CELEX 02008R1272 · v20250901

3.5. Mutageniteit in geslachtscellen

3.5.   Mutageniteit in geslachtscellen

▼M19

3.5.1.1. Onder „mutageniteit in geslachtscellen” wordt verstaan erfelijke genetische mutaties, waaronder erfelijke structurele en numerieke chromosomale afwijkingen van geslachtscellen die zich voordoen na blootstelling aan een stof of mengsel.

▼M19

3.5.1.2. De algemenere begrippen „genotoxisch” en „genotoxiciteit” worden gebruikt voor stoffen of processen die de structuur, de informatie of de segregatie van DNA veranderen, waaronder ook stoffen en processen die DNA-beschadigingen opleveren doordat zij de normale replicatieprocessen beïnvloeden of die op niet-fysiologische wijze de DNA-replicatie (tijdelijk) veranderen. Resultaten van genotoxiciteitstests worden gewoonlijk beschouwd als indicatoren van mutagene effecten.

3.5.1.3. De algemenere begrippen „genotoxisch” en „genotoxiciteit” worden gebruikt voor stoffen of processen die de structuur, de informatie of de segregatie van DNA veranderen, waaronder ook stoffen en processen die DNA-beschadigingen opleveren doordat zij de normale replicatieprocessen beïnvloeden of die op niet-fysiologische wijze de DNA-replicatie (tijdelijk) veranderen. Resultaten van genotoxiciteitstests worden gewoonlijk beschouwd als indicatoren van mutagene effecten.

▼B

3.5.2.   Indelingscriteria voor stoffen

3.5.2.1. Onder deze gevarenklasse vallen voornamelijk stoffen die erfelijk overdraagbare mutaties in de geslachtscellen van mensen kunnen veroorzaken. Bij de indeling van stoffen en mengsels in deze gevarenklasse wordt echter ook rekening gehouden met de resultaten van tests op mutageniteit of genotoxiciteit die in vitro of in vivo in somatische en geslachtscellen van zoogdieren worden uitgevoerd.

3.5.2.2. Stoffen worden overeenkomstig tabel 3.5.1 in een van de twee categorieën voor mutageniteit in geslachtscellen ingedeeld.

Tabel 3.5.1

Gevarencategorieën voor mutagene stoffen in geslachtscellen

Categorieën

Criteria

CATEGORIE 1:

Stoffen waarvan bekend is dat zij erfelijke mutaties veroorzaken of die beschouwd moeten worden als stoffen die erfelijke mutaties veroorzaken in de geslachtscellen van mensen.

Stoffen waarvan bekend is dat zij erfelijke mutaties in de geslachtscellen van mensen veroorzaken.

Categorie 1A:

De indeling in categorie 1A wordt gebaseerd op positieve bewijzen van epidemiologische studies bij mensen.

Stoffen die beschouwd moeten worden als stoffen die erfelijke mutaties in de geslachtscellen van mensen veroorzaken.

Categorie 1B:

De indeling in categorie 1B wordt gebaseerd op:

— een of meer positieve resultaten van in-vivotests op erfelijke mutageniteit in geslachtscellen van zoogdieren; of

— een of meer positieve resultaten van in-vivotests op mutageniteit in somatische cellen van zoogdieren, in combinatie met enige bewijzen dat de stof mutaties van geslachtscellen kan veroorzaken. Dit ondersteunende bewijs kan ontleend worden aan in-vivotests op mutageniteit of genotoxiciteit in geslachtscellen, of berusten op het aantonen dat de stof of een of meer metabolieten ervan een interactie met het genetisch materiaal van geslachtscellen kunnen aangaan; of

— positieve testresultaten die wijzen op mutagene effecten in de geslachtscellen van mensen, zonder dat aangetoond is dat deze erfelijk overdraagbaar zijn; bijvoorbeeld een toegenomen frequentie van aneuploïdie in de spermacellen van blootgestelde personen.

CATEGORIE 2:

Stoffen die reden geven tot bezorgdheid voor de mens omdat zij mogelijk erfelijke mutaties in de geslachtscellen van mensen veroorzaken

De indeling in categorie 2 wordt gebaseerd op:

— positieve bewijzen op basis van proeven bij zoogdieren en/of in sommige gevallen op basis van in-vitroproeven, verkregen uit:

— 

— in-vivotests op mutageniteit in somatische cellen van zoogdieren; of

— andere in-vivotests op genotoxiciteit in somatische cellen die worden bevestigd door positieve resultaten van in-vitrotests op mutageniteit.

Noot: Stoffen die positief zijn bij in-vitrotests op mutageniteit bij zoogdieren en tevens een soortgelijke chemische structuur-activiteitsrelatie hebben als stoffen waarvan bekend is dat zij mutageen zijn in geslachtscellen, komen in aanmerking voor indeling als mutagene stoffen van categorie 2.

3.5.2.3.   Specifieke overwegingen voor indeling als stof die mutageen is in geslachtscellen

3.5.2.3.1. Voor de indeling worden de resultaten beoordeeld van proeven ter bepaling van de mutagene en/of genotoxische effecten in geslachtscellen en/of somatische cellen van blootgestelde dieren. Ook mutagene en/of genotoxische effecten die bij in-vitrotests zijn vastgesteld, worden in de beoordeling verwerkt.

3.5.2.3.2. Het systeem is gebaseerd op gevaren en deelt stoffen in op grond van hun intrinsieke vermogen om mutaties in geslachtscellen te veroorzaken. Dit betekent dat het niet bedoeld is voor de (kwantitatieve) risicobeoordeling van stoffen.

3.5.2.3.3. De indeling voor erfelijke effecten in menselijke geslachtscellen vindt plaats op basis van correct uitgevoerde, voldoende gevalideerde tests, bij voorkeur overeenkomstig Verordening (EG) nr. 440/2008 die is aangenomen overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 („verordening testmethoden”), zoals de in de volgende punten opgesomde tests. De testresultaten worden beoordeeld aan de hand van de mening van deskundigen, en alle beschikbare gegevens worden gewogen met het oog op de indeling.

3.5.2.3.4. In-vivotests op erfelijke mutageniteit in geslachtscellen zoals:

— 
dominant-letaal-mutatietest bij knaagdieren;
— 
overerfbare-translokatietest bij muizen;

▼M19

3.5.2.3.5. In-vivotests op mutageniteit in somatische cellen zoals:

— 
test op chromosoomafwijkingen in beenmergcellen van zoogdieren;
— 
micronucleustest bij erytrocyten van zoogdieren.

▼B

3.5.2.3.6. Mutageniteits/genotoxiciteitstests in geslachtscellen zoals:

a) 

Mutageniteitstests:

— 
test op chromosoomafwijkingen in spermatogonia van zoogdieren;
— 
spermatide micronucleustest;
b) 

Genotoxiciteitstests:

— 
Zusterchromatiden-uitwisselingstest in spermatogonia
— 
DNA-herstelsynthesetest (UDS) in zaadcellen

3.5.2.3.7. Genotoxiciteitstests in somatische cellen zoals:

— 
in-vivoherstelsynthesetest (UDS) in levercellen;
— 
zusterchromatiden-uitwisselingstest in beenmergcellen van zoogdieren (SCE);

3.5.2.3.8. In vitro mutageniteitstests zoals:

— 
in-vitrotest op chromosoomafwijkingen in zoogdiercellen;
— 
in-vitrogenmutatietest met zoogdiercellen;
— 
terugmutatietests met bacteriën.

3.5.2.3.9. De indeling van afzonderlijke stoffen wordt gebaseerd op de totale bewijskracht, aan de hand van de mening van deskundigen (zie punt 1.1.1). Wanneer één correct uitgevoerde test voor de indeling wordt gebruikt, moet deze duidelijke, ondubbelzinnige positieve resultaten hebben opgeleverd. Nieuwe, terdege gevalideerde tests mogen eveneens worden gebruikt in de totale in aanmerking te nemen bewijskracht. Er wordt ook rekening gehouden met de relevantie van de in de studie gebruikte blootstellingsroute ten opzichte van de route waarlangs de mens wordt blootgesteld.

