CELEX 02008R1272 · v20250901

3.2. Huidcorrosie/-irritatie

3.2.   Huidcorrosie/-irritatie

▼M19

3.2.1.1.

Onder „huidcorrosie” wordt verstaan dat de huid onomkeerbaar wordt beschadigd; dat wil zeggen dat er na blootstelling aan een stof of mengsel sprake is van zichtbare necrose door de epidermis heen tot in de dermis.

Onder „huidirritatie” wordt verstaan omkeerbare beschadiging van de huid na blootstelling aan een stof of mengsel.

▼M12

3.2.1.2.

Bij een gefaseerde aanpak moet primair de nadruk liggen op de bestaande gegevens over mensen, vervolgens op bestaande gegevens over dieren, vervolgens op in-vitrogegevens en vervolgens op andere informatiebronnen. De indeling vindt plaats zodra de gegevens voldoen aan de criteria. In sommige gevallen wordt een stof of een mengsel ingedeeld op basis van de bewijskracht van de informatie in een fase. Bij een aanpak op basis van de totale bewijskracht wordt alle beschikbare informatie die van belang is voor de bepaling van huidcorrosie/-irritatie naast elkaar gelegd, met inbegrip van de resultaten van passende gevalideerde in-vitrotesten, relevante gegevens over dieren en gegevens over mensen, zoals epidemiologische en klinische studies, en goed gedocumenteerde casusverslagen en waarnemingen (zie bijlage I, deel 1, punten 1.1.1.3, 1.1.1.4 en 1.1.1.5).

3.2.2.    Indelingscriteria voor stoffen

Stoffen worden toegewezen aan een van de volgende twee categorieën binnen deze gevarenklasse:

a) 

Categorie 1 (huidcorrosie)

Deze categorie is verder onderverdeeld in drie subcategorieën (1A, 1B, 1C). Bijtende stoffen worden in categorie 1 ingedeeld als er onvoldoende gegevens voor een verdere onderverdeling in een van de subcategorieën zijn. Wanneer er voldoende gegevens zijn, worden de stoffen ingedeeld in een van de drie subcategorieën 1A, 1B of 1C (zie tabel 3.2.1)

b) 

Categorie 2 (irriterend voor de huid) (zie tabel 3.2.2).

3.2.2.1.    Indeling op basis van standaard dierproefgegevens

3.2.2.1.1.    Huidcorrosie

3.2.2.1.1.1. Een stof is bijtend voor de huid wanneer bij ten minste één getest dier het huidweefsel wordt aangetast, dat wil zeggen dat na blootstelling gedurende maximaal 4 uur zichtbare necrose optreedt door de epidermis heen in de dermis.

3.2.2.1.1.2. Bijtende stoffen worden in categorie 1 ingedeeld als er onvoldoende gegevens voor een verdere onderverdeling in een van de subcategorieën zijn.

3.2.2.1.1.3. Wanneer er voldoende gegevens zijn, worden de stoffen ingedeeld in een van de drie subcategorieën 1A, 1B of 1C, overeenkomstig de criteria in tabel 3.2.1.

3.2.2.1.1.4. De categorie voor huidcorrosie is onderverdeeld in drie subcategorieën: subcategorie 1A — na blootstelling gedurende maximaal 3 minuten, binnen 1 uur corrosie waargenomen; subcategorie 1B: na blootstelling gedurende meer dan 3 minuten en maximaal 1 uur, binnen 14 dagen corrosie waargenomen, en subcategorie 1C: na blootstelling gedurende meer dan 1 uur en maximaal 4 uur, binnen 14 dagen corrosie waargenomen.

Tabel 3.2.1

Categorie en subcategorieën voor huidcorrosie

Categorie

Criteria

Categorie 1 (1)

Aantasting van het huidweefsel bij ten minste één getest dier, dat wil zeggen dat na blootstelling gedurende ≤ 4 uur zichtbare necrose optreedt door de epidermis heen in de dermis

Subcategorie 1A

Na blootstelling gedurende ≤ 3 minuten, binnen een waarnemingsperiode van ≤ 1 uur bij ten minste één dier corrosie waargenomen

Subcategorie 1B

Na blootstelling gedurende > 3 minuten en ≤ 1 uur, binnen ≤ 14 dagen bij ten minste één dier corrosie waargenomen

Subcategorie 1C

Na blootstelling gedurende > 1 en ≤ 4 uur, binnen 14 dagen bij ten minste één dier corrosie waargenomen

(1)   

Zie de voorwaarden voor het gebruik van categorie 1 in punt 3.2.2, onder a).

3.2.2.1.1.5. Het gebruik van gegevens over de mens wordt behandeld in de punten 3.2.1.2 en 3.2.2.2, alsmede in de punten 1.1.1.3, 1.1.1.4 en 1.1.1.5.

3.2.2.1.2.    Huidirritatie

3.2.2.1.2.1. Een stof is irriterend voor de huid wanneer een omkeerbare beschadiging van de huid ontstaat na het aanbrengen ervan gedurende maximaal 4 uur. Het belangrijkste criterium voor de categorie voor irritatie is dat ten minste twee van drie geteste dieren een gemiddelde score vertonen van ≥ 2,3 en ≤ 4,0.

3.2.2.1.2.2. Tabel 3.2.2 bevat één categorie voor irritatie (categorie 2) op basis van de resultaten van dierproeven.

3.2.2.1.2.3. Bij de evaluatie van de irritatie wordt ook rekening gehouden met de omkeerbaarheid van het huidletsel. Wanneer de ontsteking aan het einde van de observatieperiode bij twee of meer proefdieren voortduurt, gelet op alopecia (beperkt gebied), hyperkeratose, hyperplasie en schilfering, wordt het materiaal beschouwd als irriterend.

3.2.2.1.2.4. De huidirritatie kan, net als de huidcorrosie, per proefdier verschillen. Er is een speciaal criterium voor gevallen waarin significante irritatie optreedt, maar de gemiddelde score desondanks niet aan het criterium voor een positieve test voldoet. Een testmateriaal kan bijvoorbeeld als irriterend worden bestempeld indien ten minste één van de drie geteste dieren gedurende het hele onderzoek een zeer hoge gemiddelde score vertoont, met letsel dat blijft bestaan na afloop van een observatieperiode van gewoonlijk 14 dagen. Andere reacties kunnen eveneens aan dit criterium voldoen. Er dient echter vast te worden gesteld dat de reacties het gevolg zijn van blootstelling aan chemische stoffen.

Tabel 3.2.2

Categorie voor huidirritatie ()

Categorie

Criteria

Irriterend (categorie 2)

1)  Gemiddelde waarde van ≥ 2,3 en ≤ 4,0 voor erytheem/eschara of voor oedeem bij ten minste twee van de drie geteste dieren bij meting na 24, 48 en 72 uur na verwijdering van de pleister, of bij vertraagde reactie, bij meting op drie achtereenvolgende dagen na de eerste huidreacties, of

2)  bij ten minste twee dieren persisterende ontsteking tot het einde van de observatieperiode van gewoonlijk 14 dagen, waarbij met name gelet wordt op alopecia (beperkt gebied), hyperkeratose, hyperplasie en schilfering, of

3)  in sommige gevallen, wanneer de reactie per dier sterk verschilt, zeer duidelijke positieve effecten van de chemische blootstelling bij één dier, die echter niet aan bovenstaande criteria voldoen.

(1)   

Indelingscriteria zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 440/2008.

3.2.2.1.2.5. Het gebruik van gegevens over de mens wordt behandeld in de punten 3.2.1.2 en 3.2.2.2, alsmede in de punten 1.1.1.3, 1.1.1.4 en 1.1.1.5.

3.2.2.2.    Indeling met behulp van een gefaseerde aanpak

3.2.2.2.1.

Voor de evaluatie van de initiële informatie wordt in voorkomend geval overwogen een gefaseerde aanpak te volgen, waarbij wordt erkend dat mogelijk niet alle elementen relevant zijn.

3.2.2.2.2.

De evaluatie wordt in eerste instantie gebaseerd op bestaande gegevens over mensen en dieren, met inbegrip van informatie over eenmalige of herhaalde blootstelling, omdat deze informatie rechtstreeks van belang is voor de effecten op de huid.

3.2.2.2.3.

Gegevens over de acute dermale toxiciteit kunnen gebruikt worden voor de indeling. Voor stoffen met een hoge dermale toxiciteit kan geen studie naar huidcorrosie/-irritatie worden uitgevoerd, aangezien de aan te brengen hoeveelheid teststof de toxische dosis verre overschrijdt en de dieren bijgevolg zouden sterven. Wanneer bij acute toxiciteitsstudies wordt waargenomen dat stoffen bijtend of irriterend voor de huid zijn bij doses tot de limiet, kunnen deze gegevens gebruikt worden voor de indeling mits de gebruikte verdunningen en de geteste dieren gelijk zijn. Vaste stoffen (poeders) kunnen bijtend of irriterend worden wanneer zij vochtig worden of in contact komen met vochtige huid of slijmvliezen.

3.2.2.2.4.

Gevalideerde en aanvaarde in-vitroalternatieven worden gebruikt als hulp bij het nemen van de beslissing over de indeling.

3.2.2.2.5.

Ook kunnen extreme pH-waarden, zoals ≤ 2 en ≥ 11,5, duiden op mogelijke huideffecten, met name als zij samengaan met een significante zuur-/alkalireserve (buffercapaciteit). Over het algemeen kan worden verwacht dat dergelijke stoffen significante effecten op de huid hebben. Bij ontbreken van andere informatie wordt een stof beschouwd als bijtend voor de huid (bijtend voor de huid, categorie 1) als het een pH-waarde van 2 of lager, dan wel van 11,5 of hoger heeft. Indien echter op basis van de zuur-/alkalireserve wordt vermoed dat de stof ondanks de hoge of lage pH-waarde niet bijtend is, dient dit te worden bevestigd door andere gegevens (bij voorkeur gegevens uit een passende gevalideerde in-vitrotest).

3.2.2.2.6.

In sommige gevallen is uit qua structuur verwante stoffen wellicht voldoende informatie beschikbaar om een beslissing over de indeling te nemen.

3.2.2.2.7.

De gefaseerde aanpak omvat richtsnoeren voor de ordening van de bestaande informatie over een stof en voor de bepaling van de bewijskracht van de informatie met het oog op de gevarenbeoordeling en -indeling.

Hoewel binnen een fase informatie op de evaluatie van één parameter kan worden gebaseerd (zie punt 3.2.2.2.1), moet de totale hoeveelheid beschikbare informatie in aanmerking worden genomen en de bewijskracht van alle informatie worden bepaald. Dit geldt in het bijzonder wanneer voor sommige parameters tegenstrijdige informatie beschikbaar is.

3.2.3.    Indelingscriteria voor mengsels

3.2.3.1.    Indeling van mengsels wanneer gegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn

3.2.3.1.1.

Het mengsel wordt ingedeeld aan de hand van de criteria voor stoffen, waarbij rekening wordt gehouden met de gefaseerde aanpak om gegevens voor deze gevarenklasse te evalueren.

3.2.3.1.2.

Wanneer wordt overwogen of het mengsel met het oog op indeling moet worden getest, wordt aangeraden een gefaseerde aanpak op basis van bewijskracht te volgen, zoals beschreven in de indelingscriteria voor stoffen ten aanzien van huidcorrosie en -irritatie (de punten 3.2.1.2 en 3.2.2.2), zodat de indeling nauwkeurig geschiedt en onnodige dierproeven worden vermeden. Bij ontbreken van andere informatie wordt een mengsel beschouwd als bijtend voor de huid (bijtend voor de huid, categorie 1) als het een pH-waarde van 2 of lager, dan wel van 11,5 of hoger heeft. Indien echter op basis van de zuur-/alkalireserve wordt vermoed dat het mengsel ondanks de hoge of lage pH-waarde niet bijtend is, dient dit te worden bevestigd door andere gegevens (bij voorkeur gegevens uit een passende gevalideerde in-vitrotest).

3.2.3.2.    Indeling van mengsels wanneer geen gegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn: extrapolatieprincipes

3.2.3.2.1.

Wanneer het mengsel zelf niet op huidirritatie/-corrosie is getest, maar wel voldoende gegevens over de afzonderlijke bestanddelen en over soortgelijke geteste mengsels beschikbaar zijn om de gevaren van het mengsel adequaat te typeren, worden deze gegevens gebruikt overeenkomstig de extrapolatieregels in punt 1.1.3.

3.2.3.3.    Indeling van mengsels wanneer gegevens over alle of sommige bestanddelen beschikbaar zijn

3.2.3.3.1.

Om bij de gevarenindeling voor huidcorrosie/-irritatie van mengsels gebruik te kunnen maken van alle beschikbare gegevens, is het volgende uitgangspunt geformuleerd dat bij de gefaseerde aanpak in voorkomend geval wordt gevolgd:

de „relevante bestanddelen” van een mengsel zijn de bestanddelen die in concentraties van ten minste 1 % (gewichtspercent voor vaste stoffen, vloeistoffen, stofdeeltjes, nevels en dampen; volumepercent voor gassen) aanwezig zijn, tenzij verondersteld wordt dat een bestanddeel dat in een lagere concentratie dan 1 % aanwezig is, toch relevant is voor de indeling van het mengsel voor huidcorrosie/-irritatie (bv. bestanddelen die bijtend zijn voor de huid).

3.2.3.3.2.

Wanneer gegevens over de bestanddelen van een mengsel beschikbaar zijn, maar niet over het mengsel als geheel, wordt de indeling van het mengsel als bijtend of irriterend voor de huid in het algemeen gebaseerd op de somtheorie, dat wil zeggen dat elk bestanddeel dat bijtend/irriterend voor de huid is naar rato van zijn potentie en concentratie bijdraagt tot de algehele eigenschappen van het mengsel op het gebied van huidcorrosie/huidirritatie. Een wegingsfactor van 10 wordt toegepast voor bestanddelen die bijtend zijn voor de huid en die in een concentratie onder de algemene concentratiegrens voor indeling in categorie 1 aanwezig zijn, maar wel in een concentratie die bijdraagt tot de indeling van het mengsel als irriterend voor de huid. Het mengsel wordt ingedeeld als bijtend of irriterend voor de huid als de som van de concentraties van dergelijke bestanddelen een concentratiegrens overschrijdt.

3.2.3.3.3.

In tabel 3.2.3 zijn de algemene concentratiegrenzen vermeld voor de indeling van mengsels als bijtend of irriterend voor de huid.

3.2.3.3.4.1.

Aan de indeling van bepaalde soorten mengsels, die stoffen als zuren en basen, anorganische zouten, aldehyden, fenolen en oppervlakteactieve stoffen bevatten, moet bijzondere zorg worden besteed. De aanpak die beschreven is in de punten 3.2.3.3.1 en 3.2.3.3.2, is mogelijk niet bruikbaar omdat dergelijke stoffen veelal bijtend of irriterend zijn voor de huid bij concentraties van minder dan 1 %.

3.2.3.3.4.2.

Voor mengsels die sterke zuren of basen bevatten, wordt de pH-waarde als indelingscriterium gebruikt (zie punt 3.2.3.1.2) omdat deze een betere indicator voor huidcorrosie is dan de concentratiegrenzen van tabel 3.2.3.

3.2.3.3.4.3.

Een mengsel dat bestanddelen bevat die bijtend of irriterend zijn voor de huid en dat niet volgens de somaanpak (tabel 3.2.3) kan worden ingedeeld omdat deze aanpak wegens chemische eigenschappen onwerkbaar is, wordt ingedeeld voor huidcorrosie categorie 1 als het voor ten minste 1 % bestaat uit een bestanddeel dat is ingedeeld voor huidcorrosie of voor huidirritatie (categorie 2) als het voor ten minste 3 % bestaat uit een bestanddeel dat irriterend is voor de huid. De indeling van mengsels met bestanddelen waarvoor de aanpak van tabel 3.2.3 ongeschikt is, is samengevat in tabel 3.2.4.

3.2.3.3.5.

Het kan voorkomen dat betrouwbare gegevens uitwijzen dat het gevaar voor huidcorrosie/-irritatie van een bestanddeel zich niet voordoet wanneer het bestanddeel aanwezig is in een hoeveelheid gelijk aan of boven de algemene concentratiegrenzen in de tabellen 3.2.3 en 3.2.4 in punt 3.2.3.3.6. In deze gevallen wordt het mengsel overeenkomstig die gegevens ingedeeld (zie ook de artikelen 10 en 11). In andere gevallen, wanneer verwacht wordt dat het gevaar voor huidcorrosie/-irritatie van een bestanddeel zich niet voordoet wanneer het bestanddeel aanwezig is in een hoeveelheid gelijk aan of boven de algemene concentratiegrenzen in de tabellen 3.2.3 en 3.2.4, moet worden overwogen het mengsel te testen. In deze gevallen wordt een gefaseerde aanpak op basis van bewijskracht gevolgd, zoals beschreven in punt 3.2.2.2.

3.2.3.3.6.

Als er gegevens zijn waaruit blijkt dat een of meer bestanddelen bijtend of irriterend zijn voor de huid bij een concentratie van minder dan 1 % (bijtend voor de huid) of minder dan 3 % (irriterend voor de huid), wordt het mengsel dienovereenkomstig ingedeeld.

Tabel 3.2.3

Algemene concentratiegrenzen voor voor huidcorrosie (categorie 1, 1A, 1B of 1C) / huidirritatie (categorie 2) ingedeelde bestanddelen die bepalen of het mengsel voor huidcorrosie/huidirritatie wordt ingedeeld, wanneer de somaanpak van toepassing is

Som van bestanddelen die zijn ingedeeld in:

Concentraties waarbij het mengsel wordt ingedeeld voor:

 

Huidcorrosie

Huidirritatie

 

Categorie 1 (zie onderstaande noot)

Categorie 2

Subcategorie 1A, 1B, 1C of categorie 1 (huidcorrosie)

≥ 5 %

≥ 1 % maar < 5 %

Categorie 2 (huidirritatie)

 

≥ 10 %

(10 × subcategorie 1A, 1B, 1C of categorie 1 (huidcorrosie)) + categorie 2 (huidirritatie)

 

≥ 10 %

Noot:

De som van alle respectievelijk in de subcategorieën 1A, 1B of 1C (huidcorrosie) ingedeelde bestanddelen van een mengsel moet telkens 5 % of meer bedragen om het mengsel in subcategorie 1A, 1B of 1C (huidcorrosie) in te delen. Als de som van de bestanddelen die zijn ingedeeld in de subcategorie 1A (huidcorrosie) minder dan 5 % bedraagt, maar de som van de bestanddelen in de subcategorie 1A + 1B 5 % of meer bedraagt, wordt het mengsel ingedeeld in subcategorie 1B (huidcorrosie). Als de som van de bestanddelen die zijn ingedeeld in de subcategorie 1A + 1B (huidcorrosie) minder dan 5 % bedraagt, maar de som van de bestanddelen in de subcategorie 1A + 1B + 1C 5 % of meer bedraagt, wordt het mengsel ingedeeld in subcategorie 1C (huidcorrosie). Wanneer ten minste een relevant bestanddeel van een mengsel is ingedeeld in categorie 1 zonder verdere onderverdeling in een van de subcategorieën, wordt het mengsel ingedeeld in categorie 1 zonder verdere onderverdeling indien de som van alle bestanddelen die bijtend zijn voor de huid ≥ 5 % is.

Tabel 3.2.4

Algemene concentratiegrenzen voor bestanddelen die bepalen of het mengsel wordt ingedeeld voor huidcorrosie/huidirritatie, wanneer de somaanpak niet van toepassing is

Bestanddeel:

Concentratie:

Mengsel wordt ingedeeld voor:

Zuur met pH ≤ 2

≥ 1 %

Huidcorrosie, categorie 1

Base met pH ≥ 11,5

≥ 1 %

Huidcorrosie, categorie 1

Andere bestanddelen die bijtend zijn voor de huid (subcategorie 1A, 1B, 1C of categorie 1)

≥ 1 %

Huidcorrosie, categorie 1

Andere bestanddelen die irriterend voor de huid zijn (categorie 2), waaronder zuren en basen

≥ 3 %

Huidirritatie, categorie 2

3.2.4.    Voorlichting over de gevaren

3.2.4.1.

Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 3.2.5 vermelde etiketteringselementen gebruikt.

Tabel 3.2.5

Etiketteringselementen voor stoffen en mengsels die bijtend of irriterend zijn voor de huid

Indeling

Subcategorieën 1A/1B/1C en categorie 1

Categorie 2

GHS-pictogrammen

image

image

Signaalwoord

Gevaar

Waarschuwing

Gevarenaanduiding

H314: Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel

H315: Veroorzaakt huid irritatie

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie

P260

P264

P280

P264

P280

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie

P301 + P330 + P331

P303 + P361 + P353

P363

P304 + P340

P310

P321

P305 + P351 + P338

P302 + P352

P321

P332 + P313

P362 + P364

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. opslag

P405

 

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. verwijdering

P501

 

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals