3.10.3. Indelingscriteria voor mengsels
3.10.3.1. Indeling wanneer gegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn
Een mengsel wordt op basis van betrouwbare gegevens van goede kwaliteit over mensen in categorie 1 ingedeeld.
3.10.3.2. Indeling wanneer geen gegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn: extrapolatieprincipes
3.10.3.2.1. Wanneer het mengsel zelf niet op aspiratietoxiciteit is getest, maar wel voldoende gegevens over de afzonderlijke bestanddelen en over soortgelijke geteste mengsels beschikbaar zijn om de gevaren van het mengsel adequaat te typeren, worden deze gegevens gebruikt overeenkomstig de extrapolatieprincipes in punt 1.1.3. Wanneer het extrapolatieprincipe voor verdunning wordt toegepast, moet de concentratie van de stof(fen) met aspiratietoxiciteit 10 % of meer zijn.
3.10.3.3. Indeling wanneer gegevens over alle of sommige bestanddelen beschikbaar zijn
3.10.3.3.1.
3.10.3.3.1.1. De „relevante bestanddelen” van een mengsel zijn de bestanddelen die in concentraties ≥ 1 % aanwezig zijn.
3.10.3.3.1.2. Een mengsel wordt ingedeeld in categorie 1 indien de som van de concentraties van ingrediënten van categorie 1 ≥ 10 % en het mengsel een kinematische viscositeit heeft ≤ 20,5 mm2/s, gemeten bij 40 °C.
3.10.3.3.1.3. Mengsels die uiteenvallen in twee of meer afzonderlijke lagen worden in categorie 1 ingedeeld als de som van de concentraties aan stoffen die in categorie 1 zijn ingedeeld in een van die afzonderlijke lagen ≥ 10 %, en die laag bij 40 °C een kinematische viscositeit heeft ≤ 20,5 mm2/s.