1.5.2. Vrijstelling van artikel 17 overeenkomstig artikel 29, lid 2
1.5.2.1. Etikettering van pakketten met een totale inhoud van ten hoogste 125 ml
1.5.2.1.1. De in artikel 17 bedoelde voorschriften inzake etiketteringselementen behoeven wat betreft de gevarenaanduidingen en de voorzorgsmaatregelen verbonden aan de volgende gevarencategorieën niet te worden nageleefd:
bij pakketten met een inhoud van ten hoogste 125 ml, wanneer
de stof of het mengsel in een of meerdere van de volgende gevarencategorieën is ingedeeld:
oxiderende gassen van categorie 1;
gassen onder druk
ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3;
ontvlambare vaste stoffen van categorie 1 of 2;
zelfontledende stof of mengsel, type C tot en met F;
voor zelfverhitting vatbare stof of mengsel van categorie 2
stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen van categorie 1, 2 of 3 ontwikkelt;
oxiderende vloeistoffen van categorie 2 of 3;
oxiderende vaste stoffen van categorie 2 of 3;
organische peroxiden, types C tot en met F;
acuut toxische stoffen van categorie 4, indien de stoffen of mengsels niet aan het publiek worden aangeboden;
irriterend voor de huid, categorie 2;
irriterend voor de ogen, categorie 2;
specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling, categorie 2 of 3, indien de stof of het mengsel niet aan het publiek wordt aangeboden;
specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling, categorie 2, indien de stof of het mengsel niet aan het publiek wordt aangeboden;
acuut gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 1;
chronisch gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 1 of 2.
De vrijstellingen van Richtlijn 75/324/EEG, op grond waarvan kleine pakketten van aërosolen niet als ontvlambaar hoeven te worden geëtiketteerd, is van toepassing op spuitbussen.
1.5.2.1.2. De voorzorgsmaatregelen verbonden aan de volgende gevarencategorieën mogen uit de bij artikel 17 voorgeschreven etiketteringselementen worden weggelaten:
bij pakketten met een inhoud van ten hoogste 125 ml, wanneer
de stof of het mengsel in een of meerdere van de volgende gevarencategorieën is ingedeeld:
ontvlambare gassen van categorie 2;
giftig voor de voortplanting; effecten op of via lactatie.
chronisch gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 3 of 4.
1.5.2.1.3. ►M2 De pictogrammen, signaalwoorden, gevarenaanduidingen en voorzorgsmaatregelen die aan de volgende gevarencategorieën verbonden zijn, mogen uit de krachtens artikel 17 vereiste etiketteringselementen worden weggelaten: ◄
bij pakketten met een inhoud van ten hoogste 125 ml, wanneer
de stof of het mengsel in een of meerdere van de volgende gevarencategorieën is ingedeeld:
bijtend voor metalen.
1.5.2.2. Etikettering van oplosbare verpakkingen voor eenmalig gebruik
De bij artikel 17 voorgeschreven etiketteringselementen mogen van oplosbare verpakkingen voor eenmalig gebruik worden weggelaten:
bij oplosbare verpakkingen met een inhoud van ten hoogste 25 ml;
wanneer de inhoud van de oplosbare verpakking in uitsluitend een of meer van de bij punt 1.5.2.1.1, onder b), 1.5.2.1.2, onder b), of 1.5.2.1.3, onder b), vermelde gevarencategorieën is ingedeeld, en
wanneer de oplosbare verpakkingen in een buitenverpakking zit die volledig aan de eisen van artikel 17 voldoet.
1.5.2.3. Punt 1.5.2.2 is niet van toepassing op stoffen of mengsels die onder Richtlijn 91/414/EEG of Richtlijn 98/8/EG vallen.
1.5.2.4. Etikettering van binnenverpakkingen met een totale inhoud van ten hoogste 10 ml
1.5.2.4.1. De in artikel 17 voorgeschreven etiketteringselementen hoeven niet op de binnenverpakking te staan wanneer de binnenverpakking niet meer dan 10 ml bevat en een of meer van de volgende zaken van toepassing is:
de stof of het mengsel wordt in de handel gebracht voor levering aan een distributeur of een downstreamgebruiker voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling of voor analyses ten behoeve van kwaliteitscontrole en de binnenverpakking zit in een buitenverpakking die aan de voorschriften van artikel 17 voldoet;
de stof of het mengsel behoeft overeenkomstig de delen 1 of 2 van bijlage II niet te worden geëtiketteerd en is niet ingedeeld in een van de volgende gevarenklassen en -categorieën:
acute toxiciteit, alle categorieën;
specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling, categorieën 1 en 2;
specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling, alle categorieën;
huidcorrosie, categorie 1, alle subcategorieën;
ernstig oogletsel, categorie 1;
sensibilisatie van de luchtwegen, alle categorieën;
aspiratiegevaar;
mutageniteit in geslachtscellen, alle categorieën;
kankerverwekkendheid, alle categorieën;
voortplantingstoxiciteit, alle categorieën;
hormoonontregelende werking met gevolgen voor de menselijke gezondheid, alle categorieën;
de stof of het mengsel moet overeenkomstig de delen 1 of 2 van bijlage II worden geëtiketteerd, maar is niet ingedeeld in een van de in punt b) van dit punt bedoelde gevarenklassen en -categorieën, en heeft een binnenverpakking die in een buitenverpakking zit die voldoet aan de voorschriften van artikel 17.
1.5.2.4.2. Niettegenstaande de punten 1.5.1.2 en 1.5.2.4.1 moet(en) de productidentificatie en in voorkomend geval de gevarenpictogrammen „GHS01”, „GHS05”, „GHS06” en/of „GHS08” op het etiket van de binnenverpakking staan. Indien meer dan twee pictogrammen zijn toegewezen, krijgen „GHS06” en „GHS08” voorrang op „GHS01” en „GHS05”.
|
1.5.2.5. |
Punt 1.5.2.4 is niet van toepassing op stoffen of mengsels die onder Verordeningen (EG) nr. 1107/2009 of (EU) nr. 528/2012 vallen. |