1.5. Vrijstelling van de etiketterings- en verpakkingsvoorschriften
1.5. Vrijstelling van de etiketterings- en verpakkingsvoorschriften
1.5.1.1. Indien artikel 29, lid 1, van toepassing is, kunnen de etiketteringselementen zoals bedoeld in artikel 17 aangebracht worden op een hangkaartje of op een buitenverpakking.
1.5.1.2. Op het etiket van een binnenverpakking staan ten minste de gevarenpictogrammen, de in artikel 18 bedoelde productidentificatie alsmede de naam en het telefoonnummer van de leverancier van de stof of het mengsel vermeld.
1.5.2. Vrijstelling van artikel 17 overeenkomstig artikel 29, lid 2
1.5.2.1. Etikettering van pakketten met een totale inhoud van ten hoogste 125 ml
1.5.2.1.1. De in artikel 17 bedoelde voorschriften inzake etiketteringselementen behoeven wat betreft de gevarenaanduidingen en de voorzorgsmaatregelen verbonden aan de volgende gevarencategorieën niet te worden nageleefd:
bij pakketten met een inhoud van ten hoogste 125 ml, wanneer
de stof of het mengsel in een of meerdere van de volgende gevarencategorieën is ingedeeld:
oxiderende gassen van categorie 1;
gassen onder druk
ontvlambare vloeistoffen van categorie 2 of 3;
ontvlambare vaste stoffen van categorie 1 of 2;
zelfontledende stof of mengsel, type C tot en met F;
voor zelfverhitting vatbare stof of mengsel van categorie 2
stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen van categorie 1, 2 of 3 ontwikkelt;
oxiderende vloeistoffen van categorie 2 of 3;
oxiderende vaste stoffen van categorie 2 of 3;
organische peroxiden, types C tot en met F;
acuut toxische stoffen van categorie 4, indien de stoffen of mengsels niet aan het publiek worden aangeboden;
irriterend voor de huid, categorie 2;
irriterend voor de ogen, categorie 2;
specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling, categorie 2 of 3, indien de stof of het mengsel niet aan het publiek wordt aangeboden;
specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling, categorie 2, indien de stof of het mengsel niet aan het publiek wordt aangeboden;
acuut gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 1;
chronisch gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 1 of 2.
De vrijstellingen van Richtlijn 75/324/EEG, op grond waarvan kleine pakketten van aërosolen niet als ontvlambaar hoeven te worden geëtiketteerd, is van toepassing op spuitbussen.
1.5.2.1.2. De voorzorgsmaatregelen verbonden aan de volgende gevarencategorieën mogen uit de bij artikel 17 voorgeschreven etiketteringselementen worden weggelaten:
bij pakketten met een inhoud van ten hoogste 125 ml, wanneer
de stof of het mengsel in een of meerdere van de volgende gevarencategorieën is ingedeeld:
ontvlambare gassen van categorie 2;
giftig voor de voortplanting; effecten op of via lactatie.
chronisch gevaar voor het aquatisch milieu, categorie 3 of 4.
1.5.2.1.3. ►M2 De pictogrammen, signaalwoorden, gevarenaanduidingen en voorzorgsmaatregelen die aan de volgende gevarencategorieën verbonden zijn, mogen uit de krachtens artikel 17 vereiste etiketteringselementen worden weggelaten: ◄
bij pakketten met een inhoud van ten hoogste 125 ml, wanneer
de stof of het mengsel in een of meerdere van de volgende gevarencategorieën is ingedeeld:
bijtend voor metalen.
1.5.2.2. Etikettering van oplosbare verpakkingen voor eenmalig gebruik
De bij artikel 17 voorgeschreven etiketteringselementen mogen van oplosbare verpakkingen voor eenmalig gebruik worden weggelaten:
bij oplosbare verpakkingen met een inhoud van ten hoogste 25 ml;
wanneer de inhoud van de oplosbare verpakking in uitsluitend een of meer van de bij punt 1.5.2.1.1, onder b), 1.5.2.1.2, onder b), of 1.5.2.1.3, onder b), vermelde gevarencategorieën is ingedeeld, en
wanneer de oplosbare verpakkingen in een buitenverpakking zit die volledig aan de eisen van artikel 17 voldoet.
1.5.2.3. Punt 1.5.2.2 is niet van toepassing op stoffen of mengsels die onder Richtlijn 91/414/EEG of Richtlijn 98/8/EG vallen.
1.5.2.4. Etikettering van binnenverpakkingen met een totale inhoud van ten hoogste 10 ml
1.5.2.4.1. De in artikel 17 voorgeschreven etiketteringselementen hoeven niet op de binnenverpakking te staan wanneer:
de binnenverpakking niet meer dan 10 ml bevat;
de stof of het mengsel in de handel wordt gebracht voor levering aan een distributeur of downstreamgebruiker die de stof of het mengsel gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, of voor analyses ten behoeve van kwaliteitscontrole, en
de binnenverpakking in een buitenverpakking zit die aan de eisen van artikel 17 voldoet.
1.5.2.4.2. Niettegenstaande de punten 1.5.1.2 en 1.5.2.4.1 moet(en) de productidentificatie en in voorkomend geval de gevarenpictogrammen „GHS01”, „GHS05”, „GHS06” en/of „GHS08” op het etiket van de binnenverpakking staan. Indien meer dan twee pictogrammen zijn toegewezen, krijgen „GHS06” en „GHS08” voorrang op „GHS01” en „GHS05”.
|
1.5.2.5. |
Punt 1.5.2.4 is niet van toepassing op stoffen of mengsels die onder Verordeningen (EG) nr. 1107/2009 of (EU) nr. 528/2012 vallen. |