CELEX 02008R1272 · v20250901

2.2.4. Aanvullende overwegingen bij de indeling

▼M19

2.2.4.1. De ontvlambaarheid wordt bepaald met tests of, bij mengsels waarover voldoende gegevens beschikbaar zijn, met berekeningen volgens de ISO-methoden (zie ISO 10156, zoals gewijzigd, „Gases and gas mixtures — Determination of fire potential and oxidising ability for the selection of cilinder valve outlet” en, als de fundamentele brandsnelheid bij categorie 1B wordt gebruikt, ISO 817 zoals gewijzigd „Refrigerants-Designation and safety classification, Annex C:- Method of test for burning velocity measurement of flammable gases”). In plaats van de testapparatuur volgens ISO 10156, zoals gewijzigd, mag de testapparatuur voor de buismethode volgens punt 4.2 van EN 1839, zoals gewijzigd (Determination of explosion limits of gases and vapours), worden gebruikt.

▼M19

2.2.4.2. Pyroforiciteit wordt bepaald bij 54 °C ofwel volgens IEC 60079-20-1 ed 1.0 (2010-01) „Explosive atmospheres — Part 20-1: Material characteristics for gas and vapour classification — Test methods and data” dan wel volgens DIN 51794 „Determining the ignition temperature of petroleum products”.

2.2.4.3. De indelingsprocedure voor pyrofore gassen hoeft niet te worden toegepast wanneer de ervaring met de vervaardiging of verwerking uitwijst dat een stof of mengsel bij blootstelling aan lucht bij een temperatuur van 54 °C of minder niet spontaan ontbrandt. Ontvlambare gasmengsels die niet op pyroforiciteit zijn getest en die meer dan één procent aan pyrofore componenten bevatten, worden ingedeeld als pyrofore gassen. De beslissing om ontvlambare gasmengsels met minder dan één procent pyrofore componenten al dan niet in te delen, wordt gebaseerd op een deskundig oordeel van de eigenschappen en fysische gevaren van pyrofore gassen en mengsels daarvan. In zulke gevallen hoeft testen alleen te worden overwogen als het deskundig oordeel aangeeft dat het indelingsproces ondersteund moeten worden met aanvullende gegevens.

▼M4

►M19  2.2.4.4. ◄  Chemische instabiliteit moet overeenkomstig de methode in deel III van de UN RTDG, Manual of Tests and Criteria worden bepaald. Indien uit de berekeningen overeenkomstig ISO 10156, zoals gewijzigd, blijkt dat een gasmengsel niet ontvlambaar is, hoeven geen tests ter bepaling van chemische instabiliteit voor indelingsdoeleinden te worden uitgevoerd.

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals