CELEX 02008R1272 · v20250901

2.3. Aerosolen

2.3.    Aerosolen

Onder „aerosolen”, d.w.z. spuitbussen, wordt verstaan niet-navulbare houders van metaal, glas of kunststof die een samengeperst, vloeibaar gemaakt of onder druk opgelost gas bevatten, al dan niet met een vloeistof, pasta of poeder, en voorzien zijn van een afgiftesysteem waarmee de inhoud als vaste of vloeibare deeltjes in suspensie in een gas dan wel als schuim, pasta, poeder, vloeistof of gas kan worden vrijgegeven.

2.3.2.    Indelingscriteria

▼M12

2.3.2.1. Aerosolen worden ingedeeld in een van de drie categorieën van deze gevarenklasse, op basis van hun ontvlambare eigenschappen en verbrandingswarmte. Zij komen in aanmerking voor indeling in categorie 1 of categorie 2 indien zij ten minste 1 gewichtspercent aan bestanddelen bevatten die overeenkomstig de criteria in dit deel als ontvlambaar zijn ingedeeld, dat wil zeggen:

— 
ontvlambare gassen (zie punt 2.2);
— 
vloeistoffen waarvan het vlampunt niet hoger is dan 93 °C, waaronder ontvlambare vloeistoffen overeenkomstig punt 2.6;
— 
ontvlambare vaste stoffen (zie punt 2.7),

of indien hun verbrandingswarmte ten minste 20 kJ/g is.

NOOT 1: Onder ontvlambare bestanddelen worden niet verstaan pyrofore, voor zelfverhitting vatbare of met water reagerende stoffen en mengsels, omdat dergelijke bestanddelen nooit in aerosolen worden gebruikt.

NOOT 2: Aerosolen vallen niet tevens onder punt 2.2 (ontvlambare gassen), 2.5 (gassen onder druk), 2.6 (ontvlambare vloeistoffen) en 2.7 (ontvlambare vaste stoffen). Afhankelijk van hun inhoud kunnen aerosolen echter binnen het toepassingsgebied van andere gevarenklassen en hun etiketteringselementen vallen.

▼M4

2.3.2.2. Aerosolen moeten op basis van de bestanddelen, de chemische verbrandingswarmte, en in voorkomend geval de resultaten van de schuimtest (voor schuimaerosolen) of de ontbrandingsafstandtest en de ontbrandingstest in gesloten ruimte (voor sprayaerosolen) overeenkomstig de figuren 2.3.1 a) tot en met c) van deze bijlage en de punten 31.4, 31.5 en 31.6 van deel III van de UN RTDG, Manual of Tests and Criteria in een van de drie categorieën van deze klasse worden ingedeeld. Aerosolen die niet voldoen aan de criteria voor indeling in categorie 1 of 2 worden ingedeeld in categorie 3.

Noot:

Aerosolen die meer dan 1 % ontvlambare bestanddelen bevatten of een verbrandingswarmte van ten minste 20 kJ/g hebben en niet zijn onderworpen aan de indelingsprocedures voor ontvlambaarheid van dit punt worden als aerosolen van categorie 1 ingedeeld.

▼M12

Figuur 2.3.1 a)

Voor aerosolen image

Tekst van het beeld

▼C4

Figuur 2.3.1 b)

Sprayaerosolen image

Tekst van het beeld

▼M4

Figuur 2.3.1 c)

Schuimaerosolen image

Tekst van het beeld

2.3.3.    Voorlichting over de gevaren

Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.3.1 vermelde etiketteringselementen gebruikt.

Tabel 2.3.1.

▼M12

Etiketteringselementen voor aerosolen

▼M4

Indeling

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

GHS-pictogrammen

image

image

Geen pictogram

Signaalwoord

Gevaar

Waarschuwing

Waarschuwing

Gevarenaanduiding

H222: Zeer licht ontvlambare aerosol

H229: Houder onder druk: kan openbarsten bij verhitting

H223: Ontvlambare aerosol

H229: Houder onder druk: kan openbarsten bij verhitting

H229: Houder onder druk: kan openbarsten bij verhitting

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie

P210

P211

P251

P210

P211

P251

P210

P251

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie

 

 

 

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. opslag

P410 + P412

P410 + P412

P410 + P412

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. verwijdering

 

 

 

2.3.4.    Aanvullende overwegingen bij de indeling

2.3.4.1. De chemische verbrandingswarmte (ΔΗc), uitgedrukt in kilojoule per gram (kJ/g), is het product van de theoretische verbrandingswarmte (ΔΗcomb) en een verbrandingsrendement, gewoonlijk minder dan 1,0 (een gebruikelijk verbrandingsrendement is 0,95 of 95 %).

Voor samengestelde aerosolen is de chemische verbrandingswarmte de som van de gewogen verbrandingswarmten van de afzonderlijke bestanddelen:

image

waarbij:

ΔΗc

=

chemische verbrandingswarmte (kJ/g);

wi %

=

de massafractie van bestanddeel i in het product;

ΔΗc(i)

=

de specifieke verbrandingswarmte (kJ/g) van bestanddeel i in het product.

De chemische verbrandingswarmte kan aan de literatuur worden ontleend, worden berekend of proefondervindelijk worden bepaald (zie ASTM D 240, zoals gewijzigd, Standard Test Methods for Heat of Combustion of Liquid Hydrocarbon Fuels by Bomb Calorimeter, EN/ISO 13943, zoals gewijzigd, 86.1 t/m 86.3, Fire safety, Vocabulary, en NFPA 30B, zoals gewijzigd, Code for the Manufacture and Storage of Aerosol Products).

▼B

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals