3.5.2. Indelingscriteria voor stoffen
3.5.2.1. Onder deze gevarenklasse vallen voornamelijk stoffen die erfelijk overdraagbare mutaties in de geslachtscellen van mensen kunnen veroorzaken. Bij de indeling van stoffen en mengsels in deze gevarenklasse wordt echter ook rekening gehouden met de resultaten van tests op mutageniteit of genotoxiciteit die in vitro of in vivo in somatische en geslachtscellen van zoogdieren worden uitgevoerd.
3.5.2.2. Stoffen worden overeenkomstig tabel 3.5.1 in een van de twee categorieën voor mutageniteit in geslachtscellen ingedeeld.
Tabel 3.5.1
Gevarencategorieën voor mutagene stoffen in geslachtscellen
|
Categorieën |
Criteria |
|
CATEGORIE 1: |
Stoffen waarvan bekend is dat zij erfelijke mutaties veroorzaken of die beschouwd moeten worden als stoffen die erfelijke mutaties veroorzaken in de geslachtscellen van mensen. Stoffen waarvan bekend is dat zij erfelijke mutaties in de geslachtscellen van mensen veroorzaken. |
|
Categorie 1A: |
De indeling in categorie 1A wordt gebaseerd op positieve bewijzen van epidemiologische studies bij mensen. Stoffen die beschouwd moeten worden als stoffen die erfelijke mutaties in de geslachtscellen van mensen veroorzaken. |
|
Categorie 1B: |
De indeling in categorie 1B wordt gebaseerd op: — een of meer positieve resultaten van in-vivotests op erfelijke mutageniteit in geslachtscellen van zoogdieren; of — een of meer positieve resultaten van in-vivotests op mutageniteit in somatische cellen van zoogdieren, in combinatie met enige bewijzen dat de stof mutaties van geslachtscellen kan veroorzaken. Dit ondersteunende bewijs kan ontleend worden aan in-vivotests op mutageniteit of genotoxiciteit in geslachtscellen, of berusten op het aantonen dat de stof of een of meer metabolieten ervan een interactie met het genetisch materiaal van geslachtscellen kunnen aangaan; of — positieve testresultaten die wijzen op mutagene effecten in de geslachtscellen van mensen, zonder dat aangetoond is dat deze erfelijk overdraagbaar zijn; bijvoorbeeld een toegenomen frequentie van aneuploïdie in de spermacellen van blootgestelde personen. |
|
CATEGORIE 2: |
Stoffen die reden geven tot bezorgdheid voor de mens omdat zij mogelijk erfelijke mutaties in de geslachtscellen van mensen veroorzaken De indeling in categorie 2 wordt gebaseerd op: — positieve bewijzen op basis van proeven bij zoogdieren en/of in sommige gevallen op basis van in-vitroproeven, verkregen uit: — — in-vivotests op mutageniteit in somatische cellen van zoogdieren; of — andere in-vivotests op genotoxiciteit in somatische cellen die worden bevestigd door positieve resultaten van in-vitrotests op mutageniteit. Noot: Stoffen die positief zijn bij in-vitrotests op mutageniteit bij zoogdieren en tevens een soortgelijke chemische structuur-activiteitsrelatie hebben als stoffen waarvan bekend is dat zij mutageen zijn in geslachtscellen, komen in aanmerking voor indeling als mutagene stoffen van categorie 2. |
3.5.2.3. Specifieke overwegingen voor indeling als stof die mutageen is in geslachtscellen
3.5.2.3.1. Voor de indeling worden de resultaten beoordeeld van proeven ter bepaling van de mutagene en/of genotoxische effecten in geslachtscellen en/of somatische cellen van blootgestelde dieren. Ook mutagene en/of genotoxische effecten die bij in-vitrotests zijn vastgesteld, worden in de beoordeling verwerkt.
3.5.2.3.2. Het systeem is gebaseerd op gevaren en deelt stoffen in op grond van hun intrinsieke vermogen om mutaties in geslachtscellen te veroorzaken. Dit betekent dat het niet bedoeld is voor de (kwantitatieve) risicobeoordeling van stoffen.
3.5.2.3.3. De indeling voor erfelijke effecten in menselijke geslachtscellen vindt plaats op basis van correct uitgevoerde, voldoende gevalideerde tests, bij voorkeur overeenkomstig Verordening (EG) nr. 440/2008 die is aangenomen overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 („verordening testmethoden”), zoals de in de volgende punten opgesomde tests. De testresultaten worden beoordeeld aan de hand van de mening van deskundigen, en alle beschikbare gegevens worden gewogen met het oog op de indeling.
3.5.2.3.4. In-vivotests op erfelijke mutageniteit in geslachtscellen zoals:
3.5.2.3.5. In-vivotests op mutageniteit in somatische cellen zoals:
3.5.2.3.6. Mutageniteits/genotoxiciteitstests in geslachtscellen zoals:
Mutageniteitstests:
Genotoxiciteitstests:
3.5.2.3.7. Genotoxiciteitstests in somatische cellen zoals:
3.5.2.3.8. In vitro mutageniteitstests zoals:
3.5.2.3.9. De indeling van afzonderlijke stoffen wordt gebaseerd op de totale bewijskracht, aan de hand van de mening van deskundigen (zie punt 1.1.1). Wanneer één correct uitgevoerde test voor de indeling wordt gebruikt, moet deze duidelijke, ondubbelzinnige positieve resultaten hebben opgeleverd. Nieuwe, terdege gevalideerde tests mogen eveneens worden gebruikt in de totale in aanmerking te nemen bewijskracht. Er wordt ook rekening gehouden met de relevantie van de in de studie gebruikte blootstellingsroute ten opzichte van de route waarlangs de mens wordt blootgesteld.