2.1.3. Voorlichting over de gevaren
Voor stoffen, mengsels en voorwerpen die aan de criteria voor indeling in deze gevarenklasse voldoen, worden de in tabel 2.1.2 vermelde etiketteringselementen gebruikt.
Tabel 2.1.2
Etiketteringselementen voor ontplofbare stoffen
|
Indeling |
Instabiele ontplofbare stof |
Subklasse 1.1 |
Subklasse 1.2 |
Subklasse 1.3 |
Subklasse 1.4 |
Subklasse 1.5 |
Subklasse 1.6 |
|
GHS-pictogrammen |
|
|
|
|
|
|
|
|
Signaalwoord |
Gevaar |
Gevaar |
Gevaar |
Gevaar |
Waarschuwing |
Gevaar |
Geen signaalwoord |
|
Gevarenaanduiding |
H200: Instabiele ontplofbare stof |
H201: Ontplofbare stof; gevaar voor massaexplosie |
H202: Ontplofbare stof; ernstig gevaar voor scherfwerking |
H203: Ontplofbare stof; gevaar voor brand, luchtdrukwerking of scherfwerking |
H204: Gevaar voor brand of scherfwerking |
H205: Gevaar voor massaexplosie bij brand |
Geen gevarenaanduiding |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. preventie |
P201 P250 P280 |
P210 P230 P234 P240 P250 P280 |
P210 P230 P234 P240 P250 P280 |
P210 P230 P234 P240 P250 P280 |
P210 P234 P240 P250 P280 |
P210 P230 P234 P240 P250 P280 |
Geen veiligheidsaanbevelingen |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. reactie |
P370 + P372 + P380 + P373 |
P370 + P372 + P380 + P373 |
P370 + P372 + P380 + P373 |
P370 + P372 + P380 + P373 |
P370 + P372 + P380 + P373 P370 + P380 + P375 |
P370 + P372 + P380 + P373 |
Geen veiligheidsaanbevelingen |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. opslag |
P401 |
P401 |
P401 |
P401 |
P401 |
P401 |
Geen veiligheidsaanbevelingen |
|
Veiligheidsaanbevelingen i.v.m. verwijdering |
P501 |
P501 |
P501 |
P501 |
P501 |
P501 |
Geen veiligheidsaanbevelingen |
NOOT 1: Onverpakte ontplofbare stoffen of ontplofbare stoffen die zijn herverpakt in een andere verpakking dan de oorspronkelijke verpakking of een soortgelijke verpakking, worden voorzien van alle onderstaande etiketteringselementen:
het pictogram: ontploffende bom;
het signaalwoord „Gevaar”, en
de gevarenaanduiding: „Ontplofbare stof; gevaar voor massaexplosie”
tenzij aangetoond is dat het gevaar met een van de gevarencategorieën in tabel 2.1.2 overeenkomt, in welk geval de daarmee overeenkomende symbolen, signaalwoorden en/of gevarenaanduidingen worden toegekend.
NOOT 2: Stoffen en mengsels met een positief resultaat in testreeks 2 in deel I, afdeling 12, van de UN RDTG, Manual of Tests and Criteria die zijn vrijgesteld van indeling als ontplofbare stoffen (op basis van een negatief resultaat in testreeks 6 in deel I, afdeling 16, van de UN RDTG, Manual of Tests and Criteria) hebben nog steeds explosieve eigenschappen. De gebruiker wordt in kennis gesteld van deze intrinsieke explosieve eigenschappen omdat hier rekening mee moet worden gehouden bij de behandeling — met name wanneer de stof of het mengsel uit de verpakking wordt genomen of wordt herverpakt — en bij de opslag. Daarom worden de explosieve eigenschappen van de stof of het mengsel bekendgemaakt in rubriek 2 (identificatie van de gevaren) en rubriek 9 (fysische en chemische eigenschappen) van het veiligheidsinformatieblad en andere rubrieken van het veiligheidsinformatieblad, indien van toepassing.