CELEX 02008R1272 · v20250901

2.1.2. Indelingscriteria

2.1.2.1. Stoffen, mengsels en voorwerpen van deze klasse worden als instabiele ontplofbare stoffen ingedeeld op basis van de flowchart in figuur 2.1.2. ►M4  De testmethoden staan beschreven in deel I van de UN RTDG, Manual of Tests and Criteria. ◄

2.1.2.2. Stoffen, mengsels en voorwerpen van deze klasse die niet als instabiele ontplofbare stof zijn ingedeeld, worden aan de hand van het soort gevaar dat zij opleveren in een van de volgende subklassen ingedeeld:

a) 

Subklasse 1.1 stoffen, mengsels en voorwerpen met gevaar voor massa-explosie (een massa-explosie is een explosie die vrijwel onmiddellijk nagenoeg de volledige aanwezige hoeveelheid treft);

b) 

Subklasse 1.2 stoffen, mengsels en voorwerpen met gevaar voor scherfwerking, maar zonder gevaar voor massa-explosie;

c) 

Subklasse 1.3 stoffen, mengsels en voorwerpen met gevaar voor brand en hetzij een gering gevaar voor luchtdrukwerking, hetzij een gering gevaar voor scherfwerking, of beide, maar zonder gevaar voor massa-explosie:

i) 

waarvan de verbranding aanzienlijke warmtestraling oplevert; of

ii) 

die een voor een uitbranden, waarbij een geringe luchtdruk- of scherfwerking, of beide, optreden;

d) 

Subklasse 1.4 stoffen, mengsels en voorwerpen die geen groot gevaar opleveren:

— 
stoffen, mengsels en voorwerpen die slechts een gering gevaar opleveren bij ontsteking of inleiding. De gevolgen blijven in hoofdzaak beperkt tot de verpakking en er valt geen scherfwerking van enige omvang of reikwijdte te verwachten. Een van buitenaf inwerkende brand mag niet leiden tot een vrijwel onmiddellijke ontploffing van nagenoeg de gehele inhoud van de verpakking;
e) 

Subklasse 1.5 zeer weinig gevoelige stoffen of mengsels met gevaar voor massa-explosie:

— 
stoffen en mengsels met gevaar voor massa-explosie, maar die zo weinig gevoelig zijn dat er onder normale omstandigheden een zeer geringe kans bestaat op inleiding of op de overgang van verbranding naar detonatie;

▼M19

f) 

Subklasse 1.6 extreem weinig gevoelige voorwerpen zonder gevaar voor massa-explosie:

— 
voorwerpen die voornamelijk extreem weinig gevoelige stoffen of mengsels bevatten;
— 
en een verwaarloosbare kans op een onbedoelde inleiding of voortplanting vertonen.

▼B

2.1.2.3. Ontplofbare stoffen die niet als instabiele ontplofbare stof zijn ingedeeld, worden in een van de zes, in punt 2.1.2.2 van deze bijlage bedoelde subklassen ingedeeld op basis de testreeksen 2 tot en met 8 in deel I van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria aan de hand van de resultaten van de in tabel 2.1.1 vermelde tests:

Tabel 2.1.1

Criteria voor ontplofbare stoffen

Categorie

Criteria

Instabiele ontplofbare stoffen of ontplofbare stoffen van de subklassen 1.1 t/m 1.6

Voor ontplofbare stoffen van de subklassen 1.1 tot en met 1.6 wordt de volgende basistestreeks uitgevoerd:

Ontplofbaarheid: VN-testreeks 2 (afdeling 12 van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria). Intentionele ontplofbare stoffen () worden niet aan VN-testreeks 2 onderworpen.

Gevoeligheid: VN-testreeks 3 (afdeling 13 van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria).

Thermische stabiliteit: VN-testreeks 3(c) (onderafdeling 13.6.1 van de ►M4  UN RTDG ◄ , Manual of Tests and Criteria).

Nadere tests zijn noodzakelijk voor de indeling in de juiste subklasse.

(1)   

Hieronder vallen stoffen, mengsels en voorwerpen die vervaardigd zijn om een praktisch explosief of pyrotechnisch effect teweeg te brengen.

2.1.2.4. Als ontplofbare stoffen onverpakt zijn of zijn herverpakt in een andere verpakking dan de oorspronkelijke verpakking of een soortgelijke verpakking, worden zij opnieuw getest.

▼M12

Source: Content sourced from EUR-Lex and licensed under CC BY 4.0. This is an unofficial presentation; only the official EUR-Lex version is legally authentic.

Screen documents for chemicals