CELEX 02008R1272 · v20250901

2.1.4. Aanvullende overwegingen bij de indeling

2.1.4.1. De indeling van stoffen, mengsels en voorwerpen in gevarenklassen voor ontplofbare stoffen en de verdere indeling in subklassen is een zeer complexe procedure, die uit drie stappen bestaat. Er moet verwezen worden naar deel I van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria.

Als eerste stap wordt nagegaan of de stof of het mengsel ontplofbaar is (testreeks 1). De tweede stap is de acceptatieprocedure (testreeksen 2 tot en met 4) en de derde stap is de indeling in een gevarensubklasse (testreeksen 5 tot en met 7). De vraag of een kandidaat voor „ammoniumnitraatemulsie, -suspensie of -gel, tussenproduct voor brisante ontplofbare stoffen (ANE)” voldoende weinig gevoelig is om te worden opgenomen als oxiderende vloeistof (punt 2.13) of oxiderende vaste stof (punt 2.14), wordt beantwoord met behulp van de tests van testreeks 8.

▼M19

Bepaalde ontplofbare stoffen en mengsels worden bevochtigd met water of alcohol, verdund met andere stoffen, of opgelost of in suspensie gebracht in water of andere vloeistoffen om hun explosieve eigenschappen te onderdrukken. Deze komen in aanmerking voor indeling als ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen (zie afdeling 2.17).

▼B

Bepaalde fysische gevaren (als gevolg van explosieve eigenschappen) worden gewijzigd door verdunning, zoals het geval is bij ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen, door opname in een mengsel of voorwerp, door verpakking of door andere factoren.

De indelingsprocedure volgt het onderstaande stroomschema (zie figuren 2.1.1 tot en met 2.1.4).

Figuur 2.1.1

Algemeen schema van de indelingsprocedure voor een stof, mengsel of voorwerp in de klasse ontplofbare stoffen (vervoersklasse 1) image

Tekst van het beeld

►(1) M2  

►(2) M4  

Figuur 2.1.2

Procedure voor de voorlopige acceptatie van een stof, mengsel of voorwerp in de klasse ontplofbare stoffen (vervoersklasse 1) image

Tekst van het beeld

▼M19

Figuur 2.1.3

Procedure voor het indelen van ontplofbare stoffen in een subklasse (vervoersklasse 1) image

Tekst van het beeld

(1)  Zie hoofdstuk 3.3 van de UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Model Regulations voor nadere bijzonderheden.

▼M2

Figuur 2.1.4

Indelingsprocedure voor ammoniumnitraatemulsie, -suspensie of -gel (ANE) image

Tekst van het beeld

▼B

2.1.4.2.   Screeningprocedure

Explosieve eigenschappen worden geassocieerd met de aanwezigheid van bepaalde chemische groepen in een molecuul die een reactie kunnen veroorzaken waarbij de temperatuur of de druk zeer snel toeneemt. De screeningprocedure is bedoeld om vast te stellen of dergelijke reactieve groepen aanwezig zijn en of snel energie kan vrijkomen. Indien de screeningprocedure uitwijst dat de stof of het mengsel een potentiële ontplofbare stof is, wordt de acceptatieprocedure toegepast (zie afdeling 10.3 van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria).

▼M2

Noot

Als de exotherme ontledingsenergie van organische materialen lager is dan 800 J/g, is geen test op detonatievoortplanting (reeks 1, type a) en geen test op gevoeligheid voor detonatieschok (reeks 2, type a) vereist. Voor organische stoffen en mengsels van organische stoffen met een ontledingsenergie van 800 J/g of meer hoeven de tests 1 a) en 2 a) niet uitgevoerd te worden als het resultaat van de ballistische-mortiertest Mk.IIId test (F.1) of de ballistische-mortiertest (F.2) of de BAM Trauzl-test (F.3) met inleiding door een standaarddetonator nr. 8 „neen” is (zie appendix 1 van het UN RTDG, Manual of Tests and Criteria). In dat geval worden de resultaten van test 1 a) en 2 a) geacht „—” te zijn.

▼M19

2.1.4.3. De acceptatieprocedure voor de gevarenklasse „ontplofbare stoffen” hoeft niet te worden toegepast indien:

▼B

a) 

het molecuul geen chemische groepen bevat die met ontploffingsgevaar worden geassocieerd. Voorbeelden van groepen die explosieve eigenschappen kunnen vertonen, worden gegeven in tabel A6.1 in aanhangsel 6 van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria; of

b) 

de stof chemische groepen bevat die met explosieve eigenschappen worden geassocieerd die zuurstof bevatten en de berekende zuurstofbalans lager is dan - 200.

De zuurstofbalans wordt berekend voor de chemische reactie:

CxHyOz + [x + (y/4) - (z/2)] O2 → x CO2 + (y/2) H2O

Gebruikte formule:

zuurstofbalans = -1 600 [2x + (y/2) - z]/molecuulgewicht;

▼M19

c) 

voor één organische stof of een homogeen mengsel van organische stoffen, die chemische groepen bevat die met explosieve eigenschappen worden geassocieerd:

— 
de exotherme ontledingsenergie lager is dan 500 J/g, of
— 
de exotherme ontleding bij 500 °C of meer begint,

zoals aangegeven in tabel 2.1.3.

▼M19

Tabel 2.1.3

Besluit om de acceptatieprocedure te gebruiken voor de gevarenklasse „Ontplofbare stoffen” voor een organische stof of een homogeen mengsel van organische stoffen

Ontledingsenergie

(J/g)

Begintemperatuur van de ontleding

(°C)

Acceptatieprocedure toepassen?

(Ja/Neen)

< 500

< 500

Neen

< 500

≥ 500

Neen

≥ 500

< 500

Ja

≥ 500

≥ 500

Neen

De exotherme ontledingsenergie kan worden geschat met een geschikte calorimetrische techniek (zie onderafdeling 20.3.3.3 van de UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Manual of Tests and Criteria).

▼B

d) 

bij mengsels van anorganische oxiderende stoffen met een of meer organische materialen, de concentratie van de anorganische oxiderende stof:

— 
minder bedraagt dan 15 gewichtspercent, indien de oxiderende stof in categorie 1 of 2 is ingedeeld;
— 
minder bedraagt dan 30 gewichtspercent, indien de oxiderende stof in categorie 3 is ingedeeld.

2.1.4.4. Bij mengsels die bekende ontplofbare stoffen bevatten, wordt de acceptatieprocedure toegepast.

▼M19

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals