1.1.2. Gegevens over de indeling en etikettering van elke stof in tabel 3
1.1.2.1. Codes voor de indeling
1.1.2.1.1.
De indeling van elke stof is gebaseerd op de criteria van bijlage I, overeenkomstig artikel 13, onder a), en aangegeven met een code voor de gevarenklasse en de categorie of categorieën/subklassen/soorten binnen die gevarenklasse.
De gevarenklasse en de categoriecodes voor elke gevarencategorie/subklasse/soort binnen een klasse staan vermeld in tabel 1.1.
Tabel 1.1
|
Gevarenklasse |
Gevarenklasse en categoriecode |
|
Ontplofbaar |
Unst. Expl. Expl. 1.1 Expl. 1.2 Expl. 1.3 Expl. 1.4 Expl. 1.5 Expl. 1.6 |
|
Ontvlambare gassen |
Flam. Gas 1A Flam. Gas 1B Flam. Gas 2 Pyr. Gas Chem. Unst. Gas A Chem. Unst. Gas B |
|
Aerosol |
Aerosol 1 Aerosol 2 Aerosol 3 |
|
Oxiderend gas |
Ox. Gas 1 |
|
Gassen onder druk |
Press. Gas (*1) |
|
Ontvlambare vloeistof |
Flam. Liq. 1 Flam. Liq. 2 Flam. Liq. 3 |
|
Ontvlambare vaste stof |
Flam. Sol. 1 Flam. Sol. 2 |
|
Zelfontledende stof of mengsel |
Self-react. A Self-react. B Self-react. CD Self-react. EF Self-react. G |
|
Pyrofore vloeistof |
Pyr. Liq. 1 |
|
Pyrofore vaste stof |
Pyr. Sol. 1 |
|
Voor zelfverhitting vatbare stof of mengsel |
Self-heat. 1 Self-heat. 2 |
|
Stof die of mengsel dat in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelt |
Water-react. 1 Water-react. 2 Water-react. 3 |
|
Oxiderende vloeistof |
Ox. Liq. 1 Ox. Liq. 2 Ox. Liq. 3 |
|
Oxiderende vaste stof |
Ox. Sol. 1 Ox. Sol. 2 Ox. Sol. 3 |
|
Organisch peroxide |
Org. Perox. A Org. Perox. B Org. Perox. CD Org. Perox. EF Org. Perox. G |
|
Voor metalen bijtend(e) stof of mengsel |
Met. Corr. 1 |
|
Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen |
Desen. Expl. 1 Desen. Expl. 2 Desen. Expl. 3 Desen. Expl. 4 |
|
Acute toxiciteit |
Acute Tox. 1 Acute Tox. 2 Acute Tox. 3 Acute Tox. 4 |
|
Huidcorrosie/-irritatie |
Skin Corr. 1 Skin Corr. 1A Skin Corr. 1B Skin Corr. 1C Skin Irrit. 2 |
|
Ernstig oogletsel/oogirritatie |
Eye Dam. 1 Eye Irrit. 2 |
|
Sensibilisatie van de luchtwegen/de huid |
|
|
Mutageniteit in geslachtscellen |
Muta. 1A Muta. 1B Muta. 2 |
|
Kankerverwekkendheid |
Carc. 1A Carc. 1B Carc. 2 |
|
Voortplantingstoxiciteit |
Repr. 1A Repr. 1B Repr. 2 Lact. |
|
Specifieke doelorgaantoxiciteit — eenmalige blootstelling |
STOT SE 1 STOT SE 2 STOT SE 3 |
|
Specifieke doelorgaantoxiciteit — herhaalde blootstelling |
STOT RE 1 STOT RE 2 |
|
Aspiratiegevaar |
Asp. Tox. 1 |
|
Hormoonontregelaar met gevolgen voor de menselijke gezondheid |
ED HH 1 ED HH 2 |
|
Gevaar voor het aquatisch milieu |
Aquatic Acute 1 Aquatic Chronic 1 Aquatic Chronic 2 Aquatic Chronic 3 Aquatic Chronic 4 |
|
Hormoonontregelaar met gevolgen voor het milieu |
ED ENV 1 ED ENV 2 |
|
Persistent, bioaccumulerend en toxisch Zeer persistent en zeer bioaccumulerend |
PBT zPzB |
|
Persistent, mobiel en toxisch Zeer persistent en zeer mobiel |
PMT zPzM |
|
Gevaarlijk voor de ozonlaag |
|
|
(*1)
Zie noot U in 1.1.3. |
|
1.1.2.1.2.
De gevarenaanduidingen die overeenkomstig artikel 13, onder b), zijn toegekend, zijn aangegeven overeenkomstig bijlage III. Voor bepaalde gevarenaanduidingen zijn bovendien aan de driecijferige gevarenaanduidingcodes letters toegevoegd. De volgende aanvullende codes worden gebruikt:
|
H350i |
Kan kanker veroorzaken bij inademing. |
|
H360F |
Kan de vruchtbaarheid schaden. |
|
H360D |
Kan het ongeboren kind schaden. |
|
H361f |
Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden. |
|
H361d |
Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden. |
|
H360FD |
Kan de vruchtbaarheid schaden. Kan het ongeboren kind schaden. |
|
H361fd |
Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden. |
|
H360Fd |
Kan de vruchtbaarheid schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden. |
|
H360Df |
Kan het ongeboren kind schaden. Wordt ervan verdacht de vruchtbaarheid te schaden. |
1.1.2.2. Etiketteringscodes
In de kolom voor de etikettering zijn de volgende elementen aangegeven:
de gevarenpictogramcodes zoals beschreven in bijlage V, overeenkomstig de voorrangsregels in artikel 26;
de signaalwoordcode „Gvr” voor „Gevaar” of „Wrschwng” voor „Waarschuwing”, overeenkomstig de voorrangsregel in artikel 20, lid 3;
de gevarenaanduidingscodes zoals beschreven in bijlage III, overeenkomstig de indeling;
de codes voor de bijkomende aanduidingen die zijn toegewezen overeenkomstig artikel 25, lid 1, en de regels beschreven in bijlage II, deel 1.
1.1.2.3. Specifieke concentratiegrenzen, M-factoren en acute toxiciteitsschattingen (ATE's)
Indien er voor een bepaalde categorie specifieke concentratiegrenzen zijn die verschillen van de algemene concentratiegrenzen in bijlage I, zijn deze in een aparte kolom aangegeven, met de bijbehorende indeling; hiervoor zijn dezelfde codes gebruikt als in sectie 1.1.2.1.1. In diezelfde kolom van tabel 3 worden ook geharmoniseerde ATE's weergegeven. De specifieke concentratiegrenzen en geharmoniseerde ATE's moeten door de fabrikant, importeur of downstreamgebruiker worden gebruikt voor de indeling van een mengsel dat die stof bevat. Wanneer een ATE wordt gebruikt, moet de in punt 3.1.3.6 van bijlage I omschreven somformule worden toegepast. Indien in deze bijlage geen specifieke concentratiegrenzen voor een bepaalde categorie zijn aangegeven, gelden de algemene concentratiegrenzen van bijlage I voor de indeling van stoffen die bepaalde verontreinigingen, additieven of afzonderlijke bestanddelen bevatten, of voor mengsels. Wanneer geen geharmoniseerde ATE's beschikbaar zijn, wordt de correcte waarde vastgesteld aan de hand van de beschikbare gegevens.
Tenzij anders vermeld, worden de concentratiegrenzen uitgedrukt als gewichtspercentage van de stof, berekend ten opzichte van het totaalgewicht van het mengsel.
Indien voor stoffen die als gevaarlijk voor het aquatisch milieu zijn ingedeeld in de categorieën Aquatic Acute 1 of Aquatic Chronic 1 een M-factor geharmoniseerd is, is die M-factor in tabel 3 aangegeven in dezelfde kolom als de specifieke concentratiegrenzen. Indien zowel voor Aquatic Acute 1 als voor Aquatic Chronic 1 een M-factor geharmoniseerd is, wordt elke M-factor op dezelfde regel vermeld als de bijbehorende onderverdeling. Indien in tabel 3 slechts één M-factor staat en de stof als Aquatic Acute 1 en Aquatic Chronic 1 is ingedeeld, gebruikt de fabrikant, importeur of downstreamgebruiker die M-factor voor de indeling van een mengsel dat deze stof bevat voor acuut aquatisch gevaar en aquatisch gevaar op lange termijn met de optelmethode. Is in tabel 3 geen M-factor aangegeven, dan bepaalt de fabrikant, importeur of downstreamgebruiker op basis van de voor de stof beschikbare gegevens een of meer M-factoren. Voor de bepaling en het gebruik van M-factoren, zie punt 4.1.3.5.5.5 van bijlage I.