3.1.2. Criteria voor de indeling van stoffen als acuut toxisch
3.1.2.1. Stoffen kunnen overeenkomstig de numerieke criteria in de onderstaande tabel op basis van hun acute toxiciteit bij orale of dermale blootstelling of bij inademing in een van de vier gevarencategorieën worden ingedeeld. De acute toxiciteit wordt uitgedrukt in een (approximatieve) LD50-waarde (oraal, dermaal) of LC50-waarde (inademing), dan wel in een ATE-waarde (acute toxiciteitsschattingen). Hoewel sommige in-vivomethoden LD50/LC50-waarden direct bepalen, wordt bij nieuwere in-vivomethoden (e.g. met gebruikmaking van minder dieren) rekening gehouden met andere indicatoren van acute toxiciteit, zoals significante klinische tekenen van toxiciteit, die als referentie worden gebruikt om de gevarencategorie vast te stellen. De noten waarnaar in tabel 3.1.1 wordt verwezen, volgen na de tabel.
Tabel 3.1.1
Waarden van acute toxiciteitsschattingen en criteria voor gevarencategorieën van acute toxiciteit
|
Blootstellingsroute |
Categorie 1 |
Categorie 2 |
Categorie 3 |
Categorie 4 |
|
|
Oraal (mg/kg lichaamsgewicht) |
ATE ≤ 5 |
5 < ATE ≤ 50 |
50 < ATE ≤ 300 |
300 < ATE ≤ 2 000 |
|
|
Zie: |
noot a) noot b) |
||||
|
Dermaal (mg/kg lichaamsgewicht) |
ATE ≤ 50 |
50 < ATE ≤ 200 |
200 < ATE ≤ 1 000 |
1 000 < ATE ≤ 2 000 |
|
|
Zie: |
noot a) noot b) |
||||
|
Gassen (ppmV (1)) |
ATE ≤ 100 |
100 < ATE ≤ 500 |
500 < ATE ≤ 2 500 |
2 500 < ATE ≤ 20 000 |
|
|
Zie: |
noot a) noot b) noot c) |
||||
|
Dampen (mg/l) |
ATE ≤ 0,5 |
0,5 < ATE ≤ 2,0 |
2,0 < ATE ≤ 10,0 |
10,0 < ATE ≤ 20,0 |
|
|
Zie: |
noot a) noot b) noot c) noot d) |
||||
|
Stofdeeltjes en nevels (mg/l) |
ATE ≤ 0,05 |
0,05 < ATE ≤ 0,5 |
0,5 < ATE ≤ 1,0 |
1,0 < ATE ≤ 5,0 |
|
|
zie |
noot a) noot b) noot c) |
||||
|
(1)
Gasconcentraties worden uitgedrukt in volumedelen per miljoen (ppmV). |
|||||
Noten bij tabel 3.1.1:
De acute toxiciteitsschatting (ATE) voor de indeling van een stof wordt gebaseerd op de LD50/LC50-waarde, indien beschikbaar.
De acute toxiciteitsschatting (ATE) voor de indeling van een stof in een mengsel wordt gebaseerd op:
De in de tabel gebruikte bereiken van ATE-waarden (acute toxiciteitsschattingen) voor toxiciteit bij inademing zijn gebaseerd op proefblootstellingen van vier uur. Bestaande gegevens over toxiciteit bij inademing die zijn verkregen bij blootstelling gedurende een uur, kunnen worden omgerekend door de waarden te delen door twee (in geval van gassen en dampen) of vier (in geval van stofdeeltjes en nevels).
Sommige stoffen worden niet in een atmosfeer van uitsluitend damp getest, maar in een mengsel van vloeistof- en dampfase. Andere stoffen worden getest in een atmosfeer bestaande uit een damp die zich bijna in de gasfase bevindt. Laatstgenoemde stoffen en mengsels worden als volgt op basis van hun concentratie ingedeeld: categorie 1 (100 ppmV), categorie 2 (500 ppmV), categorie 3 (2 500 ppmV), categorie 4 (20 000 ppmV).
De begrippen „stofdeeltjes”, „nevels” en „dampen” worden als volgt gedefinieerd:
Stofdeeltjes worden gewoonlijk met mechanische procedés gevormd. Nevels worden gewoonlijk gevormd door condensatie van oververzadigde dampen of fysieke verneveling van vloeistoffen. De grootte van stofdeeltjes en nevels ligt gewoonlijk tussen kleiner dan 1 en ongeveer 100 μm.
3.1.2.2. Specifieke overwegingen voor indeling als acuut toxische stof
3.1.2.2.1. Voor de evaluatie van de acute toxiciteit bij orale blootstelling en inademing worden bij voorkeur ratten gebruikt, en voor de evaluatie van de acute dermale toxiciteit bij voorkeur ratten of konijnen. Wanneer experimentele gegevens over de acute toxiciteit bij verschillende diersoorten bekend zijn, wordt op wetenschappelijke gronden besloten welke LD50–waarde, voortvloeiend uit valide, correct uitgevoerde tests, wordt gekozen.
3.1.2.3. Specifieke overwegingen voor indeling als bij inademing acuut toxische stof
3.1.2.3.1. De eenheid voor de toxiciteit bij inademing hangt af van de vorm van het ingeademde materiaal. De waarden voor stofdeeltjes en nevels worden uitgedrukt in mg/l. De waarden voor gassen worden uitgedrukt in ppmV. De waarden voor dampen zijn in de tabel uitgedrukt in mg/l, al wordt erkend het testen van dampen in sommige gevallen problematisch kan zijn, omdat zij uit mengsels van vloeistof- en dampfasen kunnen bestaan. De indeling van dampen die zich bijna in de gasfase bevinden, moet echter worden gebaseerd op een waarde uitgedrukt in ppmV.
3.1.2.3.2. ►M12 Het is van bijzonder belang dat correct uitgedrukte waarden worden gebruikt bij de indeling van stofdeeltjes en nevels in de hoogste gevarencategorieën voor inademing. ◄ Ingeademde deeltjes met een massa-mediane aerodynamische diameter (Mmad) tussen 1 en 4 micrometer slaan neer in alle delen van de luchtwegen van de rat. Dit groottebereik komt overeen met een maximumdosis van ongeveer 2 mg/l. Om dierproeven te kunnen toepassen op blootstelling van mensen, zouden de stofdeeltjes en nevels die op ratten worden getest idealiter van deze afmetingen moeten zijn.
3.1.2.3.3. Indien gegevens beschikbaar zijn waaruit blijkt dat de toxiciteit voortvloeit uit een bijtende werking, wordt de stof of het mengsel, naast de indeling voor toxiciteit bij inademing, ook geëtiketteerd als „bijtend voor de luchtwegen” (zie noot 1 in 3.1.4.1). Een stof of mengsel is bijtend voor de luchtwegen als het luchtwegweefsel na één beperkte blootstellingsperiode, analoog aan de huidcorrosie wordt aangetast; ook aantasting van het slijmvlies wordt hieronder begrepen. De evaluatie van de bijtende werking kan op de mening van deskundigen worden gebaseerd aan de hand van bijvoorbeeld: ervaring bij mensen en dieren, bestaande (in-vitro)gegevens, pH-waarden en informatie over soortgelijke stoffen of andere relevante gegevens.