CELEX 02008R1272 · v20250901

3.10. Aspiratiegevaar

3.10.   Aspiratiegevaar

3.10.1.1. Aan de hand van deze criteria kunnen stoffen of mengsels worden ingedeeld die wegens aspiratietoxiciteit mogelijk een gevaar voor mensen vormen.

3.10.1.2. Onder „aspiratie” wordt verstaan het in de luchtpijp en de onderste luchtwegen binnendringen van vloeibare of vaste stoffen of mengsels, hetzij rechtstreeks via de mond- of neusholte, hetzij indirect door braken.

▼M19

3.10.1.3. Onder „aspiratiegevaar” wordt verstaan ernstige acute effecten, zoals chemische longontsteking, longschade of dood na aspiratie van een stof of mengsel.

▼B

3.10.1.4. De aspiratie begint op het moment van inademing, in de tijd die nodig is om één keer adem te halen, wanneer het veroorzakende materiaal zich in de laryngofaryngale zone bevindt ter hoogte van het punt waar de bovenste luchtwegen op het spijsverteringskanaal aansluiten.

3.10.1.5. Een stof of mengsel kan worden geaspireerd bij braken na opname door de mond. Dit heeft gevolgen voor de etikettering, in het bijzonder wanneer in verband met acute toxiciteit wordt overwogen aan te bevelen na opname door de mond braken op te wekken. Als de stof of het mengsel echter tevens wegens aspiratietoxiciteit een gevaar vormt, wordt de aanbeveling om braken op te wekken gewijzigd.

3.10.1.6.   Specifieke overwegingen

3.10.1.6.1. Uit de medische literatuur over chemische aspiratie blijkt dat sommige koolwaterstoffen (aardoliedestillaten) en bepaalde chloorkoolwaterstoffen een aspiratiegevaar voor mensen vormen.

3.10.1.6.2. In de indelingscriteria wordt verwezen naar kinematische viscositeit. Met de volgende formule kan dynamische viscositeit worden omgerekend naar kinematische viscositeit:

image

▼M2

3.10.1.6.2 bis. Hoewel het binnendringen van vaste stoffen in de luchtwegen onder de definitie van aspiratie in punt 3.10.1.2 valt, geldt de indeling overeenkomstig punt b) in tabel 3.10.1 voor categorie 1 alleen voor vloeibare stoffen en mengsels.

▼B

3.10.1.6.3.    Indeling van producten in aerosol- of nevelvorm

Aerosol- en nevelvormen van stoffen of mengsels (producten) worden gewoonlijk gedistribueerd in houders zoals houders onder constante druk en trekker- en pompspuitbussen. Het belangrijkste indelingscriterium voor deze producten vormt de vraag of zich in de mond een vloeibare productmassa kan vormen, die vervolgens kan worden geaspireerd. Als de nevel of de aerosol uit een houder onder druk fijn is, kan zich geen vloeibare massa vormen. Als de houder onder druk het product echter in een stroom vrijgeeft, kan zich wel een vloeibare massa vormen, die vervolgens kan worden geaspireerd. Trekker- en pompspuitbussen produceren gewoonlijk een grove nevel, waardoor zich een vloeibare massa kan vormen, die vervolgens kan worden geaspireerd. Wanneer het pompmechanisme kan worden verwijderd en de inhoud door de mond kan worden opgenomen, dan moet worden overwogen de stof of het mengsel in te delen.

3.10.2.   Indelingscriteria voor stoffen

Tabel 3.10.1

Gevarencategorie voor aspiratietoxiciteit

Categorie

Criteria

Categorie 1

Stoffen waarvan bekend is dat zij wegens aspiratietoxiciteit een gevaar voor mensen vormen of die als dergelijke stoffen moeten worden beschouwd

Een stof wordt ingedeeld in categorie 1:

a)  op basis van betrouwbare, kwalitatief goede gegevens over mensen;

of

b)  wanneer het een koolwaterstof betreft die bij 40 oC een kinematische viscositeit van 20,5  mm2/s of minder heeft.

Noot:

Stoffen die in categorie 1 worden ingedeeld, zijn onder meer bepaalde koolwaterstoffen, terpentijnolie en pijnolie.

3.10.3.   Indelingscriteria voor mengsels

3.10.3.1.   Indeling wanneer gegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn

Een mengsel wordt op basis van betrouwbare gegevens van goede kwaliteit over mensen in categorie 1 ingedeeld.

3.10.3.2.   Indeling wanneer geen gegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn: extrapolatieprincipes

3.10.3.2.1. Wanneer het mengsel zelf niet op aspiratietoxiciteit is getest, maar wel voldoende gegevens over de afzonderlijke bestanddelen en over soortgelijke geteste mengsels beschikbaar zijn om de gevaren van het mengsel adequaat te typeren, worden deze gegevens gebruikt overeenkomstig de extrapolatieprincipes in punt 1.1.3. Wanneer het extrapolatieprincipe voor verdunning wordt toegepast, moet de concentratie van de stof(fen) met aspiratietoxiciteit 10 % of meer zijn.

3.10.3.3.   Indeling wanneer gegevens over alle of sommige bestanddelen beschikbaar zijn

3.10.3.3.1.    Categorie 1

▼M19

3.10.3.3.1.1. De „relevante bestanddelen” van een mengsel zijn de bestanddelen die in concentraties ≥ 1 % aanwezig zijn.

▼M19

3.10.3.3.1.2. Een mengsel wordt ingedeeld in categorie 1 indien de som van de concentraties van ingrediënten van categorie 1 ≥ 10 % en het mengsel een kinematische viscositeit heeft ≤ 20,5 mm2/s, gemeten bij 40 °C.

3.10.3.3.1.3. Mengsels die uiteenvallen in twee of meer afzonderlijke lagen worden in categorie 1 ingedeeld als de som van de concentraties aan stoffen die in categorie 1 zijn ingedeeld in een van die afzonderlijke lagen ≥ 10 %, en die laag bij 40 °C een kinematische viscositeit heeft ≤ 20,5 mm2/s.

▼B

3.10.4.   Voorlichting over de gevaren

3.10.4.1. Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 3.10.2 vermelde etiketteringselementen gebruikt.

Tabel 3.10.2.

Etiketteringselementen voor aspiratietoxiciteit

Indeling

categorie 1

GHS-pictogram

image

Signaalwoord

Gevaarlijk

Gevarenaanduiding

H304: Kan dodelijk zijn als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt

Voorzorgsmaatregelen i.v.m. reactie

 

Voorzorgsmaatregelen i.v.m. reactie

P301 + P310

P331

Voorzorgsmaatregelen i.v.m. opslag

P405

Voorzorgsmaatregelen i.v.m. reactie

P501

▼M32

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals