ANNEX VIII / GEHARMONISEERDE INFORMATIE IN VERBAND MET DE GEZONDHEID, MET HET OOG OP RESPONS IN NOODGEVALLEN EN PREVENTIEVE MAATREGELEN
BIJLAGE VIII
GEHARMONISEERDE INFORMATIE IN VERBAND MET DE GEZONDHEID, MET HET OOG OP RESPONS IN NOODGEVALLEN EN PREVENTIEVE MAATREGELEN
DEEL A
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
1. TOEPASSING
1.1. De importeurs en downstreamgebruikers die mengsels voor gebruik door consumenten in de zin van deel A, punt 2.4, van deze bijlage in de handel brengen, moeten met ingang van 1 januari 2021 aan deze bijlage voldoen.
1.2. De importeurs en downstreamgebruikers die mengsels voor beroepsmatig gebruik in de zin van deel A, punt 2.4, van deze bijlage in de handel brengen, moeten met ingang van 1 januari 2021 aan deze bijlage voldoen.
1.3. De importeurs en downstreamgebruikers die mengsels voor industrieel gebruik of mengsels met een eindgebruik waarvoor geen meldingsplicht geldt in de zin van deel A, punt 2.4, van deze bijlage in de handel brengen, moeten met ingang van 1 januari 2024 aan deze bijlage voldoen.
1.4. De importeurs en downstreamgebruikers die vóór de in de punten 1.1, 1.2 en 1.3 vermelde toepassingsdata aan een overeenkomstig artikel 45, lid 1, aangewezen orgaan informatie hebben verstrekt met betrekking tot gevaarlijke mengsels die niet in overeenstemming zijn met deze bijlage, hoeven voor die mengsels tot 1 januari 2025 niet aan deze bijlage te voldoen.
1.5. Als vóór 1 januari 2025 een van de in deel B, punt 4.1, van deze bijlage beschreven wijzigingen plaatsvindt, moeten de importeurs en downstreamgebruikers in afwijking van punt 1.4 voldoen aan deze bijlage vóór dat aldus gewijzigde mengsel in de handel wordt gebracht.
2. DOEL, DEFINITIES EN WERKINGSSFEER
2.1. Deze bijlage bevat de voorschriften waaraan de importeurs en downstreamgebruikers die mengsels in de handel brengen, hierna “indieners” genoemd, moeten voldoen met betrekking tot de indiening van informatie die de aangewezen organen in staat stelt de taken waarvoor zij op grond van artikel 45 verantwoordelijk zijn, uit te voeren.
2.2. Deze bijlage is niet van toepassing op mengsels voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling, noch op mengsels voor onderzoek en ontwikkeling gericht op producten en procedés zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 22, van Verordening (EG) nr. 1907/2006.
1.1. De importeurs en downstreamgebruikers die mengsels voor gebruik door consumenten in de zin van deel A, punt 2.4, van deze bijlage in de handel brengen, moeten met ingang van 1 januari 2021 aan deze bijlage voldoen.
1.2. De importeurs en downstreamgebruikers die mengsels voor beroepsmatig gebruik in de zin van deel A, punt 2.4, van deze bijlage in de handel brengen, moeten met ingang van 1 januari 2021 aan deze bijlage voldoen.
1.3. De importeurs en downstreamgebruikers die mengsels voor industrieel gebruik of mengsels met een eindgebruik waarvoor geen meldingsplicht geldt in de zin van deel A, punt 2.4, van deze bijlage in de handel brengen, moeten met ingang van 1 januari 2024 aan deze bijlage voldoen.
1.4. De importeurs en downstreamgebruikers die vóór de in de punten 1.1, 1.2 en 1.3 vermelde toepassingsdata aan een overeenkomstig artikel 45, lid 1, aangewezen orgaan informatie hebben verstrekt met betrekking tot gevaarlijke mengsels die niet in overeenstemming zijn met deze bijlage, hoeven voor die mengsels tot 1 januari 2025 niet aan deze bijlage te voldoen.
1.5. Als vóór 1 januari 2025 een van de in deel B, punt 4.1, van deze bijlage beschreven wijzigingen plaatsvindt, moeten de importeurs en downstreamgebruikers in afwijking van punt 1.4 voldoen aan deze bijlage vóór dat aldus gewijzigde mengsel in de handel wordt gebracht.
2.1. Deze bijlage bevat de voorschriften waaraan de importeurs en downstreamgebruikers die mengsels in de handel brengen, hierna “indieners” genoemd, moeten voldoen met betrekking tot de indiening van informatie die de aangewezen organen in staat stelt de taken waarvoor zij op grond van artikel 45 verantwoordelijk zijn, uit te voeren.
2.2. Deze bijlage is niet van toepassing op mengsels voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling, noch op mengsels voor onderzoek en ontwikkeling gericht op producten en procedés zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 22, van Verordening (EG) nr. 1907/2006.
Deze bijlage is niet van toepassing op mengsels die slechts voor een of meer van de volgende gevaren zijn ingedeeld:
gassen onder druk;
ontplofbare stoffen (instabiele ontplofbare stoffen en subklassen 1.1 tot en met 1.6).
2.2 bis. In het geval van naar wens bereide verf kunnen de indieners, onverminderd artikel 25, lid 8, ervoor kiezen geen informatie in te dienen en geen unieke formule-identificatie overeenkomstig deze bijlage aan te maken.
2.3. In het geval van mengsels met een eindgebruik waarvoor geen meldingsplicht geldt of mengsels die uitsluitend voor industrieel gebruik in de handel zijn gebracht, kunnen de indieners overeenkomstig deel B, punt 3.1, tweede alinea, kiezen voor een beperkte indiening als alternatief voor de algemene indieningsvoorschriften, op voorwaarde dat snelle toegang tot gedetailleerde aanvullende productinformatie zoals vastgesteld in punt 1.3 van dat deel beschikbaar is.
2.4. Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
“mengsel voor gebruik door consumenten”: een mengsel bedoeld om door consumenten te worden gebruikt, hetzij als zodanig, hetzij verwerkt in een ander mengsel dat bedoeld is om door consumenten te worden gebruikt en waarvoor de informatievereisten van artikel 45 gelden;
“mengsel voor beroepsmatig gebruik”: een mengsel bedoeld om door professionele gebruikers te worden gebruikt, maar niet op industrielocaties, hetzij als zodanig, hetzij verwerkt in een ander mengsel dat bedoeld is om door professionele gebruikers te worden gebruikt, maar niet op industrielocaties en waarvoor de informatievereisten van artikel 45 gelden;
“mengsel voor industrieel gebruik”: een mengsel uitsluitend bedoeld om op industrielocaties te worden gebruikt;
“mengsel met een eindgebruik waarvoor geen meldingsplicht geldt”: een mengsel dat verwerkt is in een ander mengsel, waarbij dat laatstgenoemde mengsel bedoeld is om door consumenten of professionele gebruikers te worden gebruikt, maar waarvoor de informatievereisten van artikel 45 niet gelden;
“naar wens bereide verf”: een verf die op de plaats van verkoop in beperkte hoeveelheden voor een individuele consument of een professionele gebruiker naar wens wordt geformuleerd door middel van tinten of kleurmenging.
Indien mengsels meer dan één vorm van gebruik hebben, moet aan de voorschriften voor alle relevante categorieën van gebruik worden voldaan.
3. INDIENINGSVOORSCHRIFTEN
3.1. Vóór mengsels in de handel worden gebracht, moeten de indieners in de lidstaat of lidstaten waar een mengsel in de handel wordt gebracht, aan de krachtens artikel 45, lid 1, aangewezen organen (“aangewezen organen”) informatie verstrekken met betrekking tot mengsels die wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten als gevaarlijk zijn ingedeeld.
3.1. Vóór mengsels in de handel worden gebracht, moeten de indieners in de lidstaat of lidstaten waar een mengsel in de handel wordt gebracht, aan de krachtens artikel 45, lid 1, aangewezen organen (“aangewezen organen”) informatie verstrekken met betrekking tot mengsels die wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten als gevaarlijk zijn ingedeeld.
De indiening moet de in deel B neergelegde informatie bevatten. Zij wordt elektronisch ingediend in het door het Agentschap kosteloos ter beschikking gestelde XML-formaat.
3.2. Indien een aangewezen orgaan na ontvangst van een indiening uit hoofde van punt 3.1 een met redenen omkleed verzoek aan de indiener richt waarin dat orgaan verzoekt om aanvullende informatie of verduidelijking die het nodig heeft voor het vervullen van de taken waarvoor het op grond van artikel 45 verantwoordelijk is, moet de indiener zonder onnodige vertraging de nodige informatie of verduidelijking verstrekken.
3.3. De indiening wordt opgesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat (lidstaten) waar het mengsel in de handel wordt gebracht, tenzij door de betrokken lidstaat (lidstaten) anders is bepaald.
3.4. Het beoogde gebruik van het mengsel wordt omschreven in overeenstemming met een door het Agentschap verstrekt geharmoniseerd productindelingssysteem.
3.5. Als aan de in deel B, punt 4.1, neergelegde voorwaarden is voldaan, moet zonder onnodige vertraging een geactualiseerde indiening worden verstrekt.
4. GEGROEPEERDE INDIENING
4.1. Voor meer dan één mengsel kan één enkele indiening volstaan indien alle mengsels in de groep op dezelfde wijze zijn ingedeeld voor gezondheids- en fysische gevaren. Een dergelijke indiening wordt “gegroepeerde indiening” genoemd.
4.2. Een gegroepeerde indiening is alleen toegestaan als alle mengsels in de groep dezelfde bestanddelen bevatten (zoals vastgesteld in deel B, punt 3.2) en het gerapporteerde concentratiebereik voor elk van de bestanddelen hetzelfde is voor alle mengsels (zoals bedoeld in deel B, punt 3.4).
4.3. In afwijking van punt 4.2 is een gegroepeerde indiening ook toegestaan indien het verschil in samenstelling tussen verscheidene mengsels in de groep alleen betrekking heeft op geurstoffen, op voorwaarde dat de totale concentratie van de afwijkende geurstoffen in geen enkel mengsel meer dan 5 % bedraagt.
4.4. In het geval van een gegroepeerde indiening moet de in deel B vereiste informatie in voorkomend geval voor elk van de in de groep opgenomen mengsels worden verstrekt.
5. UNIEKE FORMULE-IDENTIFICATIE (UNIQUE FORMULA IDENTIFIER — UFI)
5.1. Aan de hand van een door het Agentschap ter beschikking gesteld elektronisch instrument creëert de indiener een unieke formule-identificatie (UFI). De UFI is een unieke alfanumerieke code die de ingediende informatie over de samenstelling van een mengsel of een groep van mengsels onmiskenbaar koppelt aan een specifiek mengsel of een specifieke groep van mengsels. De toekenning van een UFI is gratis.
4.1. Voor meer dan één mengsel kan één enkele indiening volstaan indien alle mengsels in de groep op dezelfde wijze zijn ingedeeld voor gezondheids- en fysische gevaren. Een dergelijke indiening wordt “gegroepeerde indiening” genoemd.
4.2. Een gegroepeerde indiening is alleen toegestaan als alle mengsels in de groep dezelfde bestanddelen bevatten (zoals vastgesteld in deel B, punt 3.2) en het gerapporteerde concentratiebereik voor elk van de bestanddelen hetzelfde is voor alle mengsels (zoals bedoeld in deel B, punt 3.4).
4.3. In afwijking van punt 4.2 is een gegroepeerde indiening ook toegestaan indien het verschil in samenstelling tussen verscheidene mengsels in de groep alleen betrekking heeft op geurstoffen, op voorwaarde dat de totale concentratie van de afwijkende geurstoffen in geen enkel mengsel meer dan 5 % bedraagt.
4.4. In het geval van een gegroepeerde indiening moet de in deel B vereiste informatie in voorkomend geval voor elk van de in de groep opgenomen mengsels worden verstrekt.
5.1. Aan de hand van een door het Agentschap ter beschikking gesteld elektronisch instrument creëert de indiener een unieke formule-identificatie (UFI). De UFI is een unieke alfanumerieke code die de ingediende informatie over de samenstelling van een mengsel of een groep van mengsels onmiskenbaar koppelt aan een specifiek mengsel of een specifieke groep van mengsels. De toekenning van een UFI is gratis.
Wanneer een wijziging in de samenstelling van het mengsel of de groep van mengsels aan een of meer van de in deel B, punt 4.1, eerste alinea, vierde streepje, onder a), b) en c), bedoelde voorwaarden of, naargelang het geval, aan een van de in de tweede alinea van dat punt bedoelde voorwaarden voldoet, moet een nieuwe UFI worden gecreëerd.
In afwijking van de tweede alinea van dit punt is geen nieuwe UFI vereist voor mengsels in een gegroepeerde indiening die geurstoffen bevatten, op voorwaarde dat de wijziging in samenstelling uitsluitend betrekking heeft op die geurstoffen of op de toevoeging van nieuwe geurstoffen.
In afwijking van de tweede alinea van dit punt is geen nieuwe UFI vereist wanneer een wijziging die aan de voorwaarde van deel B, punt 4.1, eerste alinea, vierde streepje, onder a), voldoet, uitsluitend betrekking heeft op een of meer bestanddelen die zijn opgenomen in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen die reeds in de indiening wordt vermeld overeenkomstig deel B, punt 3.5.
5.2. De UFI moet worden voorafgegaan door de afkorting “UFI” in hoofdletters, gevolgd door een dubbelepunt (“UFI:”) en moet duidelijk zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar worden aangebracht.
5.3. In plaats van de UFI in de aanvullende informatie op het etiket te vermelden, kan de indiener ervoor kiezen deze bij de andere etiketteringselementen op de binnenverpakking af te drukken of aan te brengen.
Indien de vorm van de binnenverpakking van dien aard is, of de binnenverpakking dermate klein is dat het onmogelijk is om de UFI daarop aan te brengen, kan de indiener de UFI bij de andere etiketteringselementen op een buitenverpakking afdrukken of aanbrengen.
In het geval van niet-verpakte mengsels moet de UFI op het veiligheidsinformatieblad worden vermeld of moet de UFI, naargelang het geval, worden opgenomen in het in artikel 29, lid 3, bedoelde afschrift van de etiketteringselementen.
In het geval van verpakte mengsels die worden geleverd voor gebruik op een industrielocatie, kan de indiener, in plaats van de UFI op het etiket of de verpakking te vermelden, ervoor kiezen deze op het veiligheidsinformatieblad te vermelden.
6. FORMATEN EN TECHNISCHE ONDERSTEUNING VOOR DE INDIENING VAN INFORMATIE
6.1. Het Agentschap ontwerpt de specificaties voor het UFI-genereerprogramma, voor de XML-formaten voor de indieningen en voor een geharmoniseerd productindelingssysteem, onderhoudt en actualiseert deze en stelt ze kosteloos ter beschikking op zijn website.
6.2. Het Agentschap verleent technisch en wetenschappelijk advies, technische ondersteuning en levert instrumenten waarmee het indienen van informatie wordt vereenvoudigd.
DEEL B
IN TE DIENEN INFORMATIE
1. IDENTIFICATIE VAN HET MENGSEL EN VAN DE INDIENER
1.1.
Productidentificatie van het mengsel
6.1. Het Agentschap ontwerpt de specificaties voor het UFI-genereerprogramma, voor de XML-formaten voor de indieningen en voor een geharmoniseerd productindelingssysteem, onderhoudt en actualiseert deze en stelt ze kosteloos ter beschikking op zijn website.
6.2. Het Agentschap verleent technisch en wetenschappelijk advies, technische ondersteuning en levert instrumenten waarmee het indienen van informatie wordt vereenvoudigd.
1.1. Productidentificatie van het mengsel
De productidentificatie moet overeenkomstig artikel 18, lid 3, onder a), worden verstrekt.
De volledige handelsnaam van het mengsel moet worden verstrekt, met inbegrip van, in voorkomend geval, de merknaam of merknamen, de naam van het product en varianten daarvan zoals vermeld op het etiket, zonder afkortingen, aan de hand waarvan de specifieke identificatie van het mengsel mogelijk is.
Bovendien moeten de UFI’s in de indiening worden vermeld.
1.2. Gegevens van de indiener en het contactpunt
De naam, het volledige adres, het telefoonnummer en het e‐mailadres van de indiener moeten worden verstrekt en, indien verschillend, de naam, het volledige adres, het telefoonnummer en het e‐mailadres van het contactpunt dat moet worden gebruikt voor het verkrijgen van nadere informatie die relevant is voor respons in noodgevallen met betrekking tot de gezondheid.
1.3. Naam, telefoonnummer en e‐mailadres voor snelle toegang tot aanvullende productinformatie
In het geval van een beperkte indiening zoals bedoeld in deel A, punt 2.3, moeten een naam, een telefoonnummer en een e‐mailadres worden verstrekt waar de gebruiker onverwijld terechtkan voor gedetailleerde aanvullende productinformatie die relevant is voor respons in noodgevallen met betrekking tot de gezondheid in de taal zoals bedoeld in deel A, punt 3.3. Het telefoonnummer moet 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar zijn.
2. IDENTIFICATIE VAN DE GEVAREN EN AANVULLENDE INFORMATIE
Dit punt bevat de informatie die vereist is met betrekking tot de gezondheids- en fysische gevaren van het mengsel en de passende waarschuwingen voor die gevaren, alsmede de aanvullende informatie die bij een indiening moet worden gevoegd.
2.1. Indeling van het mengsel
De indeling van het mengsel met betrekking tot de gezondheids- en fysische gevaren (gevarenklasse, ‐categorie en ‐aanduiding) wordt aangegeven overeenkomstig de indelingsregels van bijlage I.
2.2. Etiketteringselementen
De volgende krachtens artikel 17 vereiste etiketteringselementen moeten in voorkomend geval worden aangebracht:
2.3. Toxicologische informatie
De indiening moet de informatie over de toxicologische effecten van het mengsel of de bestanddelen daarvan bevatten die overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 vereist is in rubriek 11 van het veiligheidsinformatieblad van het mengsel.
2.4. Aanvullende informatie
De volgende aanvullende informatie moet worden verstrekt:
3. INFORMATIE OVER DE BESTANDDELEN VAN MENGSELS
3.1.
Algemene voorschriften
De chemische identiteit en de concentraties van de bestanddelen van het mengsel moeten overeenkomstig de punten 3.2, 3.3 en 3.4 in de indiening worden vermeld.
In afwijking van de eerste alinea kan, in het geval van een beperkte indiening zoals bedoeld in deel A, punt 2.3, de te verstrekken informatie over de samenstelling van een mengsel voor industrieel gebruik of een mengsel met een eindgebruik waarvoor geen meldingsplicht geldt, worden beperkt tot de informatie op het veiligheidsinformatieblad overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006, op voorwaarde dat aanvullende informatie over de bestanddelen overeenkomstig punt 1.3 in noodgevallen op verzoek snel beschikbaar is.
Bestanddelen die niet in een mengsel aanwezig zijn, worden niet vermeld. Indien zij echter zijn aangemeld als onderdeel van een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen overeenkomstig punt 3.5, of indien hun concentratie is ingediend als een percentagebereik overeenkomstig punt 3.6 of punt 3.7, kunnen zij worden aangemeld als zij op een bepaald tijdstip zeker in het mengsel aanwezig zullen zijn.
In afwijking van de tweede alinea moeten, in een gegroepeerde indiening, geurbestanddelen in ten minste een van de mengsels aanwezig zijn.
Voor gegroepeerde indieningen waarbij de geurstoffen tussen de mengsels in de groep verschillen, moet een lijst van de mengsels en de geurstoffen die zij bevatten, met inbegrip van hun indeling, worden verstrekt.
3.2. Identificatie van de bestanddelen van mengsels
Een bestanddeel van een mengsel is hetzij een stof, hetzij een mengsel in mengsel.
3.2.1. Stoffen
De productidentificatie van de overeenkomstig punt 3.3 geïdentificeerde stoffen wordt overeenkomstig artikel 18, lid 2, verstrekt. Een INCI-naam, een Colour Index-naam of een andere internationale chemische naam mag evenwel worden gebruikt, op voorwaarde dat die chemische naam algemeen bekend is en de stof ondubbelzinnig identificeert. De chemische naam van stoffen waarvoor overeenkomstig artikel 24 een andere chemische naam is toegestaan, moet eveneens worden vermeld.
3.2.2. Mengsel in mengsel
Wanneer een mengsel wordt gebruikt bij de samenstelling van een ander mengsel dat in de handel wordt gebracht, wordt naar dat eerste mengsel verwezen als een mengsel in mengsel (MIM).
Informatie over de stoffen in een MIM wordt verstrekt overeenkomstig het bepaalde in punt 3.2.1, tenzij de indiener geen toegang heeft tot informatie over de volledige samenstelling van het MIM. In het laatste geval:
moet, indien een UFI voor het MIM is gecreëerd en het aangewezen orgaan de informatie over het MIM in een eerdere indiening heeft ontvangen, het MIM worden geïdentificeerd aan de hand van de productidentificatie ervan overeenkomstig artikel 18, lid 3, onder a), samen met de concentratie en de UFI;
moet, indien een UFI voor het MIM is gecreëerd, maar het aangewezen orgaan de informatie over het MIM niet in een eerdere indiening heeft ontvangen, het MIM worden geïdentificeerd aan de hand van de productidentificatie ervan overeenkomstig artikel 18, lid 3, onder a), samen met de concentratie en de UFI en de informatie over de samenstelling op het veiligheidsinformatieblad overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het MIM en alle andere bekende bestanddelen, alsmede de naam, het e‐mailadres en het telefoonnummer van de leverancier van het MIM;
bij gebrek aan een UFI moet het MIM worden geïdentificeerd aan de hand van de productidentificatie ervan overeenkomstig artikel 18, lid 3, onder a), samen met de concentratie en de informatie over de samenstelling op het veiligheidsinformatieblad overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het MIM en alle andere bekende bestanddelen, alsmede de naam, het e‐mailadres en het telefoonnummer van de leverancier van het MIM.
3.2.3. Identificatie aan de hand van algemene bestanddeelidentificaties
In afwijking van de punten 3.2.1 en 3.2.2 kunnen de algemene bestanddeelidentificaties “geurstoffen” of “kleurstoffen” worden gebruikt voor mengselbestanddelen die uitsluitend worden gebruikt om geur of kleur toe te voegen, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
5 % voor de som van de geurstoffen, en
25 % voor de som van de kleurstoffen.
3.3. Mengselbestanddelen waarvoor indiening vereist is
De volgende mengselbestanddelen moeten worden vermeld:
op basis van hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten als gevaarlijk ingedeelde mengselbestanddelen die:
op basis van hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten niet als gevaarlijk ingedeelde mengselbestanddelen die zijn geïdentificeerd en aanwezig zijn in concentraties gelijk aan of hoger dan 1 %.
3.4. Concentratie en concentratiebereik van de mengselbestanddelen
Indieners moeten de in de punten 3.4.1 en 3.4.2 bedoelde informatie verstrekken met betrekking tot de concentratie van de mengselbestanddelen, geïdentificeerd overeenkomstig punt 3.3.
3.4.1. Gevaarlijke bestanddelen die van groot belang zijn in verband met de gezondheid, met het oog op respons in noodgevallen en preventieve maatregelen
Wanneer mengselbestanddelen overeenkomstig deze verordening in ten minste één van de volgende gevarencategorieën zijn ingedeeld, moet hun concentratie in het mengsel worden uitgedrukt in exacte percentages, in afnemende volgorde per massa of volume:
Als alternatief voor de indiening van concentraties in exacte percentages mag een percentagebereik in overeenstemming met tabel 1 worden ingediend.
Tabel 1
Concentratiebereik voor gevaarlijke bestanddelen die van groot belang zijn in verband met de gezondheid, met het oog op respons in noodgevallen
|
Concentratiebereik van het gevaarlijke bestanddeel in het mengsel (%) |
Maximale reikwijdte van het concentratiebereik voor de indiening |
|
≥ 25-< 100 |
5 procentpunten |
|
≥ 10-< 25 |
3 procentpunten |
|
≥ 1-< 10 |
1 procentpunt |
|
≥ 0,1-< 1 |
0,3 procentpunt |
|
> 0-< 0,1 |
0,1 procentpunt |
3.4.2. Andere gevaarlijke bestanddelen en niet als gevaarlijk ingedeelde bestanddelen
De concentratie van de gevaarlijke bestanddelen in het mengsel die niet in een van de in punt 3.4.1 vermelde gevarencategorieën zijn ingedeeld, en de concentratie van de geïdentificeerde bestanddelen die niet als gevaarlijk zijn ingedeeld, worden overeenkomstig tabel 2 uitgedrukt als een percentagebereik in afnemende volgorde per massa of volume. Als alternatief mogen exacte percentages worden verstrekt.
Tabel 2
Concentratiebereik voor andere gevaarlijke bestanddelen en niet als gevaarlijk ingedeelde bestanddelen
|
Concentratiebereik van het bestanddeel in het mengsel (%) |
Maximale reikwijdte van het concentratiebereik voor de indiening |
|
≥ 25-< 100 |
20 procentpunten |
|
≥ 10-< 25 |
10 procentpunten |
|
≥ 1-< 10 |
3 procentpunten |
|
> 0-< 1 |
1 procentpunt |
In afwijking van de eerste alinea hoeven de indieners voor geurbestanddelen in een gegroepeerde indiening die niet zijn ingedeeld of alleen voor sensibilisatie van de huid categorie 1, 1A of 1B of aspiratietoxiciteit zijn ingedeeld, geen informatie te verstrekken over de concentratie.
3.5. Opnemen van bestanddelen in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen
Bestanddelen mogen in een indiening in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen worden opgenomen, op voorwaarde dat:
voor alle bestanddelen in de groep van onderling uitwisselbare bestanddelen,
voor alle mogelijke combinaties van het uiteindelijk gevormde mengsel op basis van de bestanddelen in de groep van onderling uitwisselbare bestanddelen, de in deel B, punt 2, bedoelde identificatie van de gevaren en aanvullende informatie identiek zijn.
Als alternatief hiervoor mogen bestanddelen die alleen zijn ingedeeld voor huidcorrosie, huidirritatie, oogletsel, oogirritatie, aspiratietoxiciteit, of sensibilisatie van de luchtwegen of de huid, of een combinatie daarvan, in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen worden opgenomen, op voorwaarde dat:
de indeling ervan voor gezondheids- en fysische gevaren (gevarenklasse en ‐categorie) voor alle bestanddelen identiek is, en
de pH, in voorkomend geval, van alle bestanddelen die zijn ingedeeld voor huidcorrosie, huidirritatie, oogletsel of oogirritatie, hetzij zuur, hetzij neutraal, hetzij basisch is, en
de groep van onderling uitwisselbare bestanddelen niet meer dan vijf bestanddelen bevat, en
voor alle mogelijke combinaties van het uiteindelijk gevormde mengsel op basis van de bestanddelen die in de groep van onderling uitwisselbare bestanddelen zijn opgenomen, de in deel B, punt 2, bedoelde identificatie van de gevaren en aanvullende informatie identiek zijn.
3.5.1. Naam van de groep van onderling uitwisselbare bestanddelen en identificatie van de gegroepeerde bestanddelen
Een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen krijgt een naam die overeenstemt met de technische functie(s) van de gegroepeerde bestanddelen met het oog waarop deze in het mengsel zijn opgenomen.
Elk bestanddeel in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen wordt geïdentificeerd overeenkomstig punt 3.2.1 of 3.2.2, naargelang het geval.
3.5.2. Concentratie en concentratiebereik van gegroepeerde bestanddelen
In afwijking van punt 3.4, eerste alinea, moeten indieners voor bestanddelen die in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen zijn opgenomen, de in de punten 3.4.1 en 3.4.2 bedoelde informatie verstrekken met betrekking tot de totale concentratie van alle bestanddelen in het mengsel die in de groep van onderling uitwisselbare bestanddelen zijn opgenomen.
Wanneer in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen opgenomen mengselbestanddelen overeenkomstig deze verordening in ten minste één van de in punt 3.4.1 opgesomde gevarencategorieën zijn ingedeeld, moet de totale concentratie van de bestanddelen in het mengsel die in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen zijn opgenomen, worden uitgedrukt in exacte percentages, in afnemende volgorde per massa of volume. Als alternatief hiervoor mag percentagebereik worden ingediend overeenkomstig tabel 1 in dat punt.
De totale concentratie van de gevaarlijke bestanddelen in het mengsel die in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen zijn opgenomen en die niet in een van de in punt 3.4.1 vermelde gevarencategorieën zijn ingedeeld, en de totale concentratie van de geïdentificeerde bestanddelen in het mengsel die in een groep van onderling uitwisselbare bestanddelen zijn opgenomen en die niet als gevaarlijk zijn ingedeeld, worden overeenkomstig tabel 2 in punt 3.4.2 uitgedrukt als een percentagebereik in afnemende volgorde per massa of volume. Als alternatief hiervoor mogen exacte percentages worden verstrekt.
3.6. Mengsels die overeenstemmen met standaardformules
In afwijking van de punten 3.2, 3.3 en 3.4 geldt, voor een mengsel waarvan de samenstelling overeenstemt met een in deel D gespecificeerde standaardformule, waarbij de indeling van het mengsel niet verandert naargelang de concentraties van de bestanddelen variëren binnen de in de standaardformule gespecificeerde percentagebereiken, dat:
3.7. Brandstoffen
In afwijking van de punten 3.2, 3.3 en 3.4 mogen voor de in tabel 3 opgesomde brandstoffen de identiteit en de concentratie van de bestanddelen van het mengsel zoals vermeld op het veiligheidsinformatieblad overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 worden ingediend. De identiteit en de concentratie van elk ander bekend bestanddeel moeten eveneens worden ingediend.
Tabel 3
Lijst van brandstoffen
|
Brandstof |
Productomschrijving |
|
Benzine EN228 |
Brandstoffen voor automobielen — ongelode benzine |
|
Benzine E85 |
Brandstoffen voor automobielen — ethanol (E85) — brandstof voor automobielen |
|
Alkylaatbenzine |
Motorbrandstoffen — speciale benzine voor motorwerktuigen |
|
Lpg |
Als brandstof gebruikt vloeibaar petroleumgas |
|
LNG |
Als brandstof gebruikt vloeibaar aardgas |
|
Dieselbrandstof |
Brandstoffen voor automobielen — dieselmotorbrandstoffen met/zonder biobrandstof |
|
Paraffinehoudende dieselbrandstoffen (bv. GTL, BTL of HVO) |
Brandstoffen voor automobielen — paraffinehoudende dieselbrandstof afkomstig van synthese en waterstofbehandeling |
|
Stookolie |
Vloeibare minerale brandstoffen met de kenmerken van stookolie voor huishoudelijk gebruik |
|
MK 1-diesel |
Brandstoffen voor automobielen — dieselolie van milieuklassen 1 en 2 voor hogesnelheidsdieselmotoren |
|
Vliegtuigbrandstoffen |
Vliegtuigbrandstoffen voor turbine- en zuigermotoren |
|
Kerosine — paraffine voor verlichting |
Paraffinelampolie typen B en C |
|
Zware stookolie |
Alle soorten zware stookolie |
|
Scheepsbrandstof |
Scheepsbrandstoffen, met of zonder biodiesel |
|
Methylesters van vetzuren (FAME) — diesel B100 |
Methylesters van vetzuren (FAME) voor gebruik in dieselmotoren en verwarmingstoepassingen |
3.8. Indeling van mengselbestanddelen
De indeling voor de gevolgen voor de gezondheid en de fysische effecten (gevarenklassen, gevarencategorieën en gevarenaanduidingen) van de overeenkomstig punt 3.3 geïdentificeerde en in het mengsel aanwezige stoffen moet worden verstrekt. Dit omvat de indeling voor ten minste alle overeenkomstig bijlage II, punt 3.2.1, bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 op het veiligheidsinformatieblad van het mengsel en op het veiligheidsinformatieblad van elk in het mengsel aanwezig MIM aangegeven stoffen. Voor overeenkomstig punt 3.3 geïdentificeerde MIM’s waarvoor de indiener geen toegang heeft tot de volledige samenstelling van het MIM, moet daarnaast ook de indeling voor de gevolgen voor de gezondheid en de fysische effecten van het MIM worden verstrekt.
4. INDIENING ACTUALISEREN
4.1.
Voorwaarden voor het actualiseren van de indiening
Wanneer een van de volgende wijzigingen van toepassing is op een mengsel in een individuele of gegroepeerde indiening, moeten de indieners een geactualiseerde indiening verstrekken vóór dat aldus gewijzigde mengsel in de handel wordt gebracht:
toevoeging, vervanging of weglating van een of meer bestanddelen van het mengsel die overeenkomstig punt 3.3 moeten worden vermeld;
een wijziging in de concentratie van een bestanddeel van het mengsel die buiten het concentratiebereik van de oorspronkelijke indiening valt;
de exacte concentratie van een bestanddeel was overeenkomstig punt 3.4.1 of 3.4.2 verstrekt en een wijziging in die concentratie die buiten de grenswaarden in tabel 4 valt, doet zich voor.
In afwijking van de eerste alinea, vierde streepje, geldt het volgende:
een geactualiseerde indiening voor mengsels met een samenstelling die overeenstemt met een van de in deel D gespecificeerde standaardformules is alleen vereist wanneer de samenstelling van het mengsel zodanig wordt gewijzigd dat de samenstelling van het mengsel niet langer overeenstemt met de standaardformule;
voor mengsels waarvoor de informatie over de samenstelling overeenkomstig punt 3.6 of 3.7 op basis van het veiligheidsinformatieblad is verstrekt, is een geactualiseerde indiening vereist wanneer rubriek 3 van het veiligheidsinformatieblad is bijgewerkt.
Tabel 4
Variaties van de concentratie van bestanddelen waardoor een actualisering van de indiening vereist is
|
Exacte concentratie van het bestanddeel in het mengsel (%) |
Variaties (±) ten opzichte van de oorspronkelijke concentratie van het bestanddeel waardoor een actualisering van de indiening vereist is |
|
> 25-≤ 100 |
5 % |
|
> 10-≤ 25 |
10 % |
|
> 2,5-≤ 10 |
20 % |
|
≤ 2,5 |
30 % |
Wanneer geurstoffen uit een gegroepeerde indiening wijzigen, moet de in punt 3.1 vereiste lijst van mengsels en de geurstoffen die zij bevatten, worden bijgewerkt.
4.2. Inhoud van de geactualiseerde indiening
De geactualiseerde indiening moet een herziene versie van de vorige indiening bevatten met daarin de nieuwe beschikbare informatie zoals beschreven in punt 4.1.
DEEL C
INDIENINGSFORMAAT
1. INDIENINGSFORMAAT
1.1.
Indieningsformaat
De informatie moet bij de overeenkomstig artikel 45 aangewezen organen worden ingediend in een formaat dat door het Agentschap ter beschikking wordt gesteld. Het indieningsformaat omvat de volgende elementen:
1.2. Identificatie van het mengsel, van de indiener en van het contactpunt
Productidentificatie:
Gegevens van de indiener en het contactpunt:
Contactgegevens voor snelle toegang tot aanvullende productinformatie (24 uur per dag, zeven dagen per week). Alleen voor beperkte indiening:
1.3. Indeling van het mengsel, etiketteringselementen en toxicologie
Indeling van het mengsel en etiketteringselementen:
Toxicologische informatie:
Aanvullende informatie over het mengsel:
1.4. Informatie over de bestanddelen van mengsels en groepen van onderling uitwisselbare bestanddelen
Identificatie van de bestanddelen van mengsels:
Naam van de groepen van onderling uitwisselbare bestanddelen (indien van toepassing)
Concentratie en concentratiebereik van de mengselbestanddelen:
Indeling van mengselbestanddelen:
Lijst overeenkomstig deel B, punt 3.1, vijfde alinea (indien van toepassing)
DEEL D
STANDAARDFORMULES
Voor de standaardformules 1‐17 gelden de volgende voorwaarden:
Noot bij de standaardformules 1‐17:
1. CEMENT
|
Standaardformule voor cement — 1 |
||
|
Productomschrijving |
Portlandcement met één hoofdbestanddeel: klinker |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
86,5-100 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 2 |
||
|
Productomschrijving |
Portlandslakkencement en hoogovencement met twee hoofdbestanddelen: klinker en slakken |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
4,6-94 |
|
Gegranuleerde hoogovenslakken |
266-002-0 |
5,5-95 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof.(1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 3 |
||
|
Productomschrijving |
Portlandmicrosilicacement Portlandcement met twee hoofdbestanddelen: klinker en microsilica |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
82-94 |
|
Microsilica |
273-761-1 |
5,5-10 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 4 |
||
|
Productomschrijving |
Portlandpuzzolancement, puzzolancement Portlandcement met twee hoofdbestanddelen: klinker en puzzolan (natuurlijk of natuurlijk gebrand puzzolan) |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
41-94 |
|
Natuurlijk (gebrand) puzzolan |
310-127-6 |
5,5-55 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-303-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 5 |
||
|
Productomschrijving |
Portlandvliegascement, puzzolancement Portlandcement met twee hoofdbestanddelen: klinker en vliegas (kiezel- en kalkhoudende vliegas) |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
41-94 |
|
Vliegas |
931-322-8 |
5,5-55 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 6 |
||
|
Productomschrijving |
Portlandbrandleicement Portlandcement met twee hoofdbestanddelen: klinker en brandlei |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
59-94 |
|
Brandlei |
297-648-1 |
5,5-35 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 7 |
||
|
Productomschrijving |
Portlandkalksteencement Portlandcement met twee hoofdbestanddelen: klinker en kalksteen |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
59-94 |
|
Kalksteen |
215-279-6 |
5,5-35 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 8 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld portlandcement, samengesteld cement (slakken — kalksteen) Portlandcement met drie hoofdbestanddelen: klinker, slakken en kalksteen |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
31,9-88 |
|
Gegranuleerde hoogovenslakken |
266-002-0 |
5,5-59 |
|
Kalksteen |
215-279-6 |
5,5-29 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 9 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld portlandcement, samengesteld cement (slakken — vliegas) Portlandcement met drie hoofdbestanddelen: klinker, hoogovenslakken, kiezel- en kalkhoudende vliegas |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
18,2-88 |
|
Gegranuleerde hoogovenslakken |
266-002-0 |
5,5-59 |
|
Vliegas |
931-322-8 |
5,5-49 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 10 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld portlandcement, samengesteld cement (slakken — puzzolan) Portlandcement met drie hoofdbestanddelen: klinker, hoogovenslakken, natuurlijk of natuurlijk gebrand puzzolan |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
18,2-88 |
|
Gegranuleerde hoogovenslakken |
266-002-0 |
5,5-— 49 |
|
Natuurlijk (gebrand) puzzolan |
310-127-6 |
5,5 — 49 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 11 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld portlandcement (slakken — brandlei) Portlandcement met drie hoofdbestanddelen: klinkerslak, hoogovenslakken, brandlei |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
59-94 |
|
Gegranuleerde hoogovenslakken |
266-002-0 |
5,5-29 |
|
Brandlei |
297-648-1 |
5,5-29 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 12 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld portlandcement (kalksteen — vliegas) Portlandcement met drie hoofdbestanddelen: klinker, kalksteen, kiezel- en kalkhoudende vliegas |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
46-94 |
|
Kalksteen |
215-279-6 |
5,5-29 |
|
Vliegas |
931-322-8 |
5,5-44 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 13 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld portlandcement (kalksteen — puzzolan) Portlandcement met drie hoofdbestanddelen: klinker, kalksteen, natuurlijk of natuurlijk gebrand puzzolan |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
46-94 |
|
Kalksteen |
215-279-6 |
5,5-29 |
|
Natuurlijk (gebrand) puzzolan |
310-127-6 |
5,5-44 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 14 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld portlandcement (kalksteen — brandlei) Portlandcement met drie hoofdbestanddelen: klinker, kalksteen en brandlei |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
59-94 |
|
Kalksteen |
215-279-6 |
5,5-29 |
|
Brandlei |
297-648-1 |
5,5-29 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 15 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld portlandcement, puzzolancement (vliegas — puzzolan) Portlandcement met drie hoofdbestanddelen: klinker, kiezel- en kalkhoudende vliegas, natuurlijk of natuurlijk gebrand puzzolan |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
41-94 |
|
Natuurlijk (gebrand) puzzolan |
310-127-6 |
5,5-55 |
|
Vliegas |
931-322-8 |
5,5-55 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 16 |
||
|
Productomschrijving |
Portlandcomposiet Portlandcement met vier hoofdbestanddelen: klinker en drie van deze bestanddelen: hoogovenslakken, microsilica, vliegas, puzzolan, brandlei, kalksteen |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
59 — 94 |
|
Gegranuleerde hoogovenslakken Natuurlijk (gebrand) puzzolan Vliegas Brandlei Kalksteen Microsilica |
266-002-0 310-127-6 931-322-8 297-648-1 215-279-6 273-761-1 |
5,5 — 23 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 17 |
||
|
Productomschrijving |
Samengesteld cement Portlandcement met vier hoofdbestanddelen: klinker, slakken, kiezelhoudende vliegas, en natuurlijk of natuurlijk gebrand puzzolan |
|
|
Bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
18,3-64 |
|
Gegranuleerde hoogovenslakken |
266-002-0 |
16,5-49 |
|
Natuurlijk (gebrand) puzzolan |
310-127-6 |
5,5-43 |
|
Vliegas |
931-322-8 |
5,5-43 |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
0-8 |
|
Rookgasstof (1) |
270-659-9 |
0-5 |
|
Anorganische natuurlijke minerale stoffen |
310-127-6 |
|
|
IJzer(II)sulfaat |
231-753-5 |
0-1 |
|
Tin(II)sulfaat |
231-302-2 |
0-0,1 |
|
Standaardformule voor cement — 18 |
||
|
Productomschrijving |
Calciumaluminaatcement |
|
|
Bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Calciumaluminaatcementklinker |
266-045-5 |
86,5-100 |
|
Slijpmiddel |
— |
0-0,2 |
|
Standaardformule voor cement — 19 |
||
|
Productomschrijving |
Metselcement — met klinker en kalksteen — MC 5, MC 12,5, MC 22,5 |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
25 — 60 |
|
Bouwkalk overeenkomstig EN 459 |
215-138-9 |
1-75 |
|
Gebluste kalk overeenkomstig EN 459 |
215-137-3 |
|
|
Ander, niet-gevaarlijk organisch bestanddeel |
310-127-6 |
0-74 |
|
Anorganische pigmenten overeenkomstig EN 12878 |
— |
0-1 |
|
Standaardformule voor cement — 20 |
||
|
Productomschrijving |
Metselcement — met klinker en zonder kalksteen — MC 5, MC 12,5, MC 22,5 |
|
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Portlandcementklinker |
266-043-4 |
25-60 |
|
Ander, niet-gevaarlijk organisch bestanddeel |
310-127-6 |
40-75 |
|
Anorganische pigmenten overeenkomstig EN 12878 |
|
0-1 |
2. GIPSBINDMIDDEL
|
Standaardformule voor gipsbindmiddel |
||
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Calciumsulfaat |
231-900-3 |
≥ 50 en < 100 |
|
Calciumdihydroxide |
215-137-3 |
> 0 en ≤ 5 |
3. STORTKLAAR BETON
|
Standaardformule voor stortklaar beton — 1 Betonweerstandsklassen C8/10, C12/15, C16/20, C20/25, C25/30, C28/35, C32/40, C35/45, C40/50, C45/55, C50/60 LC8/9, LC12/13, LC16/18, LC20/22, LC25/28, LC30/33, LC35/38, LC40/44, LC45/50, LC50/55, LC55/60 |
||
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Cement |
270-659-9 |
3-18 |
|
Water |
231-791-2 |
5-8 |
|
Aggregaten |
273-727-6 |
70-80 |
|
Luchtinsluitingsmiddelen (additief) |
— |
0-0,08 |
|
Weekmakers/superweekmakers (additief) |
— |
0-0,15 |
|
Vertragers (additief) |
— |
0-0,4 |
|
Versnellers (additief) |
— |
0-0,2 |
|
Waterdichtheid (additief) |
— |
0-0,25 |
|
Vliegas |
931-322-8 |
0-8 |
|
Microsilica |
273-761-1 |
0-3 |
|
Hoogovenzand (GGBS) |
266-002-0 |
0-6 |
|
Standaardformule voor stortklaar beton — 2 Betonweerstandsklassen C55/67, C60/75, C70/85, C80/95, C90/105, C100/105, LC 60/66, LC70/77, LC80/88 |
||
|
Naam bestanddeel |
EG-nr. |
Concentratie (% massa) |
|
Cement |
270-659-9 |
12-25 |
|
Water |
231-791-2 |
5-8 |
|
Aggregaten |
273-727-6 |
70-80 |
|
Luchtinsluitingsmiddelen (additief) |
— |
0,04-0,08 |
|
Weekmakers/superweekmakers (additief) |
— |
0-0,15 |
|
Vertragers (additief) |
— |
0-0,4 |
|
Versnellers (additief) |
— |
0-0,2 |
|
Waterdichtheid (additief) |
— |
0-0,25 |
|
Vliegas |
931-322-8 |
0-8 |
|
Microsilica |
273-761-1 |
0-3 |
|
Hoogovenzand (GGBS) |
266-002-0 |
0-6 |