3.5.3.   Indelingscriteria voor mengsels

3.5.3.1.   Indeling van mengsels wanneer gegevens over alle of sommige bestanddelen beschikbaar zijn

3.5.3.1.1. Het mengsel wordt als mutagene stof ingedeeld wanneer ten minste één bestanddeel als mutagene stof van categorie 1A, 1B of 2 is ingedeeld en ten minste in een hoeveelheid van de in tabel 3.5.2 vermelde algemene concentratiegrens voor respectievelijk categorie 1A, categorie1B en categorie 2 aanwezig is.

▼M4

Tabel 3.5.2.

Algemene concentratiegrenzen voor als mutageen in geslachtscellen ingedeelde bestanddelen van een mengsel waarbij het mengsel wordt ingedeeld

Bestanddeel ingedeeld in:

Concentratiegrenzen waarbij het mengsel wordt ingedeeld voor:

Mutageen, categorie 1

Mutageen, categorie 2

Categorie 1A

Categorie 1B

Mutageen, categorie 1A

≥ 0,1 %

Mutageen, categorie 1B

≥ 0,1 %

Mutageen, categorie 2

≥ 1,0 %

▼B

Noot:

De concentratiegrenzen in bovenstaande tabel zijn van toepassing op vaste stoffen en vloeistoffen (gewichtspercent) alsmede op gassen (volumepercent).

3.5.3.2.   Indeling van mengsels wanneer gegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn

3.5.3.2.1. De indeling van mengsels wordt gebaseerd op de beschikbare testgegevens over de afzonderlijke bestanddelen van het mengsel, met gebruikmaking van de concentratiegrenzen voor de bestanddelen die als mutageen in geslachtscellen zijn ingedeeld. Per geval kan worden overwogen testgegevens over mengsels voor de indeling te gebruiken wanneer die effecten aantonen die niet uit de beoordeling op basis van de afzonderlijke bestanddelen blijken. In dergelijke gevallen moet aangetoond zijn dat uit de testresultaten voor het mengsel als geheel een conclusie kan worden getrokken, rekening houdend met de dosis en andere factoren zoals duur, waarnemingen, gevoeligheid en statistische analyses van testsystemen voor mutageniteit in geslachtscellen. Passende documentatie die de indeling onderbouwt, wordt bewaard en op verzoek ter beschikking gesteld om te worden bestudeerd.

3.5.3.3.   Indeling van mengsels wanneer geen gegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn: extrapolatieprincipes

3.5.3.3.1. Wanneer het mengsel zelf niet op gevaar voor mutageniteit in geslachtscellen is getest, maar wel voldoende gegevens over de afzonderlijke bestanddelen en over soortgelijke geteste mengsels beschikbaar zijn (waarvoor punt 3.5.3.2.1 geldt) om de gevaren van het mengsel adequaat te typeren, worden deze gegevens gebruikt overeenkomstig de extrapolatieregels in punt 1.1.3.

3.5.4.   Voorlichting over de gevaren

3.5.4.1. Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 3.5.3 vermelde etiketteringselementen gebruikt.

▼M4

Tabel 3.5.3.

Etiketteringselementen voor mutageniteit in geslachtscellen

Indeling

Categorie 1

(Categorie 1A of 1B)

Categorie 2

GHS-pictogrammen

image

image

Signaalwoord

Gevaar

Waarschuwing

Gevarenaanduiding

H340: Kan genetische schade veroorzaken (blootstellingsroute vermelden indien overtuigend bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is)

H341: Verdacht van het veroorzaken van genetische schade (blootstellingsroute vermelden indien overtuigend bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is)

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie

P201

P202

P280

P201

P202

P280

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie

P308 + P313

P308 + P313

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. opslag

P405

P405

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. verwijdering

P501

P501

▼B

3.5.5.   Aanvullende overwegingen bij de indeling

Er wordt steeds algemener aanvaard dat het proces van door chemische stoffen geïnduceerde tumorvorming bij mensen en dieren leidt tot genetische veranderingen, bijvoorbeeld in proto-oncogenen en/of tumorsuppressorgenen van somatische cellen. Het aantonen in vivo van mutagene eigenschappen van stoffen in somatische en/of geslachtscellen bij zoogdieren kan dan ook gevolgen hebben voor de potentiële indeling van deze stoffen als kankerverwekkend (zie ook Kankerverwekkendheid, punt 3.6, punt 3.6.2.2.6).

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals