CELEX 02008R1272 · v20250901

2.8. Zelfontledende stoffen en mengsels

2.8.   Zelfontledende stoffen en mengsels

2.8.1.1. Onder „zelfontledende stoffen of mengsels” worden verstaan thermisch instabiele vloeibare of vaste stoffen of mengsels die, ook zonder dat daarbij zuurstof (lucht) is betrokken, een sterk exotherme ontleding kunnen ondergaan. Stoffen en mengsels die overeenkomstig dit deel als ontplofbare stoffen, organische peroxiden of oxiderende stoffen zijn ingedeeld, vallen niet onder deze definitie.

2.8.1.2. Zelfontledende stoffen en mengsels worden geacht explosieve eigenschappen te hebben wanneer laboratoriumproeven uitwijzen dat zij kunnen detoneren, snel explosief kunnen verbranden of bij verwarming onder opsluiting een heftige reactie kunnen vertonen.

2.8.2.   Indelingscriteria

2.8.2.1. Indeling in deze klasse wordt overwogen voor alle zelfontledende stoffen of mengsels, tenzij:

a) 

het ontplofbare stoffen overeenkomstig de criteria in punt 2.1 zijn;

b) 

het oxiderende vloeistoffen of vaste stoffen overeenkomstig de criteria in punt 2.13 of 2.14 zijn, met dien verstande dat mengsels van oxiderende stoffen die voor ten minste 5 % uit brandbare organische stoffen bestaan, volgens de procedure van punt 2.8.2.2 als zelfontledende stoffen worden ingedeeld;

c) 

het organische peroxiden overeenkomstig de criteria in punt 2.15 zijn;

d) 

hun ontledingswarmte minder dan 300 J/g bedraagt; of

e) 

hun temperatuur van zelfversnellende ontleding (SADT) hoger is dan 75 oC voor een verpakking van 50 kg ( 11 ).

2.8.2.2. Mengsels van oxiderende stoffen die aan de criteria voor indeling als oxiderende stof voldoen, voor ten minste 5 % uit brandbare organische stoffen bestaan en niet aan de in punt 2.8.2.1 onder a), c), d) of e) vermelde criteria voldoen, worden onderworpen aan de indelingsprocedure voor zelfontledende stoffen.

Wanneer dergelijke mengsels de eigenschappen van een zelfontledende stof van type B tot en met F blijken te hebben (zie punt 2.8.2.3), worden zij als zelfontledende stoffen ingedeeld.

Wanneer de test in verpakte vorm wordt uitgevoerd en de verpakking wordt gewijzigd, wordt een nieuwe test uitgevoerd wanneer geoordeeld wordt dat de wijziging van de verpakking gevolgen heeft voor de uitkomst van de test.

2.8.2.3. Zelfontledende stoffen en mengsels worden volgens de volgende principes ingedeeld in een van de zeven categorieën (typen A tot en met G) van deze klasse:

a) 

zelfontledende stoffen of mengsels die in de verpakking kunnen detoneren of snel explosief kunnen verbranden, worden ingedeeld als zelfontledende stof van TYPE A;

b) 

zelfontledende stoffen of mengsels met explosieve eigenschappen die in de verpakking niet kunnen detoneren of snel explosief kunnen verbranden, maar wel onder invloed van warmte in de verpakking kunnen ontploffen, worden ingedeeld als zelfontledende stof van TYPE B;

c) 

zelfontledende stoffen of mengsels met explosieve eigenschappen die in de verpakking niet kunnen detoneren, snel explosief kunnen verbranden of onder invloed van warmte kunnen ontploffen, worden ingedeeld als zelfontledende stof van TYPE C;

d) 

zelfontledende stoffen of mengsels die bij laboratoriumproeven:

i) 

gedeeltelijk detoneren, niet snel explosief verbranden en bij verwarming onder opsluiting geen heftige reactie vertonen; of

ii) 

in het geheel niet detoneren, langzaam explosief verbranden en bij verwarming onder opsluiting geen heftige reactie vertonen; of

iii) 

in het geheel niet detoneren of explosief verbranden en bij verwarming onder opsluiting een matige reactie vertonen,

worden ingedeeld als zelfontledende stof van TYPE D;

e) 

zelfontledende stoffen of mengsels die bij laboratoriumproeven in het geheel niet detoneren of explosief verbranden en bij verwarming onder opsluiting een geringe of geen reactie vertonen, worden ingedeeld als zelfontledende stof van TYPE E;

f) 

zelfontledende stoffen of mengsels die bij laboratoriumproeven niet onder invloed van cavitatie detoneren, in het geheel niet explosief verbranden, bij verwarming onder opsluiting een geringe of geen reactie vertonen en een gering of geen explosief vermogen bezitten, worden ingedeeld als zelfontledende stof van TYPE F;

g) 

zelfontledende stoffen of mengsels die bij laboratoriumproeven niet onder invloed van cavitatie detoneren, in het geheel niet explosief verbranden, bij verwarming onder opsluiting geen reactie vertonen en geen explosief vermogen bezitten, worden, mits zij thermisch stabiel zijn (SADT tussen 60 oC en 75 oC voor een verpakking van 50 kg) en, voor vloeibare mengsels, een verdunningsmiddel met een kookpunt van ten minste 150 oC voor desensibilisatie wordt gebruikt, ingedeeld als zelfontledende stof van TYPE G. Indien het mengsel niet thermisch stabiel is of een verdunningsmiddel met een kookpunt van minder dan 150 oC voor desensibilisatie wordt gebruikt, wordt het mengsel ingedeeld als zelfontledende stof van TYPE F.

Wanneer de test in verpakte vorm wordt uitgevoerd en de verpakking wordt gewijzigd, wordt een nieuwe test uitgevoerd wanneer geoordeeld wordt dat de wijziging van de verpakking gevolgen heeft voor de uitkomst van de test.

2.8.2.4.   Criteria voor temperatuurregeling

Zelfontledende stoffen worden aan temperatuurregeling onderworpen als hun SADT55 oC of lager is. Deel II, afdeling 28, van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria bevat testmethoden voor het bepalen van de SADT en het afleiden van de controletemperatuur en de kritieke temperatuur. De gekozen test wordt verricht op een wijze die representatief is voor de omvang en de materialen van de verpakking.

2.8.3.   Voorlichting over de gevaren

Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.8.1 vermelde etiketteringselementen gebruikt.

▼M12

Tabel 2.8.1.

Etiketteringselementen voor zelfontledende stoffen en mengsels

Indeling

Type A

Type B

Type C & D

Type E & F

Type G (1)

GHS-pictogrammen

image

image

image

image

Aan deze gevarencategorie zijn geen etiketteringselementen toegewezen

Signaalwoord

Gevaar

Gevaar

Gevaar

Waarschuwing

Gevarenaanduiding

H240: Ontploffingsgevaar bij verwarming

H241: Brand- of ontploffingsgevaar bij verwarming

H242: Brandgevaar bij verwarming

H242: Brandgevaar bij verwarming

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie

P210

P234

P235

P240

P280

P210

P234

P235

P240

P280

P210

P234

P235

P240

P280

P210

P234

P235

P240

P280

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie

P370 + P372 + P380 + P373

P370 + P380 + P375 [+ P378] (2)

P370 + P378

P370 + P378

 

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. opslag

P403

P411

P420

P403

P411

P420

P403

P411

P420

P403

P411

P420

 

Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. verwijdering

P501

P501

P501

P501

 

(1)   

Aan type G zijn geen gevarenvoorlichtingselementen toegewezen, het type moet aan bod komen in verband met eigenschappen die behoren tot andere gevarenklassen.

(2)   

Zie de inleiding in bijlage IV voor details over het gebruik van vierkante haakjes.

▼B

Aan type G zijn geen gevarenvoorlichtingselementen toegewezen, het type komt aan bod in verband met eigenschappen die behoren tot andere gevarenklassen.

2.8.4.   Aanvullende overwegingen bij de indeling

2.8.4.1. De eigenschappen van zelfontledende stoffen of mengsels die doorslaggevend zijn voor hun indeling, worden proefondervindelijk bepaald. De indeling van een zelfontledende stof of mengsel vindt plaats overeenkomstig de testreeksen A tot en met H in deel II van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria. De indelingsprocedure is beschreven in figuur 2.8.1.

2.8.4.2. De indelingsprocedures voor zelfontledende stoffen en mengsels hoeven niet te worden toegepast als:

a) 

het molecuul geen chemische groepen bevat die met explosieve of zelfontledende eigenschappen worden geassocieerd. Voorbeelden van deze groepen worden gegeven in de tabellen A6.1 en A6.2 in aanhangsel 6 van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria; of

b) 

voor één organische stof of een homogeen mengsel van organische stoffen, de geschatte Sadt voor een verpakking van 50 kg hoger is dan 75 oC of de exotherme ontledingsenergie lager is dan 300 J/g. De begintemperatuur en de ontledingsenergie kunnen worden geschat met een geschikte calorimetrische techniek (zie deel II, onderafdeling 20.3.3.3, van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria).

▼M12

Figuur 2.8.1

Zelfontledende stoffen en mengsels image

Tekst van het beeld

▼B

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals