2.13. Oxiderende vloeistoffen
2.13. Oxiderende vloeistoffen
Onder „oxiderende vloeistoffen” worden verstaan vloeibare stoffen en mengsels die, zonder dat zij zelf brandbaar hoeven te zijn, gewoonlijk door het afstaan van zuurstof, de verbranding van ander materiaal kunnen veroorzaken of bevorderen.
2.13.2. Indelingscriteria
2.13.2.1. Een oxiderende vloeistof wordt overeenkomstig tabel 2.13.1 in een van de drie categorieën van deze klasse ingedeeld aan de hand van test O.2 in deel III, onderafdeling 34.4.2, van de
►M4
UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria.
2.13.2.1. Een oxiderende vloeistof wordt overeenkomstig tabel 2.13.1 in een van de drie categorieën van deze klasse ingedeeld aan de hand van test O.2 in deel III, onderafdeling 34.4.2, van de ►M4 UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria.
Tabel 2.13.1.
Criteria voor oxiderende vloeistoffen
|
Categorie |
Criteria |
|
1 |
Stoffen en mengsels die in een massaverhouding van 1:1 gemengd met cellulose spontaan ontbranden; of die in een massaverhouding van 1:1 gemengd met cellulose een lagere gemiddelde tijdsduur voor de drukverhoging vertonen dan een mengsel van 50 % perchloorzuur en cellulose in een massaverhouding van 1:1. |
|
2 |
Stoffen en mengsels die in een massaverhouding van 1:1 gemengd met cellulose een gelijke of lagere gemiddelde tijdsduur voor de drukverhoging vertonen dan een mengsel van 40 % natriumchloraatoplossing in water en cellulose in een massaverhouding van 1:1; en niet aan de criteria voor categorie 1 voldoen. |
|
3 |
Stoffen en mengsels die in een massaverhouding van 1:1 gemengd met cellulose een gelijke of lagere gemiddelde tijdsduur voor de drukverhoging vertonen dan een mengsel van 65 % salpeterzuuroplossing in water en cellulose in een massaverhouding van 1:1; en niet aan de criteria voor de categorieën 1 en 2 voldoen. |
2.13.3. Voorlichting over de gevaren
Voor stoffen en mengsels die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.13.2 vermelde etiketteringselementen gebruikt.
Tabel 2.13.2.
Etiketteringselementen voor oxiderende vloeistoffen
|
Indeling |
Categorie 1 |
Categorie 2 |
Categorie 3 |
|
GHS-pictogrammen |
|
|
|
|
Signaalwoord |
Gevaar |
Gevaar |
Waarschuwing |
|
Gevarenaanduiding |
H271: Kan brand veroorzaken of bevorderen; sterk oxiderend |
H272: Kan brand bevorderen; oxyderend |
H272: Kan brand bevorderen; oxyderend |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie |
P210 P220 P280 P283 |
P210 P220 P280 |
P210 P220 P280 |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie |
P306 + P360 P371 + P380 + P375 P370 + P378 |
P370 + P378 |
P370 + P378 |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. opslag |
P420 |
|
|
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. verwijdering |
P501 |
P501 |
P501 |
2.13.4. Aanvullende overwegingen bij de indeling
2.13.4.1. Voor organische stoffen en mengsels is de indelingsprocedure voor deze klasse niet van toepassing als:
a)
de stof of het mengsel geen zuurstof, fluor of chloor bevat; of
b)
de stof of het mengsel zuurstof, fluor of chloor bevat en deze elementen uitsluitend chemisch gebonden zijn aan koolstof of waterstof.
2.13.4.2. Voor anorganische stoffen of mengsels is de indelingsprocedure voor deze klasse niet van toepassing als zij geen zuurstof- of halogeenatomen bevatten.
2.13.4.3. Als de testresultaten afwijken van de bestaande ervaring met de verwerking en het gebruik van stoffen of mengsels, die uitwijst dat zij oxiderend zijn, weegt de evaluatie op grond van bestaande ervaring zwaarder dan de testresultaten.
2.13.4.4. Als stoffen of mengsels een drukverhoging veroorzaken (te hoog of te laag) als gevolg van chemische reacties die niet typerend zijn voor de oxiderende eigenschappen van de stof of het mengsel, wordt de test in deel III, onderafdeling 34.4.2, van de
►M4
UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria herhaald met een inerte stof, zoals diatomiet (kieselgoer), in plaats van de cellulose teneinde meer duidelijkheid te krijgen over de aard van de reactie en na te gaan of er sprake is van vals-positieve resultaten.
2.13.4.1. Voor organische stoffen en mengsels is de indelingsprocedure voor deze klasse niet van toepassing als:
de stof of het mengsel geen zuurstof, fluor of chloor bevat; of
de stof of het mengsel zuurstof, fluor of chloor bevat en deze elementen uitsluitend chemisch gebonden zijn aan koolstof of waterstof.
2.13.4.2. Voor anorganische stoffen of mengsels is de indelingsprocedure voor deze klasse niet van toepassing als zij geen zuurstof- of halogeenatomen bevatten.
2.13.4.3. Als de testresultaten afwijken van de bestaande ervaring met de verwerking en het gebruik van stoffen of mengsels, die uitwijst dat zij oxiderend zijn, weegt de evaluatie op grond van bestaande ervaring zwaarder dan de testresultaten.
2.13.4.4. Als stoffen of mengsels een drukverhoging veroorzaken (te hoog of te laag) als gevolg van chemische reacties die niet typerend zijn voor de oxiderende eigenschappen van de stof of het mengsel, wordt de test in deel III, onderafdeling 34.4.2, van de ►M4 UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria herhaald met een inerte stof, zoals diatomiet (kieselgoer), in plaats van de cellulose teneinde meer duidelijkheid te krijgen over de aard van de reactie en na te gaan of er sprake is van vals-positieve resultaten.