CELEX 02008R1272 · v20250901

2.17. Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen

2.17.   Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen

2.17.1.1.

Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen zijn vaste of vloeibare ontplofbare stoffen of mengsels die zijn geflegmatiseerd om hun explosieve eigenschappen zodanig te onderdrukken dat er geen gevaar van massaexplosie is en dat zij niet te snel branden, waardoor zij niet in de gevarenklasse „Ontplofbare stoffen” hoeven worden ingedeeld (zie ook punt 2.1.4.1, derde alinea) ( 14 )

2.17.1.2.

Onder de gevarenklasse ontplofbare stoffen vallen:

a) 

vaste ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen: ontplofbare stoffen en mengsels die met water of alcohol worden bevochtigd of met andere stoffen worden verdund tot een vast homogeen mengsel om hun explosieve eigenschappen te onderdrukken;

OPMERKING: Ongevoeligmaking door vorming van hydraten van de stoffen is hierbij inbegrepen.

b) 

vloeibare ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen: ontplofbare stoffen en mengsels die worden opgelost of in suspensie gebracht in water of een andere vloeistof om een homogeen vloeistofmengsel te vormen om hun explosieve eigenschappen te onderdrukken.

2.17.2.    Indelingscriteria

2.17.2.1.

Ontplofbare stoffen die ongevoelig zijn gemaakt kunnen in deze klasse worden ingedeeld tenzij in die toestand:

a) 

het de bedoeling is een praktisch explosief of pyrotechnisch effect te produceren;

b) 

er een gevaar voor massa-explosie bestaat volgens testseries 6a) of 6b) of de gecorrigeerde brandsnelheid volgens de in deel V, deel 51.4 van de UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods beschreven brandsnelheidstest groter is dan 1 200  kg/min, of

c) 

de exotherme ontledingsenergie lager is dan 300 J/g.

NOOT 1: Stoffen of mengsels die in ongevoelig gemaakte staat voldoen aan criterium a) of b), worden ingedeeld als ontplofbare stoffen (zie afdeling 2.1). Stoffen of mengsels die voldoen aan criterium c), kunnen vallen binnen het toepassingsgebied van andere fysische gevarenklassen.

NOOT 2: De exotherme ontledingsenergie kan worden geschat met een geschikte calorimetrische techniek (zie deel 20, onderafdeling 20.3.3.3, van deel II van de UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Manual of Tests and Criteria).

2.17.2.2.

Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen worden in een van de vier categorieën van deze klasse ingedeeld en verpakt voor levering en gebruik op grond van de gecorrigeerde brandsnelheid (Ac), waarbij de brandsnelheid wordt bepaald aan de hand van de in deel V, onderafdeling 51.4, van de UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Manual of Tests and Criteria beschreven brandsnelheidstest „burning rate test (external fire)” volgens tabel 2.17.1:

Tabel 2.17.1

Criteria voor ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen

Categorie

Criteria

1

Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen met gecorrigeerde brandsnelheid (Ac) gelijk aan of groter dan 300 kg/min maar niet meer dan 1 200 kg/min

2

Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen met gecorrigeerde brandsnelheid (Ac) gelijk aan of groter dan 140 kg/min maar minder dan 300 kg/min

3

Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen met gecorrigeerde brandsnelheid (Ac) gelijk aan of groter dan 60 kg/min maar minder dan 140 kg/min

4

Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen met gecorrigeerde brandsnelheid (Ac) van minder dan 60 kg/min

Noot 1: Ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen moeten zo worden voorbereid dat zij homogeen blijven en niet gaan scheiden tijdens normale opslag en verwerking, met name als zij door middel van bevochtiging ongevoelig zijn gemaakt. De fabrikant/leverancier moet daarom in het veiligheidsinformatieblad informatie verstrekken over de houdbaarheid en over manieren om de ongevoeligheid te verifiëren. Onder bepaalde omstandigheden kan het gehalte aan ongevoeligheidsagentia (bv. flegmatisator, bevochtigingsmiddel of behandeling) tijdens levering en gebruik afnemen, en kan het gevaar van de ongevoelig gemaakte ontplofbare stof toenemen. Bovendien moet het veiligheidsinformatieblad aanbevelingen bevatten voor het vermijden van het gevaar op brand, luchtdrukwerking of scherfwerking wanneer de stof of het mengsel niet voldoende ongevoelig gemaakt is.

Noot 2: De explosieve eigenschappen van ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen worden bepaald aan de hand van testserie 2 van de UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Manual of Tests and Criteria, en worden vermeld op het veiligheidsinformatieblad.

Noot 3: Wat opslag, levering en gebruik betreft, vallen ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen niet tevens onder afdelingen 2.1 (ontvlambare stoffen), 2.6 (ontvlambare vloeistoffen) en 2.7 (ontvlambare vaste stoffen).

2.17.3.    Voorlichting over de gevaren

Voor vaste of vloeibare stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.17.2 vermelde etiketteringselementen gebruikt.

Tabel 2.17.2

Etiketteringselementen voor ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen

 

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 4

GHS-pictogram

image

image

image

image

Signaalwoord

Gevaar

Gevaar

Waarschuwing

Waarschuwing

Gevarenaanduiding

H206: Gevaar voor brand, luchtdrukwerking of scherfwerking; toegenomen ontploffingsgevaar als de ongevoeligheidsagens wordt verminderd

H207: Gevaar voor brand of scherfwerking; toegenomen ontploffingsgevaar als de ongevoeligheidsagens wordt verminderd

H207: Gevaar voor brand of scherfwerking; toegenomen ontploffingsgevaar als de ongevoeligheidsagens wordt verminderd

H208: Gevaar voor brand; toegenomen ontploffingsgevaar als de ongevoeligheidsagens wordt verminderd

Veiligheidsaanbeveling Preventie

P210

P212

P230

P233

P280

P210

P212

P230

P233

P280

P210

P212

P230

P233

P280

P210

P212

P230

P233

P280

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie

P370+

P380+

P375

P370+

P380+

P375

P370+

P380+

P375

P371+

P380 +

P375

Veiligheidsaanbeveling i.v.m. opslag

P401

P401

P401

P401

Veiligheidsaanbeveling i.v.m. verwijdering

P501

P501

P501

P501

2.17.4.    Aanvullende overwegingen bij de indeling

image

Tekst van het beeld

image

Tekst van het beeld

2.17.4.1.

De indelingsprocedure voor ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen is niet van toepassing als:

a) 

de stoffen of mengsels geen ontplofbare stoffen volgens de criteria van afdeling 2.1 bevatten, of

b) 

de exotherme ontledingsenergie lager is dan 300 J/g.

2.17.4.2.

De exotherme ontledingsenergie wordt bepaald met gebruikmaking van de reeds ongevoelig gemaakte ontplofbare stof (d.w.z. het homogene vaste of vloeibare mengsel dat wordt gevormd door de ontplofbare stof en de stof die wordt of stoffen die worden gebruikt om de explosieve eigenschappen van de stof te onderdrukken). De exotherme ontledingsenergie kan worden geschat met een geschikte calorimetrische techniek (zie deel 20, onderafdeling 20.3.3.3, van deel II van de UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, Manual of Tests and Criteria).

▼B

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals