vervangen door:

„3.  

De leverancier verstrekt de afnemer op diens verzoek een overeenkomstig bijlage II opgesteld veiligheidsinformatieblad wanneer een mengsel overeenkomstig de titels I en II van Verordening (EG) nr. 1272/2008 niet aan de criteria voor indeling als gevaarlijk voldoet, maar:

▼C9

a) 

in een afzonderlijke concentratie van ≥ 1 gewichtsprocent voor niet-gasvormige mengsels en ≥ 0,2 volumeprocent voor gasvormige mengsels ten minste één stof bevat die gevaren voor de gezondheid van de mens of voor het milieu inhoudt; of

▼B

b) 

in een afzonderlijke concentratie van ≥ 0,1 gewichtsprocent voor niet-gasvormige mengsels ten minste één stof bevat die kankerverwekkend van categorie 2, giftig voor de voortplanting van categorie 1A, 1B en 2, gevoelig voor de huid categorie 1 is, effecten op of via lactatie heeft, dan wel persistent, bioaccumulerend en toxisch (PBT) is volgens de criteria van bijlage XIII, of zeer persistent en sterk bioaccumulerend (zPzB) is volgens de criteria van bijlage XIII, of om andere dan de onder a) genoemde redenen is opgenomen in de overeenkomstig artikel 59, lid 1, opgestelde lijst,; of

c) 

een stof bevat waarvoor in de Gemeenschap grenzen voor de blootstelling op het werk zijn.”;

c) 

lid 4 wordt vervangen door:

„4.  
Het veiligheidsinformatieblad dient niet te worden verstrekt voor aan het grote publiek aangeboden of verkochte gevaarlijke stoffen of mengsels die vergezeld gaan van voldoende informatie om gebruikers in staat te stellen de nodige maatregelen op het gebied van de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu te nemen, tenzij een downstreamgebruiker of distributeur daarom vraagt.”.
3) 

Artikel 56, lid 6, onder b), wordt vervangen door:

„b) 

onder de in artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 vermelde grenzen voor indeling van het mengsel als gevaarlijk, wat betreft alle overige stoffen.”.

4) 

In artikel 65 worden de woorden „en Richtlijn 1999/45/EG” geschrapt.

5) 

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a) 

punt 1.1 wordt vervangen door:

„1.1. Identificatie van de stof of het mengsel

De voor de identificatie van een stof gebruikte naam moet gelijk zijn aan de naam op het etiket overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1272/2008.

De voor de identificatie van een mengsel gebruikte naam moet gelijk zijn aan de naam op het etiket overeenkomstig artikel 18, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1272/2008.”;

b) 

voetnoot 1 bij punt 3.3, onder a), eerste streepje, wordt geschrapt;

c) 

punt 3.6 wordt vervangen door:

„3.6 Indien het Agentschap overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 heeft besloten dat op het etiket of het veiligheidsinformatieblad de chemische identiteit van een stof vertrouwelijk mag blijven, wordt de chemische aard daarvan omschreven in punt 3, teneinde een veilige hantering te waarborgen.

De naam op het veiligheidsinformatieblad (onder meer voor de toepassing van bovengenoemde punten 1.1, 3.2, 3.3 en 3.5), is dezelfde als die op het etiket en die welke is overeengekomen overeenkomstig de procedure van artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1272/2008.”.

6) 

Bijlage VI, afdeling 4.3 wordt vervangen door:

„4.3. In voorkomend geval, specifieke concentratiegrenzen als gevolg van de toepassing van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1272/2008.”.

7) 

Bijlage XVII wordt als volgt gewijzigd:

a) 

in de kolom „Benaming van de stof of de groepen van stoffen of van het mengsel” van de tabel in vermelding 3 worden de woorden „die overeenkomstig Richtlijn 1999/45/EG als gevaarlijk worden beschouwd” geschrapt;

b) 

in de kolom „Beperkingsvoorwaarden” van de tabel wordt vermelding 28 als volgt gewijzigd:

i) 

punt 1, tweede streepje, wordt vervangen door:

— 
„— 

hetzij de in deel 3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 vastgestelde desbetreffende algemene concentratiegrens.”;

ii) 

punt 2, onder d), wordt vervangen door:

„d) 

kunstschilderverven die onder Verordening (EG) nr. 1272/2008 vallen.”.

Artikel 60

Intrekking

Richtlijn 67/548/EEG en Richtlijn 1999/45/EG worden met ingang van 1 juni 2015 ingetrokken.

Artikel 61

Overgangsbepalingen

1.  

Tot 1 december 2010 worden stoffen ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG.

Tot 1 juni 2015 worden mengsels ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt overeenkomstig Richtlijn 1999/45/EG.

2.  
In afwijking van artikel 62, tweede alinea, van deze verordening en in aanvulling op de voorschriften van lid 1 van dit artikel, mogen stoffen en mengsels respectievelijk vóór 1 december 2010 en 1 juni 2015 overeenkomstig deze verordening worden ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt. In dat geval zijn de etiketterings- en verpakkingsbepalingen van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG niet van toepassing.
3.  
Van 1 december 2010 tot en met 1 juni 2015 worden stoffen zowel overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG als overeenkomstig deze verordening ingedeeld. Zij worden overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd en verpakt.
4.  

In afwijking van artikel 62, tweede alinea, van deze verordening, behoeven stoffen die overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG zijn ingedeeld, verpakt en geëtiketteerd en reeds vóór 1 december 2010 op de markt zijn gebracht, tot 1 december 2012 niet overeenkomstig deze verordening opnieuw te worden geëtiketteerd of verpakt.

In afwijking van artikel 62, tweede alinea, van deze verordening hoeven mengsels die overeenkomstig Richtlijn 1999/45/EG zijn ingedeeld, verpakt en geëtiketteerd en reeds vóór 1 juni 2015 op de markt zijn gebracht, tot 1 juni 2017 niet overeenkomstig deze verordening opnieuw te worden geëtiketteerd of verpakt.

5.  
Indien een stof of mengsel vóór 1 december 2010 respectievelijk 1 juni 2015 al overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG of Richtlijn 1999/45/EG is ingedeeld, kunnen fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers de indeling van de stof of het mengsel wijzigen met behulp van de omzettingstabel in bijlage VII.
6.  

De lidstaten kunnen tot 1 december 2011 bestaande en striktere indelings- en etiketteringsstelsels voor in bijlage VI, deel 3, van deze verordening vermelde stoffen handhaven, mits van die indelingen en etiketteringselementen overeenkomstig de vrijwaringsclausule van Richtlijn 67/548/EEG vóór 20 januari 2009 aan de Commissie kennis is gegeven en de lidstaat vóór 1 juni 2009 bij het Agentschap overeenkomstig artikel 37, lid 1, van deze verordening een voorstel voor harmonisering van de betrokken indeling en etikettering indient.

Als voorwaarde geldt dat de Commissie, overeenkomstig de vrijwaringclausule van Richtlijn 67/548/EEG, vóór 20 januari 2009 over het voorstel voor indeling en etikettering nog geen besluit heeft genomen.

Indien het in de eerste alinea bedoelde voorstel voor geharmoniseerde indeling en etikettering niet, dan wel in een gewijzigde vorm, overeenkomstig artikel 37, lid 5, is vermeld in deel 3 van bijlage VI, geldt de in de eerste alinea genoemde vrijstelling niet meer.

▼M36

7.  
Voor stoffen en mengsels die zijn ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt overeenkomstig artikel 5, artikel 6, leden 3 en 4, artikel 9, leden 3 en 4, artikel 10, artikel 25, lid 3, artikel 29, en punt 1.5.1.2 van bijlage I, punt 1.5.2.4.1 van bijlage I, zoals van toepassing op9 december 2024, en die in de handel zijn gebracht vóór 1 juli 2026 is niet vereist dat zij worden ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt overeenkomstig deze verordening zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2024/2865 van het Europees Parlement en de Raad ( 8 ) tot 1 juli 2028.
8.  
Voor stoffen en mengsels die zijn ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt overeenkomstig artikel 18, lid 3, artikel 31, lid 3, en punt 1.2.1 van bijlage I zoals van toepassing op 9 december 2024 en die vóór 1 januari 2027 in de handel zijn gebracht, is niet vereist dat zij worden ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt overeenkomstig deze verordening zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2024/2865 (8)  uiterlijk op 1 januari 2029.

▼B

Artikel 62

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De titels II, III en IV zijn voor stoffen van toepassing met ingang van 1 december 2010 en voor mengsels met ingang van 1 juni 2015.

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals