2.6. Ontvlambare vloeistoffen
2.6. Ontvlambare vloeistoffen
Onder „ontvlambare vloeistoffen” worden verstaan vloeistoffen waarvan het vlampunt niet hoger is dan 60 oC.
2.6.2. Indelingscriteria
2.6.2.1. Een ontvlambare vloeistof wordt overeenkomstig tabel 2.6.1 in een van de drie categorieën van deze klasse ingedeeld.
2.6.2.1. Een ontvlambare vloeistof wordt overeenkomstig tabel 2.6.1 in een van de drie categorieën van deze klasse ingedeeld.
Tabel 2.6.1.
Criteria voor ontvlambare vloeistoffen
|
Categorie |
Criteria |
|
1 |
Vlampunt < 23 oC en beginkookpunt ≤ 35 oC |
|
2 |
Vlampunt < 23 oC en beginkookpunt > 35 oC |
|
3 |
Vlampunt ≥ 23 oC en ≤ 60 oC () |
|
(1)
Voor de toepassing van deze verordening kunnen gasolie, diesel en lichte stookolie met een vlampuntbereik tussen ≥ 55 oC en ≤ 75 oC tot categorie 3 worden gerekend. |
|
Noot
Aerosolen worden niet als ontvlambare vloeistoffen ingedeeld; zie punt 2.3.
2.6.3. Voorlichting over de gevaren
Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.6.2 vermelde etiketteringselementen gebruikt.
Tabel 2.6.2.
Etiketteringselementen voor ontvlambare vloeistoffen
|
Indeling |
categorie 1 |
categorie 2 |
categorie 3 |
|
GHS-pictogrammen |
|
|
|
|
Signaalwoord: |
Gevaar |
Gevaar |
Waarschuwing |
|
Gevarenaanduiding |
H224: Zeer licht ontvlambare vloeistof en damp |
H225: Licht ontvlambare vloeistof en damp |
H226: Ontvlambare vloeistof en damp |
|
Voorzorgsmaatregelen i.v.m. reactie |
P210 P233 P240 P241 P242 P243 P280 |
P210 P233 P240 P241 P242 P243 P280 |
P210 P233 P240 P241 P242 P243 P280 |
|
Voorzorgsmaatregelen i.v.m. reactie |
P303 + P361 + P353 P370 + P378 |
P303 + P361 + P353 P370 + P378 |
P303 + P361 + P353 P370 + P378 |
|
Voorzorgsmaatregelen i.v.m. opslag |
P403 + P235 |
P403 + P235 |
P403 + P235 |
|
Voorzorgsmaatregelen i.v.m. reactie |
P501 |
P501 |
P501 |
2.6.4. Aanvullende overwegingen bij de indeling
2.6.4.1. Voor de indeling van ontvlambare vloeistoffen zijn gegevens over het vlampunt en het beginkookpunt vereist. De gegevens kunnen aan de literatuur worden ontleend, worden berekend of proefondervindelijk worden bepaald. Indien geen gegevens beschikbaar zijn, worden het vlampunt en het beginkookpunt proefondervindelijk bepaald. Voor de bepaling van het vlampunt wordt een methode met gesloten kroes gevolgd.
2.6.4.1. Voor de indeling van ontvlambare vloeistoffen zijn gegevens over het vlampunt en het beginkookpunt vereist. De gegevens kunnen aan de literatuur worden ontleend, worden berekend of proefondervindelijk worden bepaald. Indien geen gegevens beschikbaar zijn, worden het vlampunt en het beginkookpunt proefondervindelijk bepaald. Voor de bepaling van het vlampunt wordt een methode met gesloten kroes gevolgd.
2.6.4.2. Bij mengsels ( 9 ) die bekende ontvlambare vloeistoffen bevatten in vastgestelde concentraties, hoewel zij ook niet-vluchtige bestanddelen, zoals polymeren of additieven kunnen bevatten, behoeft het vlampunt niet proefondervindelijk te worden bepaald als het volgens de methode in punt 2.6.4.3 hieronder berekende vlampunt van het mengsel ten minste 5 °C ( 10 ) hoger ligt dan dat van het desbetreffende indelingscriterium, en mits:
de precieze samenstelling van het mengsel bekend is (als het materiaal een gespecificeerd samenstellingsbereik heeft, wordt de samenstelling met het laagste berekende vlampunt voor de beoordeling gebruikt);
de onderste ontploffingsgrens van elk bestanddeel bekend is (wanneer deze gegevens worden geëxtrapoleerd naar andere temperaturen dan de testomstandigheden, vindt passende correlatie plaats) alsmede een methode voor de berekening van de onderste ontploffingsgrens ►M2 van het mengsel ◄ ;
de temperatuursafhankelijkheid van de verzadigde dampspanning en van de activiteitscoëfficiënt voor elk bestanddeel van het mengsel bekend is;
de vloeistoffase homogeen is.
2.6.4.3. Één geschikte methode staat beschreven in Gmehling and Rasmussen (Ind. Eng. Fundament, 21, 186, (1982)). Voor een mengsel dat niet-vluchtige bestanddelen bevat, wordt het vlampunt berekend op grond van de vluchtige bestanddelen. Niet-vluchtige bestanddelen worden geacht de partiële druk van de oplosmiddelen slechts licht te verlagen, en het berekende vlampunt ligt dan ook slechts iets onder de gemeten waarde.
2.6.4.4. Mogelijke testmethoden voor het bepalen van het vlampunt van ontvlambare vloeistoffen zijn opgenbomen in tabel 2.6.3.
Tabel 2.6.3.
Methoden voor het bepalen van het vlampunt van ontvlambare vloeistoffen:
|
Europese normen: |
EN ISO 1516, gewijzigd Bepaling vlampunt/geen vlampunt — Evenwichtsmethode met afgesloten kroes |
|
EN ISO 1523, gewijzigd Bepaling vlampunt — Evenwichtsmethode met afgesloten kroes |
|
|
EN ISO 2719, gewijzigd Bepaling vlampunt — Pensky-Martens methode met afgesloten kroes |
|
|
EN ISO 3679, gewijzigd Bepaling vlampunt — Versnelde evenwichtsmethode met afgesloten kroes |
|
|
EN ISO 3680, gewijzigd Bepaling vlampunt/geen vlampunt — Versnelde evenwichtsmethode met afgesloten kroes |
|
|
EN ISO 13736, gewijzigd Petroleumproducten en andere vloeistoffen — Bepaling vlampunt — Abel methode met afgesloten kroes |
|
|
Nationale normen: |
|
|
Association française de normalisation, AFNOR: |
NF M07-036, gewijzigd Bepaling vlampunt — Vase clos Abel-Pensky (identiek met DIN 51755) |
|
▼M2 ————— |
|
|
Deutsches Institut für Normung |
DIN 51755 (vlampunten onder 65 oC), gewijzigd Prüfung von Mineralölen und anderen brennbaren Flüssigkeiten; Bestimmung des Flammpunktes im geschlossenen Tiegel, nach Abel-Pensky (identiek met NF M07-036) |
2.6.4.5. Vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 35 °C maar niet hoger dan 60 °C behoeven niet in categorie 3 te worden ingedeeld indien test L.2 van de UN RDTG, Manual of Tests and Criteria, deel III, afdeling 32, ter bepaling van het vermogen om verbranding te doorstaan, een negatief resultaat heeft opgeleverd.
2.6.4.6. Mogelijke testmethoden voor het bepalen van het beginkookpunt van ontvlambare vloeistoffen zijn opgenomen in tabel 2.6.4.
Tabel 2.6.4
Methoden voor het bepalen van het beginkookpunt van ontvlambare vloeistoffen
|
Europese normen: |
EN ISO 3405, gewijzigd Aardolieproducten — Bepaling van de destillatiekromme bij atmosferische druk |
|
EN ISO 3924, gewijzigd Aardolieproducten — Bepaling van de kooktrajectverdeling — Gaschromatografische methode |
|
|
EN ISO 4626, gewijzigd Vluchtige organische vloeistoffen — Bepaling van het kooktraject van als grondstof gebruikte organische oplosmiddelen |
|
|
Verordening (EG) nr. 440/2008 (1) |
Methode A.2 zoals beschreven in deel A van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 440/2008 |
|
(1)
PB L 142 van 31.5.2008, blz. 1. |
|