2.11. Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels
2.11. Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels
2.11.1.1. Onder „voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels” worden verstaan vloeibare of vaste stoffen of mengsels, met uitzondering van pyrofore vloeistoffen en pyrofore vaste stoffen, die bij blootstelling aan lucht zonder toevoer van energie voor zelfverhitting vatbaar zijn; deze stoffen en mengsels verschillen van pyrofore vloeistoffen en pyrofore vaste stoffen doordat zij slechts in grote hoeveelheden (verscheidene kilogrammen) en na lange tijdsduur (uren of dagen) ontbranden.
2.11.1.1. Onder „voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels” worden verstaan vloeibare of vaste stoffen of mengsels, met uitzondering van pyrofore vloeistoffen en pyrofore vaste stoffen, die bij blootstelling aan lucht zonder toevoer van energie voor zelfverhitting vatbaar zijn; deze stoffen en mengsels verschillen van pyrofore vloeistoffen en pyrofore vaste stoffen doordat zij slechts in grote hoeveelheden (verscheidene kilogrammen) en na lange tijdsduur (uren of dagen) ontbranden.
2.11.1.2. Zelfverhitting van een stof of mengsel is een proces waarbij door de geleidelijke reactie van die stof of dat mengsel met zuurstof (uit de lucht) warmteontwikkeling plaatsvindt. Indien de warmte sneller geproduceerd wordt dan zij wordt afgevoerd, stijgt de temperatuur van de stof of het mengsel, waardoor na zekere tijd zelfontsteking en verbranding kunnen optreden.
2.11.2. Indelingscriteria
2.11.2.1. Stoffen en mengsels worden ingedeeld als voor zelfverhitting vatbare stoffen of mengsels van deze klasse als bij de tests in de
►M4
UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria, deel III, onderafdeling 33.3.1.6:
a)
een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 25 mm bij 140 oC;
b)
een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC en een negatief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 120 oC en de stof of het mengsel zal worden verpakt in verpakkingen met een volume van meer dan 3 m3;
c)
een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC en een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 100 oC levert een negatief resultaat op en de stof of het mengsel zal worden verpakt in verpakkingen met een volume van meer dan 450 liter;
d)
een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC levert een positief resultaat op en een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 100 oC levert een positief resultaat op.
2.11.2.2. Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels worden in een van de twee categorieën van deze klasse ingedeeld als het resultaat van de tests die overeenkomstig testmethode N.4 in deel III, onderafdeling 33.3.1.6, van de
►M4
UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria worden verricht, aan de criteria in tabel 2.11.1 beantwoordt.
2.11.2.1. Stoffen en mengsels worden ingedeeld als voor zelfverhitting vatbare stoffen of mengsels van deze klasse als bij de tests in de ►M4 UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria, deel III, onderafdeling 33.3.1.6:
een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 25 mm bij 140 oC;
een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC en een negatief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 120 oC en de stof of het mengsel zal worden verpakt in verpakkingen met een volume van meer dan 3 m3;
een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC en een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 100 oC levert een negatief resultaat op en de stof of het mengsel zal worden verpakt in verpakkingen met een volume van meer dan 450 liter;
een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC levert een positief resultaat op en een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 100 oC levert een positief resultaat op.
2.11.2.2. Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels worden in een van de twee categorieën van deze klasse ingedeeld als het resultaat van de tests die overeenkomstig testmethode N.4 in deel III, onderafdeling 33.3.1.6, van de ►M4 UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria worden verricht, aan de criteria in tabel 2.11.1 beantwoordt.
Tabel 2.11.1.
Stoffen en mengsels die voor zelfverhitting vatbaar zijn
|
Categorie |
Criteria |
|
1 |
Een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 25 mm bij 140 oC levert een positief resultaat op. |
|
2 |
a) een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC en een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 25 mm bij 140 oC levert een negatief resultaat op en de stof of het mengsel zal worden verpakt in verpakkingen met een volume van meer dan 3 m3; of b) een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC en een test met een kubusvormig monster met een ribbe van 25 mm bij 140 oC levert een negatief resultaat op, een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met en ribbe van 100 mm bij 120 oC en de stof of het mengsel zal worden verpakt in verpakkingen met een volume van meer dan 450 liter; of c) een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 140 oC en een negatief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 25 mm bij 140 oC en een positief resultaat wordt verkregen met een kubusvormig monster met een ribbe van 100 mm bij 100 oC; |
Noot:
De test wordt uitgevoerd op de stof of het mengsel in de aangeboden fysische vorm. Als een bepaalde chemische stof bijvoorbeeld voor levering of opslag wordt aangeboden in een andere fysische vorm dan degene waarin zij is getest en het waarschijnlijk wordt geacht dat deze vorm gevolgen voor de resultaten van de stof in een indelingstest heeft, wordt de stof ook in de nieuwe vorm getest.
2.11.2.3. Stoffen en mengsels waarvan de zelfontbrandingstemperatuur voor een volume van 27 m3 hoger is dan 50 oC, worden niet ingedeeld als voor zelfverhitting vatbare stoffen of mengsels.
2.11.2.4. Stoffen en mengsels waarvan de zelfontbrandingstemperatuur voor een volume van 450 liter hoger is dan 50 oC, worden niet ingedeeld in categorie 1 van deze klasse.
2.11.3. Voorlichting over de gevaren
Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.11.2 vermelde etiketteringselementen gebruikt.
Tabel 2.11.2.
Etiketteringselementen voor stoffen en mengsels die voor zelfverhitting vatbaar zijn
|
Indeling |
Categorie 1 |
Categorie 2 |
|
GHS-pictogrammen |
|
|
|
Signaalwoord |
Gevaar |
Waarschuwing |
|
Gevarenaanduiding |
H251: Vatbaar voor zelfverhitting; kan vlam vatten |
H252: In grote hoeveelheden vatbaar voor zelfverhitting; kan vlam vatten |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie |
P235 P280 |
P235 P280 |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie |
|
|
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. opslag |
P407 P413 P420 |
P407 P413 P420 |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. verwijdering |
|
|
2.11.4. Aanvullende overwegingen bij de indeling
2.11.4.1. Zie figuur 2.11.1 voor een gedetailleerd stroomschema van de indeling, waarin is aangegeven welke tests voor de verschillende categorieën moeten worden verricht.
2.11.4.2. De indelingsprocedure voor stoffen en mengsels die voor zelfverhitting vatbaar zijn, hoeft niet te worden toegepast als de resultaten van een screeningtest afdoende getoetst kunnen worden aan de indelingstest en een passende veiligheidsmarge wordt toegepast. Voorbeelden van screeningtests zijn:
a)
de test met de Grewer-oven (VDI guideline 2263, deel 1, 1990, Test methods for the Determination of the Safety Characteristics of Dusts) met een begintemperatuur van 80 K boven de referentietemperatuur voor een volume van 1 l;
b)
de screeningtest voor bulkpoeder (N. Gibson, D.J Harper en R. Rogers, Evaluation of the fire and explosion risks in drying powders, Plant Operations Progress, 4 (3), 181-189, 1985) met een begintemperatuur van 60 K boven de referentietemperatuur voor een volume van 1 l.
2.11.4.1. Zie figuur 2.11.1 voor een gedetailleerd stroomschema van de indeling, waarin is aangegeven welke tests voor de verschillende categorieën moeten worden verricht.
2.11.4.2. De indelingsprocedure voor stoffen en mengsels die voor zelfverhitting vatbaar zijn, hoeft niet te worden toegepast als de resultaten van een screeningtest afdoende getoetst kunnen worden aan de indelingstest en een passende veiligheidsmarge wordt toegepast. Voorbeelden van screeningtests zijn:
de test met de Grewer-oven (VDI guideline 2263, deel 1, 1990, Test methods for the Determination of the Safety Characteristics of Dusts) met een begintemperatuur van 80 K boven de referentietemperatuur voor een volume van 1 l;
de screeningtest voor bulkpoeder (N. Gibson, D.J Harper en R. Rogers, Evaluation of the fire and explosion risks in drying powders, Plant Operations Progress, 4 (3), 181-189, 1985) met een begintemperatuur van 60 K boven de referentietemperatuur voor een volume van 1 l.
Figuur 2.11.1
Figuur voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels