2.2. Ontvlambare gassen
2.2.
Ontvlambare gassen
2.2.1.1.
Onder „ontvlambare gassen” worden verstaan gassen of gasmengsels die een ontvlambaarheidsinterval met lucht hebben bij 20 °C en een standaarddruk van 101,3 kPa.
2.2.1.2.
Onder „pyrofore gassen” wordt verstaan ontvlambare gassen die in lucht bij een temperatuur van 54 °C of minder spontaan kunnen ontsteken.
2.2.1.3.
Onder „chemisch instabiele gassen” wordt verstaan ontvlambare gassen die zelfs zonder lucht of zuurstof explosief kunnen reageren.
Onder „ontvlambare gassen” worden verstaan gassen of gasmengsels die een ontvlambaarheidsinterval met lucht hebben bij 20 °C en een standaarddruk van 101,3 kPa.
Onder „pyrofore gassen” wordt verstaan ontvlambare gassen die in lucht bij een temperatuur van 54 °C of minder spontaan kunnen ontsteken.
Onder „chemisch instabiele gassen” wordt verstaan ontvlambare gassen die zelfs zonder lucht of zuurstof explosief kunnen reageren.
2.2.2. Indelingscriteria
2.2.2.1. Een ontvlambare gas wordt in overeenstemming met tabel 2.2.1 ingedeeld in categorie 1A, 1B of 2. Ontvlambare gassen die pyrofoor en/of chemisch instabiel zijn, worden altijd ingedeeld in categorie 1A.
Tabel 2.2.1
Criteria voor indeling van ontvlambare gassen
|
Categorie |
Criteria |
||
|
1A |
Ontvlambare gassen |
Gassen die bij 20 °C en een standaarddruk van 101,3 kPa: a) ontvlambaar zijn wanneer zij 13 volumepercent of minder uitmaken van een mengsel met lucht, of b) een ontvlambaarheidsinterval met lucht van ten minste 12 procentpunt hebben, ongeacht de ondergrens van het ontvlambaarheidsinterval tenzij zij aantoonbaar voldoen aan de criteria van categorie 1B |
|
|
Pyrofore gassen |
Ontvlambare gassen die in lucht bij een temperatuur van 54 °C of minder spontaan kunnen ontsteken |
||
|
Chemisch instabiele gassen |
A |
Ontvlambare gassen die bij 20 °C en een standaarddruk van 101,3 kPa chemisch instabiel zijn |
|
|
B |
Ontvlambare gassen die bij een temperatuur van meer dan 20 °C en/of een druk van meer dan 101,3 kPa chemisch instabiel zijn |
||
|
1B |
Ontvlambare gassen |
Gassen die voldoen aan de ontvlambaarheidscriteria van categorie 1A maar die pyrofoor noch chemisch instabiel zijn, en waarvan ten minste a) de ondergrens van de ontvlambaarheid meer is dan 6 volumeprocent in lucht, of b) de fundamentele brandsnelheid minder dan 10 cm/s is |
|
|
2 |
Ontvlambare gassen |
Gassen, met uitzondering van gassen van categorie 1A of 1B, die bij 20 °C en een standaarddruk van 101,3 kPa een ontvlambaarheidsinterval hebben wanneer zij gemengd zijn met lucht |
|
Noot 1: Aerosolen worden niet als ontvlambare gassen ingedeeld. Zie afdeling 2.3.
Noot 2: Bij gebrek aan gegevens op grond waarvan zij in categorie 1B ingedeeld zouden kunnen worden, worden ontvlambare gassen die voldoen aan de criteria voor indeling in categorie 1A automatisch in categorie 1A ingedeeld.
Noot 3: Spontane ontsteking van pyrofore gassen is niet altijd onmiddellijk; er kan een zekere vertraging plaatsvinden.
Noot 4: Bij gebrek aan gegevens waarmee vastgesteld zou kunnen worden of een gas pyrofoor is, worden ontvlambare gassen als pyrofoor ingedeeld als zij meer dan 1 volumeprocent aan pyrofore componenten bevatten.
2.2.3. Voorlichting over de gevaren
Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.2.3 vermelde etiketteringselementen gebruikt.
Tabel 2.2.2
Etiketteringselementen voor ontvlambare gassen
|
|
Categorie 1A |
Gassen die zijn ingedeeld in categorie 1A omdat zij voldoen aan de A/B-criteria voor pyrofore of instabiele gassen |
Categorie 1B |
Categorie 2 |
||
|
|
Pyrofore gassen |
Chemisch instabiele gassen |
|
|
||
|
Categorie A |
Categorie B |
|||||
|
GHS-pictogram |
|
|
|
|
|
Geen pictogram |
|
Signaalwoord |
Gevaar |
Gevaar |
Gevaar |
Gevaar |
Gevaar |
Waarschuwing |
|
Gevarenaanduiding |
H220: Zeer licht ontvlambaar gas |
H220: Zeer licht ontvlambaar gas. H232: Kan spontaan ontbranden bij blootstelling aan lucht |
H220: Zeer licht ontvlambaar gas. H230: Kan explosief reageren zelfs in afwezigheid van lucht |
H220: Zeer licht ontvlambaar gas. H231: Kan explosief reageren zelfs in afwezigheid van lucht bij verhoogde druk en/of temperatuur |
H221: Ontvlambare gassen |
H221: Ontvlambare gassen |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie |
P210 |
P210 P222 P280 |
P202 P210 |
P202 P210 |
P210 |
P210 |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie |
P377 P381 |
P377 P381 |
P377 P381 |
P377 P381 |
P377 P381 |
P377 P381 |
|
Veiligheidsaanbeveling i.v.m. opslag |
P403 |
P403 |
P403 |
P403 |
P403 |
P403 |
|
Veiligheidsaanbeveling i.v.m. verwijdering |
|
|
|
|
|
|
Als een ontvlambaar gas of gasmengsel als pyrofoor en/of chemisch instabiel is ingedeeld, dan moet(en) de relevante indeling(en) op de veiligheidsinformatiebladen worden vermeld, zoals bepaald in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006, en moeten de relevante gevarenvoorlichtingselementen op het etiket worden vermeld.
De indelingsprocedure volgt het onderstaande stroomschema (zie figuur 2.2.1).
Figuur 2.2.1
Ontvlambare gassen
(1) Bij gebrek aan gegevens waarmee vastgesteld zou kunnen worden of een gas pyrofoor is, worden ontvlambare gassen als pyrofoor ingedeeld als zij meer dan 1 volumeprocent aan pyrofore componenten bevatten.
▼M19 —————
2.2.4. Aanvullende overwegingen bij de indeling
2.2.4.1. De ontvlambaarheid wordt bepaald met tests of, bij mengsels waarover voldoende gegevens beschikbaar zijn, met berekeningen volgens de ISO-methoden (zie ISO 10156, zoals gewijzigd, „Gases and gas mixtures — Determination of fire potential and oxidising ability for the selection of cilinder valve outlet” en, als de fundamentele brandsnelheid bij categorie 1B wordt gebruikt, ISO 817 zoals gewijzigd „Refrigerants-Designation and safety classification, Annex C:- Method of test for burning velocity measurement of flammable gases”). In plaats van de testapparatuur volgens ISO 10156, zoals gewijzigd, mag de testapparatuur voor de buismethode volgens punt 4.2 van EN 1839, zoals gewijzigd (Determination of explosion limits of gases and vapours), worden gebruikt.
2.2.4.2. Pyroforiciteit wordt bepaald bij 54 °C ofwel volgens IEC 60079-20-1 ed 1.0 (2010-01) „Explosive atmospheres — Part 20-1: Material characteristics for gas and vapour classification — Test methods and data” dan wel volgens DIN 51794 „Determining the ignition temperature of petroleum products”.
2.2.4.3. De indelingsprocedure voor pyrofore gassen hoeft niet te worden toegepast wanneer de ervaring met de vervaardiging of verwerking uitwijst dat een stof of mengsel bij blootstelling aan lucht bij een temperatuur van 54 °C of minder niet spontaan ontbrandt. Ontvlambare gasmengsels die niet op pyroforiciteit zijn getest en die meer dan één procent aan pyrofore componenten bevatten, worden ingedeeld als pyrofore gassen. De beslissing om ontvlambare gasmengsels met minder dan één procent pyrofore componenten al dan niet in te delen, wordt gebaseerd op een deskundig oordeel van de eigenschappen en fysische gevaren van pyrofore gassen en mengsels daarvan. In zulke gevallen hoeft testen alleen te worden overwogen als het deskundig oordeel aangeeft dat het indelingsproces ondersteund moeten worden met aanvullende gegevens.
►M19 2.2.4.4. ◄ Chemische instabiliteit moet overeenkomstig de methode in deel III van de UN RTDG, Manual of Tests and Criteria worden bepaald. Indien uit de berekeningen overeenkomstig ISO 10156, zoals gewijzigd, blijkt dat een gasmengsel niet ontvlambaar is, hoeven geen tests ter bepaling van chemische instabiliteit voor indelingsdoeleinden te worden uitgevoerd.