1.1.1. Nummering van de vermeldingen en identificatie van stoffen
1.1.1.1. Catalogusnummers
De vermeldingen in deel 3 zijn gerangschikt aan de hand van het atoomnummer van het element dat het meest kenmerkend is voor de eigenschappen van deze stoffen. Organische stoffen zijn vanwege hun verscheidenheid in klassen onderverdeeld. Het catalogusnummer van elke stof bestaat uit een reeks cijfers in het formaat ABC-RST-VW-Y. ABC komt overeen met het atoomnummer van het meest kenmerkende element of de meest kenmerkende organische groep in het molecuul. RST is het volgnummer van de stof binnen de reeks stoffen met dezelfde code ABC. VW is een code voor de vorm waarin de stof wordt geproduceerd of op de markt gebracht. Y is het controlecijfer dat volgens de methode voor de tiencijferige ISBN-methode wordt berekend. Het staat vermeld in de kolom „indexnummer”.
1.1.1.2. EC-nummer
Het EC-nummer, d.w.z. EINECS, ELINCS of NLP, is het officiële nummer van de stof binnen de Europese Unie. Het EINECS-nummer kan worden verkregen van de Europese inventaris van bestaande chemische handelsstoffen (EINECS) ( 21 ). Het ELINCS-nummer kan worden verkregen van de Europese lijst van stoffen waarvan kennisgeving is gedaan (European List of Notified Chemical Substances) (met wijzigingen) (EUR 22543 EN, Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, 2006, ISSN 1018-5593). Het NLP-nummer kan worden verkregen van de lijst „No-longer-polymers” (met wijzigingen) (Document, Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, 1997, ISBN 92-827-8995-0). Het EC-nummer bestaat uit zeven cijfers in het formaat XXX-XXX-X, met als eerste nummer 200-001-8 (EINECS), 400-010-9 (ELINCS) en 500-001-0 (NLP). Het staat vermeld in de kolom „EC-nummer”.
1.1.1.3. CAS-nummer
Tevens wordt het CAS-nummer (het nummer van de Chemical Abstracts Service) vermeld om identificatie van de stof te vergemakkelijken. Er dient te worden opgemerkt dat voor de watervrije en gehydrateerde vormen van een stof hetzelfde EINECS-nummer wordt gebruikt, terwijl de CAS-nummers voor de watervrije en gehydrateerde vormen vaak verschillen. Het vermelde CAS-nummer is uitsluitend het nummer van de watervrije vorm en vormt derhalve niet altijd een even exacte beschrijving van de stof als het EINECS-nummer. Het staat vermeld in de kolom „CAS-nummer”.
1.1.1.4. ►M18 Chemische naam ◄
Gevaarlijke stoffen zijn zo veel mogelijk onder hun Iupac-naam opgenomen. Stoffen die in de EINECS-, ELINCS- of „No-longer-polymers”-lijst staan, zijn onder de in de desbetreffende lijst vermelde naam opgenomen. Andere namen, zoals gewone of gebruikelijke namen, zijn in sommige gevallen opgenomen. Gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn zo veel mogelijk onder hun ISO-naam opgenomen.
Verontreinigingen, additieven en bestanddelen met een lage concentratie worden meestal niet vermeld, tenzij zij belangrijk zijn voor de indeling van de stof.
Bij sommige stoffen wordt voor de zuiverheidsgraad een specifiek percentage vermeld. Stoffen met een hoger gehalte aan actief materiaal (bv. een organisch peroxide) dan dat percentage vallen niet onder de in deel 3 vermelde stof en kunnen andere gevaarlijke eigenschappen hebben (bv. ontploffingsgevaar), aan de hand waarvan zij moeten worden ingedeeld en geëtiketteerd.
Wanneer specifieke concentratiegrenzen worden opgegeven, gelden deze voor de vermelde stof of stoffen. Vooral wanneer het gaat om mengsels van stoffen of stoffen waarbij voor de zuiverheidsgraad een specifiek percentage is vermeld, gelden de grenswaarden voor de stof zoals in deel 3 beschreven, en niet voor de zuivere stof.
Onverminderd artikel 17, lid 2, moet voor stoffen die in deel 3 voorkomen een van de daar gegeven benamingen als naam van de stof op het etiket worden gebruikt. Voor sommige stoffen is tussen vierkante haken aanvullende informatie vermeld om identificatie van de stof te vergemakkelijken. Deze aanvullende informatie hoeft niet op het etiket te worden vermeld.
Voor sommige stoffen worden gegevens over verontreinigingen vermeld; in dat geval wordt de naam van de stof gevolgd door de tekst: „(met ≥ xx % verontreiniging)”. In dat geval maakt de informatie tussen haakjes deel uit van de naam en moet ook deze op het etiket worden vermeld.
1.1.1.5. Groepen stoffen
In een aantal gevallen zijn stoffen als groep in deel 3 opgenomen. In die gevallen gelden de indelings- en etiketteringsvoorschriften voor alle onder de beschrijving vallende stoffen.
In sommige gevallen zijn er indelings- en etiketteringsvoorschriften voor specifieke stoffen die onder de groepsvermelding zouden vallen. In dat geval wordt de stof apart in deel 3 vermeld en wordt aan de groepsvermelding de zin „tenzij elders in deze bijlage vermeld” toegevoegd.
In sommige gevallen kunnen bepaalde stoffen onder meer dan een groepsvermelding vallen. In dat geval moet de etikettering van de stof voldoen aan de etiketteringsvoorschriften voor beide groepsvermeldingen. Wanneer verschillende indelingen voor hetzelfde gevaar worden gegeven, wordt voor de strengste indeling gekozen.
Wanneer in deel 3 zouten zijn opgenomen (onder welke benaming dan ook), vallen zowel de watervrije als de gehydrateerde vormen hieronder, tenzij anders is vermeld.
EC- of CAS-nummers worden meestal niet vermeld voor mengsels van meer dan vier verschillende stoffen.