2.3. Aerosolen
2.3. Aerosolen
Onder „aerosolen”, d.w.z. spuitbussen, wordt verstaan niet-navulbare houders van metaal, glas of kunststof die een samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder druk opgelost gas bevatten, al dan niet met een vloeistof, pasta of poeder, en voorzien zijn van een afgiftesysteem waarmee de inhoud als vaste of vloeibare deeltjes in suspensie in een gas dan wel als schuim, pasta, poeder, vloeistof of gas kan worden vrijgegeven.
2.3.2. Indelingscriteria
2.3.2.1. Aerosolen worden ingedeeld in een van de drie categorieën van deze gevarenklasse, op basis van hun ontvlambare eigenschappen en verbrandingswarmte. Zij komen in aanmerking voor indeling in categorie 1 of categorie 2 indien zij ten minste 1 gewichtspercent aan bestanddelen bevatten die overeenkomstig de criteria in dit deel als ontvlambaar zijn ingedeeld, dat wil zeggen:
of indien hun verbrandingswarmte ten minste 20 kJ/g is.
NOOT 1: Onder ontvlambare bestanddelen worden niet verstaan pyrofore, voor zelfverhitting vatbare of met water reagerende stoffen en mengsels, omdat dergelijke bestanddelen nooit in aerosolen worden gebruikt.
NOOT 2: Aerosolen vallen niet tevens onder punt 2.2 (ontvlambare gassen), 2.5 (gassen onder druk), 2.6 (ontvlambare vloeistoffen) en 2.7 (ontvlambare vaste stoffen). Afhankelijk van hun inhoud kunnen aerosolen echter binnen het toepassingsgebied van andere gevarenklassen en hun etiketteringselementen vallen.
2.3.2.2. Aerosolen moeten op basis van de bestanddelen, de chemische verbrandingswarmte, en in voorkomend geval de resultaten van de schuimtest (voor schuimaerosolen) of de ontbrandingsafstandtest en de ontbrandingstest in gesloten ruimte (voor sprayaerosolen) overeenkomstig de figuren 2.3.1 a) tot en met c) van deze bijlage en de punten 31.4, 31.5 en 31.6 van deel III van de UN RTDG, Manual of Tests and Criteria in een van de drie categorieën van deze klasse worden ingedeeld. Aerosolen die niet voldoen aan de criteria voor indeling in categorie 1 of 2 worden ingedeeld in categorie 3.
Noot:
Aerosolen die meer dan 1 % ontvlambare bestanddelen bevatten of een verbrandingswarmte van ten minste 20 kJ/g hebben en niet zijn onderworpen aan de indelingsprocedures voor ontvlambaarheid van dit punt worden als aerosolen van categorie 1 ingedeeld.
Figuur 2.3.1 a)
Voor aerosolen
Figuur 2.3.1 b)
Sprayaerosolen
Figuur 2.3.1 c)
Schuimaerosolen
2.3.3. Voorlichting over de gevaren
Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.3.1 vermelde etiketteringselementen gebruikt.
Tabel 2.3.1.
Etiketteringselementen voor aerosolen
|
Indeling |
Categorie 1 |
Categorie 2 |
Categorie 3 |
|
GHS-pictogrammen |
|
|
Geen pictogram |
|
Signaalwoord |
Gevaar |
Waarschuwing |
Waarschuwing |
|
Gevarenaanduiding |
H222: Zeer licht ontvlambare aerosol H229: Houder onder druk: kan openbarsten bij verhitting |
H223: Ontvlambare aerosol H229: Houder onder druk: kan openbarsten bij verhitting |
H229: Houder onder druk: kan openbarsten bij verhitting |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie |
P210 P211 P251 |
P210 P211 P251 |
P210 P251 |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie |
|
|
|
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. opslag |
P410 + P412 |
P410 + P412 |
P410 + P412 |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. verwijdering |
|
|
|
2.3.4.
Aanvullende overwegingen bij de indeling
2.3.4.1. De chemische verbrandingswarmte (ΔΗc), uitgedrukt in kilojoule per gram (kJ/g), is het product van de theoretische verbrandingswarmte (ΔΗcomb) en een verbrandingsrendement, gewoonlijk minder dan 1,0 (een gebruikelijk verbrandingsrendement is 0,95 of 95 %).
2.3.4.1. De chemische verbrandingswarmte (ΔΗc), uitgedrukt in kilojoule per gram (kJ/g), is het product van de theoretische verbrandingswarmte (ΔΗcomb) en een verbrandingsrendement, gewoonlijk minder dan 1,0 (een gebruikelijk verbrandingsrendement is 0,95 of 95 %).
Voor samengestelde aerosolen is de chemische verbrandingswarmte de som van de gewogen verbrandingswarmten van de afzonderlijke bestanddelen:
waarbij:
|
ΔΗc |
= |
chemische verbrandingswarmte (kJ/g); |
|
wi % |
= |
de massafractie van bestanddeel i in het product; |
|
ΔΗc(i) |
= |
de specifieke verbrandingswarmte (kJ/g) van bestanddeel i in het product. |
De chemische verbrandingswarmte kan aan de literatuur worden ontleend, worden berekend of proefondervindelijk worden bepaald (zie ASTM D 240, zoals gewijzigd, Standard Test Methods for Heat of Combustion of Liquid Hydrocarbon Fuels by Bomb Calorimeter, EN/ISO 13943, zoals gewijzigd, 86.1 t/m 86.3, Fire safety, Vocabulary, en NFPA 30B, zoals gewijzigd, Code for the Manufacture and Storage of Aerosol Products).