CELEX 02008R1272 · v20250901

3.1. Voorschriften voor kinderveilige sluitingen

3.1.   Voorschriften voor kinderveilige sluitingen

3.1.1.1. Verpakkingen van welke inhoud ook die een stof of een mengsel bevatten die voor het grote publiek bestemd zijn en ingedeeld zijn voor acute toxiciteit van de categorieën 1 t/m 3, STOT bij eenmalige blootstelling van categorie 1, STOT bij herhaalde blootstelling van categorie 1 of huidcorrosie van categorie 1, worden van een kinderveilige sluiting voorzien.

3.1.1.2. Verpakkingen van welke inhoud ook die een stof of een mengsel bevatten die voor het grote publiek bestemd zijn en die aspiratiegevaar opleveren en zijn ingedeeld overeenkomstig bijlage I, punt 3.10.2 en 3.10.3, en geëtiketteerd overeenkomstig bijlage I, deel 3, punt 3.10.4.1, met uitzondering van stoffen en mengsels die in een spuitbus of in een houder met een vaste verstuiver in de handel worden gebracht, worden voorzien van een kinderveilige sluiting.

3.1.1.3. Als in een stof of een mengsel een of meer van de hieronder genoemde stoffen voorkomen in een concentratie gelijk aan of groter dan de voor elke stof vermelde maximumconcentratie, en deze stof of dit mengsel voor het grote publiek bestemd is, wordt de verpakking, van welke inhoud ook, van een kinderveilige sluiting voorzien.

Nr.

Identificatie van de stof

Maximumconcentratie

CAS-nr.

Naam

EG-nr.

1

67-56-1

methanol

200-659-6

≥ 3 %

2

75-09-2

dichloormethaan

200-838-9

≥ 1 %

3.1.2.   Hersluitbare verpakkingen

Kinderveilige sluitingen van hersluitbare verpakkingen moeten voldoen aan EN ISO-norm 8317, zoals gewijzigd, inzake „Kinderveilige verpakkingen — Eisen en beproevingsmethoden ten aanzien van hersluitbare verpakkingen”, vastgesteld door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) en de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO).

3.1.3.   Niet-hersluitbare verpakkingen

Kinderveilige sluitingen van niet-hersluitbare verpakkingen moeten voldoen aan CEN-norm EN-862, zoals gewijzigd, inzake „Verpakkingen — Kinderveilige verpakkingen — Eisen en beproevingsmethoden ten aanzien van niet-hersluitbare verpakkingen voor niet-farmaceutische producten”, vastgesteld door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN).

3.1.4.   Opmerkingen

3.1.4.1. Alleen laboratoria die aan de norm EN ISO/IEC 17025, met wijzigingen, voldoen, zijn bevoegd na te gaan of aan bovenstaande normen is voldaan.

3.1.4.2.   Specifieke gevallen

Indien het duidelijk is dat een verpakking in voldoende mate veilig is voor kinderen omdat kinderen niet bij de inhoud ervan kunnen komen zonder de hulp van een stuk gereedschap, hoeft de test als bedoeld in onder punt 3.1.2 of 3.1.3 niet te worden uitgevoerd.

In alle andere gevallen en indien er voldoende redenen zijn om aan de doeltreffendheid van de kinderveilige sluiting te twijfelen, kan de nationale instantie van degene die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen, een certificaat eisen dat is afgegeven door een laboratorium als bedoeld onder punt 3.1.4.1, waarin wordt verklaard dat:

— 
het toegepaste type sluiting zodanig is dat het niet noodzakelijk is om de onder punt 3.1.2 of 3.1.3 bedoelde test uit te voeren, of
— 
de sluiting beproefd en in overeenstemming met bovengenoemde normen bevonden is.

▼M4

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals